Op 28 november 2023 vond een incident plaats in een woning te Eindhoven waarbij aangever letsel opliep aan arm en bovenbeen. Verdachte, de ex-partner van aangever, werd aangehouden op verdenking van poging tot doodslag en zware mishandeling. Aangever verklaarde dat verdachte hem zonder aanleiding met een mes had gestoken, terwijl verdachte stelde dat zij ter zelfverdediging een mes vasthield tijdens een worsteling.
De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring voor poging tot zware mishandeling, onderbouwd met WhatsApp-berichten waarin verdachte zou toegeven te hebben gestoken. De verdediging pleitte voor vrijspraak wegens gebrek aan bewijs van opzet en onduidelijkheid over het letsel.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van aangever niet betrouwbaar is, mede door getuigenverklaringen en politiebevindingen die wijzen op agressie van aangever richting verdachte. De verklaring van verdachte, hoewel niet zonder vraagtekens, bood een aannemelijk alternatief scenario. De WhatsApp-berichten waren ambigu en konden niet eenduidig worden toegeschreven aan de periode voor of na aanhouding.
Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs kon de rechtbank niet vaststellen dat verdachte aangever met een mes heeft gestoken of gesneden. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.