Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:2682

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
SHE 24/3971
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.3 Invoeringswet OmgevingswetArt. 5.1 Paraplubestemmingsplan parkerenArt. 5.19 WaboArt. 5.1 Omgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing handhaving speelvoorziening en parkeerproblemen restaurant Wiro Wok

Eiser verzocht het college om handhavend op te treden tegen restaurant Wiro Wok vanwege vermeende overtredingen van parkeernormen en het gebruik van een speelvoorziening voor kinderen in strijd met het bestemmingsplan. Het college wees dit verzoek af, waarop eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een overtreding van de parkeernormen, aangezien het parkeerterrein achter het restaurant voldoende parkeergelegenheid biedt, ondanks het verlies van 23 parkeerplaatsen op een nabijgelegen terrein. Het college heeft geen instandhoudingsverplichting voor deze parkeerplaatsen en het parkeeronderzoek toont slechts een lichte overschrijding van de parkeerdruk op zaterdagavond.

Wel is de rechtbank van oordeel dat het gebruik van de bovenverdieping als speelruimte in strijd is met het bestemmingsplan. Het college heeft ten onrechte geoordeeld dat handhavend optreden tegen deze speelvoorziening onevenredig is. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt het college op binnen twaalf weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens moet het college het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen twaalf weken.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 24/3971

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: [naam]),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven, het college
(gemachtigde: mr. G.D. van Leeuwen ).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[naam]uit [vestigingsplaats], de derde-partij (gemachtigde: mr. H.G.M. van der Westen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiser om handhavend op te treden tegen restaurant Wiro Wok in Eindhoven. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn verzoek. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het handhavingsverzoek.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat er geen sprake is van een overtreding van de parkeernormen. De rechtbank acht handhavend optreden tegen een speelvoorziening voor kinderen niet onevenredig en is van oordeel dat het op de weg van het college en vergunninghoudster is om dit te legaliseren of te beëindigen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 17 oktober 2023 het college verzocht om handhavend op te treden tegen restaurant Wiro Wok en de [naam]. Het college heeft dit verzoek met het besluit van 4 maart 2024 afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 11 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van het handhavingsverzoek gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 18 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van het college en de gemachtigde van vergunninghoudster. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten. Partijen zijn in overleg getreden na de zitting. De rechtbank heeft gewacht met het doen van een uitspraak totdat partijen daarom hebben verzocht.

Beoordeling

3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten:
  • Het restaurant Wiro Wok is gevestigd op het adres [adres] in de nabijheid van de woning van eiser.
  • Het college heeft op 25 oktober 2018 een omgevingsvergunning verleend voor bouwen en afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruik van de Tivolizaal ten behoeve van het restaurant. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is bij besluit van 12 december 2019 ongegrond verklaard. De omgevingsvergunning is onherroepelijk geworden.
  • Eiser heeft op 17 oktober 2023 een verzoek om handhaving ingediend. Hij is van mening dat de verleende omgevingsvergunning voor het uitbreiden van het restaurant met de Tivolizaal niet meer rechtsgeldig is omdat er geen gebruik meer kan worden gemaakt van de parkeerplaatsen die van een derde werden gehuurd en op het parkeerterrein achter het restaurant 20 parkeerplaatsen niet beschikbaar zijn vanwege nieuwbouw op de [adres].
  • Op grond van eerder verleende omgevingsvergunningen is de parkeerbehoefte van restaurant Wiro Wok 54 parkeerplaatsen.
  • De toezichthouder van de gemeente heeft geconstateerd dat er 11 parkeerplaatsen tijdelijk niet kunnen worden gebruikt in verband met de bouw op het adres [adres].

