Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:3981

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
NLTZ0000354581B001
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtigingsverzoek tot verhuur woning wegens financieel risico betrokkene

Verzoekers hebben achteraf toestemming gevraagd om de woning van betrokkene te mogen verhuren, omdat zij meenden dat de woning door achterstallig onderhoud en verouderde staat moeilijk te verkopen zou zijn.

Zij hebben de woning verhuurd tegen een gereduceerde prijs, waarbij huurders onder andere de tuin zouden onderhouden. Verzoeker 2 gaf aan dat hiermee een jong gezin geholpen werd dat geen geschikte woning kon vinden. Er was een mondelinge afspraak dat het gezin de woning zou verlaten bij verkoop.

De kantonrechter constateerde dat door de verhuur betrokkene op haar vermogen inteert, mede door hoge eigen bijdrage WMO en kosten die niet worden gecompenseerd door huurinkomsten. Ook ontbreken voldoende afspraken over risico en onderhoud, en het ontbreken van een huurcontract brengt onzekerheid over verkoopbaarheid.

Gezien deze omstandigheden is het niet in het belang van betrokkene om de machtiging te verlenen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voor verhuur van de woning wordt afgewezen wegens financieel risico voor betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
Locatie 's-Hertogenbosch
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000354581:B001
CBM-nummer
:
[beschikkingsnummer]
beschikkingsnummer
:
1
[initialen griffier]

Beschikking van de kantonrechter van 30 april 2026

op verzoek van:
[verzoeker 1] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker 1,
en
[verzoeker 2] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker 2,
met betrekking tot:

[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats]hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 8 oktober 2025;
  • het bericht van de griffier, verzonden op 27 november 2025.
Het verzoek is mondeling behandeld ter zitting van 9 april 2026. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt door de griffier. Aanwezig was verzoeker 2.

Beoordeling

Verzoekers vragen achteraf machtiging om de woning van betrokkene te verhuren. Door achterstallig onderhoud en verouderde staat van de woning waren de verzoekers van mening dat de woning niet makkelijk te verkopen zou zijn. Zij hebben er daarom voor gekozen om de woning te verhuren tegen een gereduceerde prijs, waarbij de huurders onder andere de tuin zouden onderhouden zodat hier geen bedrijf meer voor zou moeten worden ingehuurd. Verzoeker 2 heeft ter zitting aangegeven dat zij met de verhuur een jong gezin uit de brand hebben geholpen dat door krapte op de woningmarkt geen geschikte woning kon vinden. Er zou een mondelinge afspraak zijn gemaakt dat het gezin bij verkoop van de woning het onroerend goed zal verlaten.
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene door de verhuur van de woning inteert op haar vermogen. Dit wordt veroorzaakt door de hoge eigen bijdrage WMO en door de kosten van haar woning die nog door haar gedragen worden en niet worden gecompenseerd door de huurinkomsten. Daarnaast zijn bij de verhuur van de woning onvoldoende afspraken gemaakt over het risico en onderhoud van de woning, waardoor het vermogen van betrokkene verder terug kan lopen als zich onvoorziene omstandigheden of lasten voordoen. Ook het feit dat de woning is verhuurd zonder (tijdelijk) huurcontract, waardoor er geen zekerheid bestaat dat de woning in onbewoonde staat zal kunnen worden verkocht, maakt dat betrokkene financieel risico loopt.
De kantonrechter is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat het niet in het belang van de betrokkene is om de gevraagde machtiging te verlenen. Het verzoek zal worden afgewezen.

Beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.