ECLI:NL:RBOBR:2026:263
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in vastgoedzaak
Op 15 januari 2026 heeft de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Oost-Brabant een verzoek tot wraking afgewezen. Het verzoeker, die betrokken was in een vastgoedzaak, had de rechters gewraakt tijdens een zitting op 25 november 2025. Verzoeker stelde dat hij door problemen met zijn gebitsprothese niet in staat was zich te verdedigen, en vroeg om uitstel van de zitting. Dit verzoek werd door de rechters afgewezen, wat leidde tot het wrakingsverzoek. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet ontvankelijk was omdat het niet was ingediend door een advocaat. Na herstel van deze omissie werd het verzoek ontvankelijk verklaard. De wrakingskamer beoordeelde vervolgens de inhoud van het verzoek en concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die de onpartijdigheid van de rechters in twijfel trokken. Het verzoek werd als kennelijk ongegrond afgewezen, omdat wraking niet bedoeld is als rechtsmiddel tegen procesbeslissingen van rechters. De beslissing werd openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.