Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
dat wordt krap, maar het lukt wel”. Verdachte erkent dat hij de ter plaatse toegestane 80 km/u heeft overschreden maar weet niet hoe hard hij precies reed. Hij was gefocust op het inhalen van het voertuig van getuige [getuige 2] en niet zozeer bezig met zijn snelheid.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis,
- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaar, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs van verdachte reeds ingevorderd en ingehouden is geweest.
ik kan dit omschrijven als een gevaarlijke inhaalactie van een mafkees in het verkeer”, “
het leek alsof het voertuig mij voorbij vloog” en “een absurde actie. Ik vond dit onverantwoord hard en absoluut niet veilig. Dit was zó onbeschoft hard”. Bij het inhalen van het tweede voertuig is verdachte over de dubbele doorgetrokken streep en een deel van het verdrijvingsvlak gereden, alvorens zich weer naar de rechterrijbaan te begeven. Verdachte heeft het aldaar rijdende voertuig, bestuurd door slachtoffer [slachtoffer 1] , vervolgens niet -of in ieder geval niet tijdig- opgemerkt en is vol achterop dat voertuig gereden. De impact van de botsing was dusdanig groot dat het kenteken van de Ford van het slachtoffer na de botsing af te lezen was in het metaal van de motorkap van de Volkswagen van verdachte. Slachtoffer [slachtoffer 1] en zijn destijds tweejarige zoontje [slachtoffer 2] hebben aan het ongeval zwaar lichamelijk letsel overgehouden. Uit de medische stukken in het dossier en de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt hoe groot de gevolgen hiervan zijn. Bij [slachtoffer 1] is sprake van blijvend hersenletsel en visuele problemen. Hij raakt hierdoor onder andere snel overprikkeld, kan informatie slecht verwerken en raakt dan in de war, ziet wazig/dubbel en heeft weinig energie. [slachtoffer 1] stelt ten gevolge van de aanrijding te zijn veranderd en hij kan zijn leven in Nederland niet meer opbouwen zoals hij voor het ongeval voor ogen had. De tweejarige [slachtoffer 2] heeft een ernstige beenbreuk opgelopen waarvoor hij tweemaal een operatie heeft ondergaan en nog steeds behandelingen ondergaat en waarvan hij mogelijk de rest van zijn leven beperkingen zal ondervinden. Dit is ruim anderhalf jaar na het ongeval nog onzeker. Daarnaast ondervinden beiden nog dagelijks de psychische gevolgen van het ongeval. Dit alles heeft het hele gezin van het slachtoffer [slachtoffer 1] , zijn vrouw en hun kinderen ontwricht.