ECLI:NL:RBOBR:2026:3349

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
12071728 TE VERZ 26-50
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve opheffing beschermingsbewind wegens onwerkbare situatie en gebrek financieel inzicht

Op 1 augustus 2024 werd een beschermingsbewind ingesteld over de goederen van betrokkene wegens verkwisting en problematische schulden, met Almass Bewindvoering B.V. als bewindvoerder. Betrokkene diende diverse klachten in over de werkwijze van de bewindvoerder, waaronder gebrek aan uitleg, foutieve betalingen en gebrekkige communicatie. De bewindvoerder stelde dat betrokkene vrijwel elke handeling ter discussie stelde en dat klachten gemotiveerd werden weerlegd.

Tijdens de zitting op 30 april 2026 benadrukte betrokkene haar recht op volledige transparantie en stelde zij zich in staat haar financiën zelfstandig te beheren. De kantonrechter constateerde dat betrokkene buitenproportioneel veel herhalende vragen stelt, voortkomend uit een gebrek aan financieel inzicht, en niet meewerkt aan redelijke voorwaarden van de bewindvoerder. Een andere bewindvoerder is niet beschikbaar.

De kantonrechter oordeelt dat het bewind nog noodzakelijk is, maar voortzetting niet zinvol. Daarom wordt het bewind ambtshalve opgeheven met ingang van veertien dagen na verzending van de beschikking. De klacht van betrokkene wordt ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beschermingsbewind wordt ambtshalve opgeheven wegens onwerkbare situatie en gebrek aan financieel inzicht bij betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
zaaknummer : 12071728 TE VERZ 26-50
dossiernummer : BM 48216
datum : 13 mei 2026
[initialen griffier]

beschikking van de kantonrechter

in de zaak van:

[naam 1] ,

geboren te [plaatsnaam] , [land] , op [datum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • de klacht met bijlagen, ontvangen op 14 januari 2026;
  • de (klacht)brieven met bijlagen van betrokkene, ontvangen op 5 juni 2025, 5 januari 2026, 9 januari 2026, 21 januari 2026, 4 februari 2026 en 12 februari 2026;
- de berichten van de bewindvoerder in het Aansluitpunt Toezicht, ontvangen op
24 juni 2025 en 16 juli 2025;
  • de brief van de griffier van de rechtbank aan betrokkene, verzonden op 7 januari 2026;
  • de berichten van de bewindvoerder in het Aansluitpunt Toezicht, ontvangen op
26 januari 2026 en 17 februari 2026;
- de brief van betrokkene, op de zitting van 30 april 2026 overgelegd.
Het verzoek is mondeling behandeld op 30 april 2026. Van hetgeen is besproken op de zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op de zitting zijn betrokkene, de bewindvoerder [naam 2] van Almass Bewindvoering B.V. en haar collega de heer [naam 3] , bewindvoerder tevens bestuurder van Almass Bewindvoering B.V., verschenen.

