Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Onderzoek 26Leon .
Algemene bewijsoverwegingen.
Specifieke overwegingen met betrekking tot de tenlastegelegde feiten.
verdachte, tezamen en in vereniging, daadwerkelijk gepoogd heeft [gebruikersnaam 7] uit te lokken tot moord op of (zware) mishandeling van, althans het plegen van enig (gewelds)misdrijf tegen [slachtoffer] .
Algemeen.
De organisatie.
De rol van verdachte en andere leden van de organisatie.
De bewezenverklaring.
hebbende hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) (telkens)
[gebruikersnaam 8] - (nu) gek geworden is en/of (nu) ontspoord/doorgedraaid is en/of (nu) (gevaarlijk) te ver is gegaan en/of (zakelijk weergegeven)
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
€ 87.000,--.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
Feit 1:
Medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander gelegenheid of inlichtingen te verschaffen, een ander trachten te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn, daartoe voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.
Feit 2:
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod.
Feit 3:
Feit 6:
Medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken.
16 jaar.
contante geldbedragen en/of andere (exclusieve) horloges”de zinsnede “
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven”niet opgenomen. De rechtbank herstelt deze omissie en leest de tenlastelegging onder feit 6 zoals hiervoor is vermeld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.