Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 5 juni 2024, met producties 1 t/m 8,
- de brief van 14 november 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- het bericht van mr. Horsch van 10 maart 2026 waarbij opmerkingen zijn gemaakt ten aanzien van het proces-verbaal.
2.De feiten
Quercus Cerris’) in hun achtertuin geplaatst, over vrijwel de gehele lengte achter de betonnen wand.
3.Het geschil
- i) [gedaagden] te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de Turkse eiken te verwijderen voor zover die boven de tussen de percelen bestaande keerwand uitkomen.
- ii) [gedaagden] hoofdelijk een dwangsom van 500,- op te leggen voor iedere dag of deel daarvan dat zij in strijd met (i) handelen, met een maximum van 50.000 euro.
- iii) Gedaagden te veroordelen in de kosten van dit geding.
4.De beoordeling
- 1 punt voor de dagvaarding;
- 1 punt voor de mondelinge behandeling en descente gezamenlijk, omdat deze op dezelfde moment gecombineerd plaatsvond;
- 0,5 punt voor de akte van 3 december 2025.