Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
wonende te [adres] , [woonplaats] ,
1.Het procesverloop
2.2. Het verzoek
3.De beoordeling
3.2. Naar het oordeel van de rechtbank is summierlijk gebleken van het bestaan van een vordering van [verzoekster] op [verweerder] . Naar het oordeel van de rechtbank is echter onvoldoende gebleken dat [verweerder] meerdere schulden onvoldaan laat. [verzoekster] stelt dat uit de e-mailcorrespondentie en mondelinge contacten met [verweerder] kan worden afgeleid dat sprake is van meerdere schulden. De rechtbank leidt uit de letterlijke tekst uit de overgelegde e-mailcorrespondentie echter niet af dat [verweerder] heeft erkend dat sprake is van meerdere schulden. Een verwijzing naar de stabilisatie van een financiële situatie en liquiditeitskrapte hoeft niet per definitie het bestaan van meerdere schulden te betekenen. Een eventuele mondelinge mededeling van [verweerder] aan de raadsvrouw van [verzoekster] is voor de rechtbank bovendien onvoldoende verifieerbaar. Er zijn daarnaast ook geen verifieerbare stukken, zoals facturen of aanmaningen, overgelegd waar het bestaan van een steunvordering uit blijkt. Gezien de vergaande gevolgen van een faillietverklaring moet worden verwacht dat het verzoek daartoe – ook voor wat betreft de steunvordering – voldoende concrete aanknopingspunten bevat om tot een dergelijke uitspraak te komen. De verwijzing naar e-mailcorrespondentie waar slechts in algemene zin wordt gesproken van stabilisatie van de financiële situatie en liquiditeitskrapte en niet te verifiëren mondelinge uitspraken van [verweerder] is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te kunnen spreken van het summierlijk blijken van een steunvordering. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende gebleken dat [verweerder] verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, zodat het verzoek zal worden afgewezen.