Beoordeling door de rechtbank

4. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een verzoek om handhaving van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk voor dat tijdstip van toepassing tot het besluit op dat verzoek onherroepelijk wordt. Het verzoek om handhaving van de Wabo is gedaan op 17 oktober 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
5. Volgens eiser is destijds de uitbreiding van het restaurant met de Tivolizaal vergund omdat in de extra parkeerbehoefte van 23 parkeerplaatsen kon worden voorzien door gebruik te maken van parkeerplaatsen op het Pronexus-terrein. Deze parkeerplaatsen zijn nu niet meer beschikbaar. Dat had volgens eiser voor het college aanleiding moeten zijn om de omgevingsvergunning voor het gebruik van de Tivolizaal in te trekken. Bezoekers parkeren nu in de omgeving en dat leidt tot parkeeroverlast bij zijn woning. Volgens eiser bieden de 54 beschikbare parkeerplaatsen achter het restaurant geen goed alternatief om in de parkeerbehoefte van het restaurant te voorzien. Die parkeerplaatsen zijn in 2016 vergund ten behoeve van het restaurant zonder dat gebruik werd gemaakt van de Tivolizaal. Bovendien zijn de parkeerplaatsen niet goed bereikbaar omdat de meeste navigatiesystemen bezoekers van het restaurant leiden naar de voordeur van het restaurant (en van daaruit is het lastig om het parkeerterrein achter het restaurant te bereiken).
5.1.
Het college erkent dat het dubbelgebruik van de 23 parkeerplaatsen op het terrein van Pronexus niet meer mogelijk is. Het gebruik van dit parkeerterrein is niet als voorwaarde in de omgevingsvergunning van 25 oktober 2018 opgenomen. Ten tijde van de verlening van de vergunning was, in afwijking van artikel 5, onder 5.1 van het “Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021” in het toen geldende toetsingskader “Paraplu-bestemmingsplan parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing” niet voorzien in een instandhoudingsverplichting ten aanzien van parkeren. Al zijn de 23 parkeerplaatsen van het Pronexus-terrein verloren, het restaurant handelt volgens het college niet in strijd met het bestemmingplan. Het college ziet geen aanleiding voor het intrekken van de omgevingsvergunning. Het college kan desgevraagd betaald parkeren op de parkeerplaatsen aan de openbare weg invoeren, maar de buurt wil dat niet en het college gaat dit niet uit eigen beweging doen.
5.2.
Uit een op verzoek van de derde-partij uitgevoerd parkeeronderzoek blijkt dat alleen op zaterdagavond tussen 19:00 uur en 20:00 uur de kritische grens van 90% parkeerdruk licht wordt overschreden. Op dat moment wordt het eigen parkeerterrein niet of nauwelijks gebruikt. De uitkomsten van het parkeeronderzoek geeft het college geen aanleiding om ter plaatse ambtshalve betaald parkeren in te stellen.
5.3.
De rechtbank stelt vast dat op het gebouw van restaurant Wiro Wok toen het bestreden besluit werd genomen het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021’ (parapluplan) van toepassing was. Dit bestemmingsplan maakte ten tijde van het bestreden besluit al onderdeel uit van het Omgevingsplan gemeente Eindhoven. Hierin was in artikel 5.1 van de planregels het volgende bepaald: “Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het wijzigen van de gebruiksfunctie van gronden en/of gebouwen in een andere gebruiksfunctie passend binnen de bestemming, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, een en ander volgens de beleidsregeling 'Actualisatie Nota Parkeernormen (2019)' van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven zoals vastgesteld op 24 september 2019 en opgenomen in Bijlage 1 bij de planregels.”
5.4.
De omgevingsvergunning van 25 oktober 2018 is verleend op basis van het gegeven dat aan de parkeerbehoefte van de uitbreiding van het restaurant kon worden voldaan door de 23 parkeerplaatsen op het Pronexus-terrein. Deze omgevingsvergunning bevat geen instandhoudingsverplichting.
5.5.
De rechtbank is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt stelt dat de derde-partij niet handelt in strijd met de omgevingsvergunning van 25 oktober 2018 omdat deze omgevingsvergunning niet verplicht tot het in stand houden van parkeerplaatsen. In zoverre is er ook geen aanleiding voor het intrekken van die omgevingsvergunning op grond van artikel 5.19 van de Wabo.
5.6.
