Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen
[naam] (25/2324),
Samenvatting
.Eisers krijgen dus gelijk en de beroepen zijn dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
De beroepsgronden
‘Parkeerkencijfers-basis voor parkeernormering’uit 2024). In deze publicatie zijn geen kencijfers voor tijdelijke woonvoorzieningen opgenomen. De rechtbank acht het niet onredelijk dat het college aansluiting heeft gezocht bij de cijfers voor de functie 'sociale huur', omdat deze functie het meest vergelijkbaar is met de aard van het project. Dit is tussen partijen ook niet in geschil. Het college heeft ter zitting gesteld dat in het gehanteerde kengetal van 1,3 tevens het bezoekersaandeel is begrepen. De rechtbank is echter uit de Nota parkeernormen 2025 niet duidelijk geworden hoe hiermee in de daarin opgenomen normen rekening is gehouden. In het bestreden besluit ontbreekt hierover een toelichting. Dit wreekt zich temeer, omdat uit de toelichting bij de CROW-publicatie volgt dat de daarin opgenomen kencijfers exclusief bezoekersparkeren zijn. Als het bezoekersaandeel afzonderlijk in aanmerking zou worden genomen, zou dit leiden tot een hogere parkeernorm (bijvoorbeeld 1,6 per woning), wat zou resulteren in een behoefte van 19,2, afgerond 20, parkeerplaatsen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- draagt het college op om de rechtbank binnen twee weken mede te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen;
- stelt het college in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen, met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak
- houdt iedere verdere beslissing aan.