Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met 8 producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een vordering van eiseres tegen VGZ Zorgverzekeraar tot vergoeding van kosten voor staaroperaties die in Turkije zijn uitgevoerd. Eiseres was medeverzekerde op een polis van VGZ en beschikte over een verwijzing van de huisarts. VGZ weigerde vergoeding omdat volgens haar de verwijzing ongeldig was vanwege de geldigheidsduur van één jaar en omdat er geen overnachting had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat de Zorgverzekeringswet en de verzekeringsvoorwaarden geen termijn aan de geldigheid van de verwijzing verbinden. VGZ kon niet aantonen op welke grond zij de vergoeding zou mogen weigeren. Het verweer dat eerdere verwijzingen waren 'verbruikt' werd als te laat ingebracht verworpen. De rechtbank volgt VGZ wel in de hoogte van de vergoeding, omdat er geen overnachting was en daarom de DBC-zorgproductcode zonder verpleegdag van toepassing is.
VGZ wordt veroordeeld tot betaling van € 1.524,80 plus wettelijke rente en proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk op 7 mei 2026.
Uitkomst: VGZ wordt veroordeeld tot vergoeding van staaroperaties in Turkije en betaling van proceskosten.