De rechtbank is verder van oordeel dat het college terecht heeft overwogen dat op het grote parkeerterrein achter het restaurant voldoende parkeergelegenheid aanwezig is om te voorzien in de parkeerbehoefte van het gebruik van het restaurant. Daarom is er ook geen aanleiding voor het oordeel dat de derde-partij heeft verzuimd om het benodigde aantal parkeerplaatsen in stand te houden, als de derde-partij hiertoe al gehouden is op grond van het Parapluplan of het Omgevingsplan. Dit heeft eiser ook niet betwist. Hij merkt wel op dat deze parkeerplaatsen moeilijk bereikbaar zijn en daarom niet worden gebruikt, maar dat is geen aanleiding voor een ander oordeel.
6. Eiser is verder van mening dat de bovenverdieping van het pand wordt gebruikt ten behoeve van het restaurant en dat dit in strijd is met het bestemmingsplan. De bovenverdieping is in gebruik als speelruimte voor de kinderen van bezoekers die al klaar zijn met eten en waarvan de ouders nog in het restaurant zitten.
6.1.
Het college erkent dat het gebruik van de bovenverdieping als speelruimte op de eerste etage in strijd is met het bestemmingsplan. Dit gebruik hangt samen met en staat ten dienste van de horecafunctie. Het college ziet desondanks geen aanleiding voor handhavend optreden omdat een (zelfstandige) speelvoorziening binnen de als ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden is toegelaten. Het gebruik genereert, gelet op de formule van het restaurant, geen extra bezoekers of een extra parkeerbehoefte. Het college acht het daarom niet evenredig om hiertegen handhavend op te treden. De vrees van eiser dat de speelruimte als restaurant wordt ingericht, acht het college speculatief.
6.2.
De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat de bovenverdieping wordt gebruikt als restaurant. Ook de rechtbank is van oordeel dat het gebruik van de bovenverdieping als speelruimte op de eerste etage in strijd is met het bestemmingsplan. Het gebruik hangt samen met het gebruik van het restaurant. De formule van het restaurant is niet geborgd in de vergunning voor het restaurant. Alleen al daarom gaat het college er te gemakkelijk vanuit dat het gebruik van de bovenverdieping geen extra bezoekers of extra parkeerbehoefte genereert. Door de speelvoorziening boven, kunnen ouders langer blijven in het restaurant zelf. Bovendien wordt het restaurant vooral in de avond gebruikt en de rechtbank acht het onwaarschijnlijk dat een zelfstandige speelvoorziening in de avond zou worden gebruikt. De rechtbank is daarom van oordeel dat het college ten onrechte heeft overwogen dat handhavend optreden onevenredig is. Het gebruik van de verdieping in strijd met de planregels is verboden in artikel 5.1, eerste lid onder a, van de Omgevingswet. Om deze strijdigheid op te heffen, zal een vergunning moeten worden gevraagd en worden verleend. Hierbij moet worden onderzocht of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de omgevingsvergunning kunnen regels worden gesteld over het gebruik van de verdieping in combinatie met het restaurant. Hierbij kan ook worden onderzocht of het nodig is om voorschriften aan de vergunning te verbinden over het parkeren (en de bereikbaarheid van de parkeerplaats) ten behoeve van het restaurant.
7. Eiser voert tot slot aan dat het college over de periode van 28 februari 2024 tot en met 3 maart 2024 een dwangsom heeft verbeurd en verzoekt het college om deze zo spoedig mogelijk vast te stellen.
7.1.
Het college heeft aangegeven dat de ingebrekestelling van 13 februari 2024 pas op 20 februari 2024 is ontvangen.
7.2.
De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de stelling van de gemeente en is van oordeel dat het college geen dwangsom heeft verbeurd .

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. Nu partijen er niet in zijn geslaagd om in onderling overleg een regeling te treffen, ziet de rechtbank geen aanleiding het college in de gelegenheid te stellen de gebreken te herstellen en volstaat de rechtbank met de opdracht aan het college om een nieuw besluit op bezwaar te nemen binnen 12 weken na dagtekening van deze uitspraak.
8.1.
Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, moet het college het griffierecht terugbetalen. Eiser krijgt ook een vergoeding van de proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt het college op een nieuw besluit op bezwaar te nemen binnen twaalf weken na dagtekening van deze uitspraak;
  • bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden;
  • veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van R.G. van der Korput, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026..
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.