beoordeling

Bij beschikking van 1 augustus 2024 is vanaf 13 augustus 2024 tot 1 augustus 2029 een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van betrokkene wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden met benoeming van Almass Bewindvoering B.V. te Cuijk tot bewindvoerder.
Betrokkene heeft diverse klachtbrieven gestuurd over de bewindvoerder. De klachten zien, kort samengevat, op het structureel geen uitleg geven op haar vragen, het verrichten van foutieve betalingen, problemen met toeslagen, kinderbijslag en rekeningen, fouten rond het VTLB, het weigeren van noodzakelijke vervoerskosten voor haar zoon, administratieve fouten met negatieve gevolgen voor het Msnp-traject, gebrekkige en inconsistente communicatie, het niet uitvoeren van afgesproken acties en het ontbreken van transparantie.
De bewindvoerder heeft gesteld dat betrokkene sinds aanvang van het bewind vrijwel elke handeling ter discussie heeft gesteld. Dit heeft geresulteerd in diverse klachten, die de bewindvoerder telkens gemotiveerd heeft weerlegd. Door middel van persoonlijke gesprekken en wisseling van contactpersoon heeft de bewindvoerder geprobeerd afspraken te maken met betrokkene over de wijze en de frequentie van communiceren en het beantwoorden van vragen. Deze afspraken hebben helaas niet tot het gewenste resultaat geleid. Ook schriftelijk heeft de bewindvoerder betrokkene gewezen op de aangepaste werkwijze. Om de focus op de inhoud van het dossier te behouden, reageert de bewindvoerder niet langer op elke e-mail, maar reageert zij gebundeld op de e-mails die zij relevant acht. Onder die omstandigheden is de bewindvoerder bereid de bewindvoerder te blijven.
Tijdens de zitting heeft betrokkene haar overgelegde brief voorgelezen. Zij heeft haar recht op volledige transparantie benadrukt. Wanneer zij duidelijkheid heeft over haar financiële situatie, is het stellen van aanvullende vragen niet langer nodig. Betrokkene kan zich niet vinden in de huidige werkwijze van de bewindvoerder. Zij voert aan dat zij zelfstandig een bezwaarschrift heeft ingediend bij de gemeente omtrent het leerlingenvervoer, dat vervolgens gegrond is verklaard. Daarnaast is betrokkene ontstemd over het standpunt van de bewindvoerder dat haar zoon maar naar school zou moeten fietsen. Hoewel er financiële ruimte werd geboden voor het vervoer van haar zoon, werd dit gekoppeld aan de voorwaarde dat er geen budget overbleef voor haar honden en kleding. Dit voelt onrechtvaardig, zeker omdat er maandelijks 170 euro wordt gespaard en er 800 euro op haar bankrekening staat. Betrokkene is van mening dat zij in staat is haar financiën zelfstandig te beheren en dat de maatregel van beschermingsbewind niet langer noodzakelijk is.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Duidelijk is dat betrokkene enorm veel (uitgebreide en vaak dezelfde) vragen stelt aan de bewindvoerder en klachten indient bij de bewindvoerder. De kern daarvan is dat betrokkene transparantie mist en de antwoorden van de bewindvoerder niet duidelijk vindt. De bewindvoerder heeft de klacht(en) van betrokkene echter gemotiveerd betwist. De kantonrechter is van oordeel dat de bewindvoerder haar werkzaamheden naar behoren heeft uitgevoerd. Van een bewindvoerder kan niet meer worden verwacht dan zij nu doet. Betrokkene stelt buitenproportioneel veel vragen aan de bewindvoerder en met haar antwoorden neemt betrokkene geen genoegen. Betrokkene heeft aangegeven dat de antwoorden haar niet duidelijk zijn, anders zou ze haar vragen niet nogmaals stellen. De kantonrechter ziet in de voorbeelden van vraag en antwoord dat de repeterende vragen van betrokkene vooral voortkomen uit een gebrek aan financieel inzicht. Er is sprake van een krap budget in combinatie met een Msnp-traject voor een schuld van ongeveer 30.000 euro. De bewindvoerder heeft duidelijk aangegeven dat zij nog wel bereid is haar werkzaamheden voort te zetten, maar wel op haar voorwaarden. Deze voorwaarden komen niet onredelijk over op de kantonrechter. Betrokkene weigert hieraan mee te werken. Zij blijft de bewindvoerder uitgebreide mails sturen en ziet niet in dat dit niet werkbaar is. De kantonrechter vindt het echter zeer onwaarschijnlijk dat een andere bewindvoerder gevonden kan worden, die bereid is het dossier over te nemen. In het verleden heeft een beoogd bewindvoerder de huidige bewindvoerder benaderd, maar daar is niets uitgekomen. Betrokkene zelf heeft op de zitting aangevoerd het beschermingsbewind niet nodig te achten en dat ze in staat is zelf haar financiën te beheren.
Gelet op het voorgaande acht de kantonrechter het bewind zeker nog noodzakelijk, maar de voortzetting van het bewind niet meer zinvol. Zij zal het bewind daarom ambtshalve opheffen.

beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart de klacht ongegrond;
  • heft ambtshalve het bewind over de goederen van
Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.