Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:4035

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
71/262125/22
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 11b OpiumwetArt. 46a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Leidinggevende veroordeeld voor grootschalige drugshandel en gewoontewitwassen

De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het gedurende ruim zeven jaar leidinggeven aan een criminele organisatie die zich bezighield met grootschalige drugshandel en gewoontewitwassen. Verdachte maakte zich schuldig aan meerdere Opiumwetdelicten, waaronder voorbereidingshandelingen, internationale handel in harddrugs en het aanwezig hebben van grote hoeveelheden drugs. Daarnaast werd hij veroordeeld voor gewoontewitwassen van aanzienlijke contante geldbedragen en exclusieve horloges.

De bewijsvoering berustte voornamelijk op cryptocommunicatie tussen verdachte en medeverdachten, ondersteund door financiële gegevens, observaties en administratie. De rechtbank verwierp de meeste verweren van de verdediging, waaronder het ontbreken van bewijs voor nauwe samenwerking en de inhoud van chatberichten. Wel sprak de rechtbank verdachte vrij van de poging tot uitlokking van moord of zware mishandeling, omdat onvoldoende bewijs was voor concretisering van die uitlokking.

De rechtbank oordeelde dat verdachte als leider van de organisatie strategische beslissingen nam en de financiën beheerde, terwijl uitvoerende taken aan anderen werden overgelaten. Gelet op de ernst, duur en omvang van de feiten legde de rechtbank een gevangenisstraf van 16 jaar op, lager dan de eis van 20 jaar. Een geldboete werd niet opgelegd. Verdachte verscheen niet op de inhoudelijke behandeling en vertrok naar Dubai. De straf is onvoorwaardelijk en gericht op vergelding en speciale preventie.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf voor leidinggeven aan een criminele organisatie en grootschalige drugshandel, met vrijspraak voor poging tot uitlokking van moord.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 71.262125.22 (strafzaak)
Datum uitspraak: 11 juni 2026.
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1980] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juli 2024, 29 oktober 2024, 6 november 2025, 13 november 2025, 10 april 2026 (aanhouding voor bepaalde tijd) en 2 juni 2026 (sluiting).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdediging naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 maart 2024.
De tenlastelegging is als bijlage (1) aan dit vonnis gehecht. Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 29 oktober 2024 is gewijzigd, komt de verdenking er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:
Feit 1
Het medeplegen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, gepleegd in de periode(s) van 01 november 2015 tot en met 13 juni 2016 en/of van 21 november 2019 tot en met 03 februari 2023 te Oss en/of Lith,(beiden) gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of Waalre en/of Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, en/of Rotterdam en/of Arnhem en/of Roermond en/of Etten-Leur en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE);
Feit 2
Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A, B of C van de Opiumwet gegeven verbod (83 en/of 104 kilogram cocaïne), in de periode van 01 november 2015 tot en met 13 november 2015 te Oss en/of Lith, (beiden) gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of ’s-Hertogenbosch en/of Kapellebrug, gemeente Hulst, en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE);
Feit 3
Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A en/of C van de Opiumwet gegeven verbod (1200 kilo, althans 200 kilogram cocaïne), in de periode van 01 maart 2020 tot en met 27 maart 2020 te Lith, gemeente Oss , en/of via de Nederlandse territoriale wateren en/of te Rotterdam en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE);
Feit 4
Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod (2500 kilogram MDMA, althans een hoeveelheid MDMA), in de periode van 10 juni 2020 tot en met 11 november 2020 te Lith, gemeente Oss , en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE);
Feit 5
Medeplegen van poging tot uitlokking van moord op of (zware) mishandeling van, althans enig (gewelds)misdrijf te begaan tegen [slachtoffer] , in de periode van 16 maart 2020 tot en met 04 april 2020 te Lith, gemeente Oss , en/of Vlijmen, gemeente Heusden, en/of (elders) in Nederland en/of Benalmadena (ES) en/of (elders) in Spanje en/of Dubai (VAE);
Feit 6
Medeplegen van (gewoonte)witwassen van een of meer contante geldbedragen en/of (exclusieve) horloge(s), in de periode(s) van 27 maart 2020 tot en met 29 augustus 2020 en/of van 09 september 2022 tot en met 25 januari 2023 te Lith, gemeente Oss , en/of Hellouw, gemeente West-Betuwe, en/of (elders) in Nederland en/of in Dubai (VAE) en/of te Londen (VK) en/of Manchester (VK) en/of Stockport (VK) en/of (elders) in het Verenigd Koninkrijk en/of in Spanje;
Feit 7
Als leider deelnemen aan een criminele organisatie met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] (geboren op [2003] ) en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere personen, met het oogmerk het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid en/of 10a eerste lid Opiumwet, in de periode van 01 november 2015 tot en met 03 februari 2023 te Oss en/of Lith, (beiden) gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE);
Feit 8
Als leider deelnemen aan een criminele organisatie met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere personen, met het doel om contante geldbedragen en/of (exclusieve) horloges te (gewoonte)witwassen in de periode van 01 november 2015 tot en met 03 februari 2023 te Lith, gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of Waalwijk en/of Hellouw, gemeente West Betuwe, en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE) en/of een of meer plaatsen in Spanje en/of het Verenigd Koninkrijk.

