Op 16 april 2026 heeft eiser een verzoekschrift ingediend tot vernietiging van zijn ontslag op staande voet, dan wel tot toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding, met nevenverzoeken. Deze bodemprocedure is behandeld onder zaaknummer 12190376. Tijdens de mondelinge behandeling op 6 mei 2026 vond tevens de behandeling van het kort geding plaats.
Eiser vordert in het kort geding dat 10Tables wordt veroordeeld tot wedertewerkstelling in zijn functie als chef-kok, met doorbetaling van loon en wettelijke verhogingen, onder dreiging van een dwangsom. Hij stelt dat het ontslag op 27 februari 2026 niet rechtsgeldig is wegens het ontbreken van een dringende reden.
De kantonrechter oordeelt dat eiser geen spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorlopige voorziening, omdat in de bodemprocedure reeds is beslist dat het ontslag rechtsgeldig is en eiser het verzoek tot wedertewerkstelling heeft ingetrokken. Hierdoor is wedertewerkstelling niet aan de orde. De vordering wordt daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die voor 10Tables nihil worden vastgesteld.