In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van openstaande facturen voor juridische diensten geleverd aan de eenmanszaak van gedaagde 2. Gedaagde 2 is bij verstek veroordeeld. De kern van het geschil betreft de aansprakelijkheid van gedaagde 1, die als feitelijk beleidsbepaler optrad in de eenmanszaak van gedaagde 2.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde 1 op grond van een volmacht handelde namens de eenmanszaak, maar dat zij ook feitelijk de zeggenschap had. De Beklamel-norm, die persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders mogelijk maakt bij wanbetaling, wordt analoog toegepast op de feitelijk beleidsbepaler van een eenmanszaak. Uit het dossier blijkt dat gedaagde 1 wist of behoorde te weten dat de eenmanszaak niet aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen, maar toch nieuwe opdrachten verstrekte.
De rechter beperkt de aansprakelijkheid van gedaagde 1 tot de facturen van opdrachten verstrekt na 27 september 2021, het moment waarop zij volgens eiseres geen nieuwe opdrachten meer had mogen verstrekken. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat meer dan gebruikelijke werkzaamheden zijn verricht. Gedaagde 1 wordt veroordeeld tot betaling van € 9.075,00 plus wettelijke rente en proceskosten.