De formele voorvragen.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 6 gesteld dat de dagvaarding nietig is. De rechtbank verwerpt dit verweer. De zinsnede “contante geldbedragen en/of andere (exclusieve) horloges”, is bezien in samenhang met het onderliggende dossier voldoende feitelijk en het is helder waartegen verdachte zich moet verdedigen. Ook voor het overige is de dagvaarding geldig. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Onderzoek 26Leon .

Het onderzoek 26Leon is op 3 oktober 2022 gestart naar aanleiding van de verdenking dat verdachte en zijn neef [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) zich zouden bezighouden met het overtreden van de Opiumwet. Daarna vergaarde de politie meer informatie waaruit de verdenking naar voren kwam dat ook andere misdrijven werden begaan waarbij anderen betrokken waren en die zouden worden begaan in georganiseerd verband. In het onderzoek is veelvuldig gebruik gemaakt van veiliggestelde data uit verschillende cryptocommunicatie-platformen. De uit het opsporingsonderzoek voortgekomen bevindingen hebben geleid tot de aanhouding, de vervolging en de veroordeling van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] . Verdachte is nooit aangehouden binnen dit onderzoek.
Het standpunt van de officier van justitie.
Het Openbaar Ministerie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, zoals uitgewerkt in het schriftelijk requisitoir van 6 november 2025.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft, overeenkomstig de inhoud van de aan de rechtbank overgelegde pleitnota van 6 november 2025, bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken voor alle feiten, omdat er onvoldoende bewijs voorhanden is. De verdenking bestaat namelijk enkel uit cryptoberichten. Daarnaast heeft de raadsman verweer gevoerd met betrekking tot de afzonderlijk ten laste gelegde feiten.
Met betrekking tot het eerste ten laste gelegde feit geeft de raadsman aan dat de betrokkenheid van verdachte bij de bulkboot en de invoer van 4000 kilo cocaïne niet kan worden bewezen. De rechtbank kan (hoogstens) enkel tot een bewezenverklaring komen voor de invoer van 2000 kilo cocaïne.
Ten aanzien van het tweede ten laste gelegde feit is de raadsman van mening dat verdachte voor beide partijen cocaïne moet worden vrijgesproken, er is namelijk geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander/anderen. Daarnaast volgt uit de bewijsmiddelen niet dat de partijen naar het buitenland zijn verzonden. Ten aanzien van de 83 kilo geldt nog dat niet kan worden vastgesteld dat het gesprek over cocaïne gaat.
Met betrekking tot de invoer van 1200 kilo, ten laste gelegd onder feit 3, is geen sprake van medeplegen. Er is namelijk geen sprake van een wezenlijke bijdrage van verdachte. De rechtbank kan – uiterst subsidiair – enkel tot een bewezenverklaring komen voor de invoer van 200 kilo cocaïne.
De rechtbank kan niet tot een bewezenverklaring komen voor het vierde ten laste gelegde feit, het aanwezig hebben van 2500 stuks/kilogram MDMA. Uit de stukken kan niet buiten redelijke twijfel volgen dat de berichten van verdachte zien op de “2500m” waar [medeverdachte 1] eerder over spreekt. Daarnaast had verdachte geen enkele beschikkingsmacht over deze hoeveelheid MDMA.
Ook ten aanzien van het vijfde ten laste gelegde feit is de raadsman van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken. Uit de bewijsmiddelen volgt namelijk niet dat er via de inzet van enig uitlokkingsmiddel is gepoogd om uit te lokken.
Met betrekking tot het zesde ten laste gelegde feit moet verdachte worden vrijgesproken, omdat niet is gebleken dat verdachte over deze bedragen kon beschikken. De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de 68.000 dirham.
Tot slot merkt de raadsman ten aanzien van feit 7 en feit 8 (de criminele organisatie) op dat het fundament daaronder wegvalt indien de overige bewijsverweren worden gevolgd. Verdachte moet daarom ook van deze feiten worden vrijgesproken.
Het oordeel van de rechtbank.
Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan in de bewijsbijlage (bijlage 2), die van dit vonnis deel uitmaakt.

