AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Heropening vereffening vennootschap na faillissementsopheffing wegens onbekende bate
PR Bouwprojecten B.V. werd in 2012 failliet verklaard en het faillissement werd in 2019 opgeheven wegens gebrek aan baten, zonder dat vereffening had plaatsgevonden. Later bleek dat er toch nog een perceel grond op naam van de vennootschap stond, waarvan de curator niet op de hoogte was bij de faillissementsafwikkeling.
De rechtbank oordeelt dat de vennootschap voortbestond voor zover nodig voor de vereffening van deze bate, conform artikel 2:19 lid 5 BWPro, en dat de vereffening alsnog ter hand moet worden genomen. De situatie van artikel 194 FwPro en artikel 2:23c BW is niet van toepassing omdat de bate al vóór het faillissement tot het vermogen behoorde.
De rechtbank benoemt de voormalig curator tot vereffenaar en bepaalt dat het salaris van de vereffenaar wordt berekend volgens de ReCoFa-richtlijnen. De beschikking wordt openbaar gemaakt en overige verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank heropent de vereffening van PR Bouwprojecten B.V. en benoemt de voormalig curator tot vereffenaar.
Uitspraak
ECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer / rekestnummer: C/01/423301 / EX RK 26-24
Beschikking van 29 april 2026
in de zaak van
REINOUD ANTON MAXIMILIAAN LOUIS VAN OEIJEN,
in hoedanigheid van (voormalig) curatorin het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PR Bouwprojecten B.V.tevens h.o.d.n. PR Bouw,
kantoorhoudende in Eindhoven,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. M.H.A. Vannisselroij,
1.De procedure en het verzoek
1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van 11 februari 2026 met 9 bijlagen. Het verzoek strekt, kort gezegd, tot heropening van de vereffening van PR Bouwprojecten B.V. (hierna ook: PR Bouw), laatstelijk statutair gevestigd in Cuijk en kantoorhoudende in Uden. PR Bouw was ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 16077822.
1.2.
Omdat tegen het verzoek geen verweer is gevoerd en niet is gebleken van (andere) belanghebbenden, heeft de rechtbank afgezien van het houden van een mondelinge behandeling en bepaald dat vandaag beschikking zal worden gegeven.
2.De feiten
2.1.
Bij vonnis van deze rechtbank van 16 oktober 2012 (bijlage 1) is PR Bouw in staat van faillissement verklaard. In dat vonnis is mr. M.G.A. Poelman benoemd tot rechter-commissaris. De curator is in een latere beschikking van 14 april 2017 aangesteld als (opvolgend) curator.
2.2.
Uit het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (bijlage 3) blijkt dat hierin op 15 november 2012 is geregistreerd dat PR Bouw ten gevolge van faillissement is opgeheven met ingang van 16 oktober 2012.
2.3.
Het faillissement van PR Bouw is op 15 januari 2019 opgeheven wegens een gebrek aan baten in de zin van artikel 16 vanPro de Faillissementswet (hierna: Fw). Er heeft aldus geen vereffening plaatsgevonden.
2.4.
Uit een e-mail van notaris [A] aan de curator van 22 september 2025 is gebleken dat er nog een perceel grond (ter grootte van ongeveer 14 m2 en gelegen aan de Molenstraat 38a/40 te Cuijk) op naam staat van Molenstraat Vastgoed Cuijk B.V. (bijlage 7; hierna: het perceel). De statutaire naam van Molenstraat Vastgoed Cuijk B.V. is op 26 oktober 2004 gewijzigd in PR Bouwprojecten B.V. Het perceel is overbouwd met opstallen (een winkelpand met bovenwoning), waartoe dhr. [B] is gerechtigd. Bij notariële akte van 30 maart 1995 is een erfdienstbaarheid van overbouwing gevestigd op het perceel, ten gunste van de (toenmalige) kopers van de opstalrechten.
3.De beoordeling
3.1.
Verzoeker kan, als voormalig curator in het (opgeheven) faillissement van PR Bouw, als belanghebbende bij het verzoek tot heropening worden beschouwd.
3.2.
Nu het faillissement van PR Bouw is opgeheven wegens gebrek aan baten, doet de situatie als bedoeld in artikel 194 FwPro zich hier niet voor.
3.3.
Uit artikel 2:23c BW vloeit voort dat, als na het tijdstip waarop de rechtspersoon is opgehouden te bestaan (toch) nog een bate blijkt te bestaan, de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening kan heropenen en daarbij zo nodig een vereffenaar kan benoemen. Voor toewijzing van een dergelijk verzoek is voldoende dat de gestelde vordering en/of de (potentiële) bate voldoende aannemelijk is/zijn gemaakt om die heropening te rechtvaardigen.
3.4.
Op grond van artikel 2:19 lid 5 BWPro blijft een rechtspersoon echter voortbestaan voor zover (en zo lang) dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is. Dat geldt ook voor een rechtspersoon die is opgehouden te bestaan doordat het faillissement wegens de toestand van de boel is opgeheven (gebrek aan baten). Het bestaan van de rechtspersoon eindigt (pas) nadat al haar bekende baten vereffend zijn en de vereffening is geëindigd (artikel 2:19 lid 6 BWPro).
3.5.
De rechtbank leidt uit het verzoekschrift en bijbehorende stukken af dat na het eindigen van het faillissement van PR Bouw is gebleken dat nog sprake is van een bate, maar dat deze bate – die bestaat uit de waarde van het perceel – ook voorafgaand aan het faillissement al behoorde tot het vermogen van PR Bouw. De curator was hiervan echter niet op de hoogte, zodat het niet in de afwikkeling van het faillissement is betrokken. Dat leidt de rechtbank tot de conclusie dat PR Bouw voor de vereffening van deze bate is blijven voortbestaan (vgl. artikel 2:19 lid 5 BWPro). De weg van artikel 2:23c lid 1 BW hoeft en kan in een dergelijk geval niet gevolgd (te) worden, zodat de vereffening van PR Bouw alsnog ter hand kan worden genomen.
3.6.
Gelet op het voorgaande moet PR Bouw (alsnog) worden vereffend. Daarbij bestaat ook belang, omdat de opstaller voornemens is om het object op korte termijn te splitsen in appartementsrechten en meent krachtens verjaring eigenaar te zijn geworden van het perceel. De rechtbank zal de voormalig curator van PR Bouw benoemen tot haar vereffenaar (artikel 2:23a BW).
4.De beslissing
De rechtbank
4.1.
verstaat dat PR Bouw in liquidatieis blijven voortbestaan ter afwikkeling van de vereffening van het perceel;
4.2.
benoemt mr. R.A.M.L. van Oeijentot vereffenaar van PR Bouw in liquidatie;
4.3.
bepaalt dat het salaris van de vereffenaar moet worden berekend aan de hand van de ReCoFa-richtlijnen voor faillissementen en surséances van betaling;
4.4.
verstaat dat deze beschikking bekend zal worden gemaakt door plaatsing op www.rechtspraak.nl/uitspraken,
4.5.
wijst het anders of meer verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.L.P. Crombeen en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.