Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
[handelsnaam gedaagde],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie met producties
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte met nadere stukken (producties 40 tot en met 42) van [eiser] ;
- de akte met nadere stukken (producties 7 tot en met 22) van [gedaagde] .
3.De feiten
- de offerte met nummer [nummer 1] , ter hoogte van een bedrag van € 63.224,26 inclusief btw, onder vermelding van ‘
- de offerte met nummer [nummer 2] , ter hoogte van € 98.059,61 inclusief btw, onder vermelding van ‘
overzicht aanneming en betalingen’ gezonden (productie 13 bij akte van [gedaagde] ).
een nulmeting te doen naar de huidige kwaliteit van de bestaande bouw, alsmede een kwaliteitsbeoordeling te doen op het uitgevoerde werk” (productie 13 bij dagvaarding).
- hij eerder heeft gevraagd de al ingeplande afspraak met de bouwkeurder te verzetten,
- hij zich afvraagt waarvoor hij een plan dient op te stellen,
- hij pas na ontvangst van stukken van de constructeur een plan van aanpak kan opstellen, en,
- dan afspraken kunnen worden gemaakt over de financiële afwikkeling in zijn geheel (productie 21 bij dagvaarding).
verbeterpunten’) die, zo schrijft hij, tot stand zijn gekomen na advies van [A] (productie 24 bij dagvaarding). Op dezelfde dag heeft de gemachtigde van [eiser] een ingebrekestelling aan [gedaagde] gezonden (productie 28 bij dagvaarding) gericht op herstel van gebreken zoals die zijn gebleken uit het rapport van [C] . In reactie op het bericht van [gedaagde] heeft (de gemachtigde van) [eiser] op 17 oktober 2024 aangegeven dat bij gebreke van deugdelijk herstel op uiterlijk 24 oktober hij zich genoodzaakt zal voelen een andere oplossing te zoeken (productie 24 bij dagvaarding).
4.Het geschil
5.De beoordeling
[handelsnaam gedaagde] staat vrij om aanpassingen te doen aan bouwplan zonder afbreuk te doen aan kwaliteit en/of vormgeving’ (dit is vermeld op de opdrachtbevestiging in productie 1 bij conclusie van antwoord/eis in reconventie, zie hiervoor in rov. 3.6). Aanpassingen op tekeningen of berekeningen zijn dus toegestaan, zolang geen afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit of vormgeving, dat wil zeggen: wanneer wordt voldaan aan de eisen die aan goed en deugdelijk werk mogen worden gesteld.
balklaag 2e verdieping achterzijde’ citeert [eiser] ook uit het hiervoor al genoemde rapport van Bouwloket Breda (productie 14a bij dagvaarding). Kort gezegd is volgens Bouwloket Breda sprake van ‘
onveilig gemaakt werk dat zeker aanleiding zal geven tot het bezwijken van de constructie’, omdat het gaat om een balklaag die ‘
knullig is verlengd/versterkt’en waaraan ‘
geen enkele waarde kan worden toegekend’. [gedaagde] heeft erkend dat zij deze balken heeft verlengd. [gedaagde] stelt dat een constructeur er wel degelijk een rekenwaarde aan kan geven en dat een 0-waarde de gemakkelijkste weg is als het moeilijk wordt. Gelet op onderbouwing die de constructeur in productie 14a bij dagvaarding onder 4.4 geeft is dit een onvoldoende weerlegging van de constatering van de constructeur (velenging is ondeugdelijk en zelfs als balklaag aaneengesloten zou zijn aangebracht zou deze niet voldoen). Daarmee staat vast dat wat betreft dit punt sprake is van een tekortkoming van [gedaagde] .
huurverhoging’ van 30 april 2024 (productie 38 bij dagvaarding), en zij altijd heeft begrepen dat de verbouwing gericht was op de verhuur zodat er helemaal geen sprake van was dat [eiser] zelf in het pand zou gaan wonen. [eiser] heeft zonder nadere toelichting betwist dat sprake zou zijn van een pand bestemd voor verhuur. Hij heeft geen nadere stellingen ingenomen waaruit kan volgen dat hij inderdaad wordt geconfronteerd met dubbele woonlasten waarvoor een vergoeding op zijn plaats zou zijn. Dat hij, zo begrijpt de rechtbank, subsidiair aanvoert dat hij – zou sprake zijn van een huurpand – inkomsten mis zou lopen nu van verhuur (nog) geen sprake is, is ook onvoldoende om tot een toewijsbaar voorschot-bedrag te komen. [eiser] heeft namelijk (subsidiair) geen vordering ingediend die is gericht op vergoeding van gederfde huurinkomsten.
- Factuur 2024011 (6e termijn) van 18 april 2024, ter hoogte van € 30.000,00,
- Factuur 2024012 (7e termijn) van 21 april 2024, ter hoogte van € 10.000,00,
- Factuur 2024005 (laatste termijn) van 26 mei 2024, ter hoogte van € 1.283,87, en,
- Factuur 2024019 (meerwerk) van 14 juni 2024, ter hoogte van € 6.353,54.