Uitspraak
ALEKTUM CAPITAL II AG,
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert Alektum Capital II AG betaling van een consumentenvordering. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis om nadere toelichting gevraagd over wie de handelaar is waarmee de consument de overeenkomst sloot en over de overdracht van de vordering. Eisende partij heeft deze toelichting gegeven, maar bleef onduidelijk over de identiteit van de handelaar en de rechtsverhouding tussen de betrokken vennootschappen binnen het Zara-concern.
De kantonrechter constateert dat eisende partij niet voldoet aan de vereisten van artikel 21 Rv Pro door niet alle relevante feiten en omstandigheden volledig en naar waarheid te stellen. Ook is niet gebleken van een geldige cessie tussen de handelaar en Klarna Bank AB, terwijl alleen een cessie tussen Klarna Bank AB en eisende partij is overgelegd. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat eisende partij rechthebbende van de vordering is.
De rechtbank verbindt aan deze tekortkomingen de sanctie dat de vordering wordt afgewezen. Omdat de vordering wordt afgewezen, komt de kantonrechter niet toe aan de beoordeling van de naleving van consumentenbeschermende bepalingen. Eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten, die voor gedaagde nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens schending van de waarheidsplicht en onvoldoende onderbouwing van de rechthebbende positie.