ECLI:NL:RBOBR:2026:264
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens gebrek aan concrete feiten voor partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J. Lie, rechter in de rechtbank Oost-Brabant, omdat deze rechter ook eerdere zaken van verzoeker behandelde met volgens hem onjuiste jurisprudentie. Verzoeker vermoedde daardoor partijdigheid in zijn lopende zaak (zaaknummer 25/1160).
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 8:15 Awb Pro en het wrakingsprotocol van de rechtbank. Er werd vastgesteld dat verzoeker onvoldoende concrete feiten of omstandigheden had aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen. Het verzoek was kennelijk ongegrond en werd daarom zonder inhoudelijke behandeling afgewezen.
Daarnaast verzocht de rechter om een wrakingsverbod tegen verzoeker vanwege het frequente indienen van wrakingsverzoeken in meerdere procedures. De wrakingskamer vond echter onvoldoende aanwijzingen voor misbruik van het wrakingsmiddel en wees dit verzoek af.
De beslissing werd op 16 januari 2026 in openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek en het verzoek tot opleggen van een wrakingsverbod worden afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten voor partijdigheid en onvoldoende aanwijzingen voor misbruik.