Algemene bewijsoverwegingen.

Identificatie van de cryptocommunicatie-accounts en gebruikte bijnamen.
Voor de bewijsvoering in deze zaak komt het in belangrijke mate aan op de inhoud van het berichtenverkeer uit onderzoek 26Sassenheim , 26Lemont , 26Argus en 26Lytham dat in onderzoek 26Leon ter beschikking is gekomen. De vraag die dan ook allereerst moet worden beantwoord, is of de verdachten zijn te identificeren als de gebruikers van de relevante cryptocommunicatie-accounts.
Op basis van de in de bewijsbijlage genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte gedurende de ten laste gelegde periode de beschikking heeft gehad over en gebruik heeft gemaakt van meerdere cryptocommunicatie-accounts. Aan verdachte kunnen op basis van de bewijsmiddelen en de door de politie opgemaakte identificaties drie Exclu-accounts, twee Encrochat-accounts, één SkyECC-account, drie Exclu-accounts en twee PGP-accounts worden gekoppeld. Bij de verdere bespreking van de bewijsoverwegingen gaat de rechtbank steeds uit van deze identificaties. Ook gaat de rechtbank uit van de uit het onderzoek blijkende aan crypto-accounts gekoppelde ‘nicknames’. De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen tevens vast dat, ten aanzien van verdachte, gebruik werd gemaakt van bijnamen.
Ook voor de medeverdachten in het onderzoek 26Leon geldt dat zij gebruik maakten van diverse cryptocommunicatie-accounts en bijnamen. Voor de beoordeling van de aan de verdachte ten laste gelegde feiten is (enkel) de identificatie van de gebruikers van de in de bewijsbijlage genoemde accounts van belang, zodat de overige accounts die in het dossier voorkomen in dit vonnis onbesproken blijven.
Bewijsminimum.
De rechtbank overweegt dat het dossier in zijn geheel moet worden beschouwd en dat de ten laste gelegde feiten en de gedachtestreepjes waarin de afzonderlijke feitelijke gedragingen zijn vervat niet los van elkaar, maar in onderling verband en samenhang, moeten worden bezien. Dit betekent onder meer dat bij de beoordeling van de feiten in het kader van een bepaald zaakdossier ook stukken uit andere zaakdossiers van het onderzoek moeten worden betrokken. Dat betekent ook dat cryptocommunicatie-berichten niet geïsoleerd moeten worden beschouwd, maar dat bij de interpretatie daarvan ook de overige communicatie (tussen de verschillende accounts) moet worden betrokken. Anders gezegd, de rechtbank gebruikt voor het bewijs meerdere chatberichten die verdachte en andere betrokkenen op verschillende tijdstippen en aan verschillende accounts hebben gestuurd en de reacties hierop. De inhoud van de chatgesprekken wordt daarnaast onder andere ondersteund door het versturen van foto’s, zorgvuldig bijgehouden administratie, observaties, bakengegevens en financiële gegevens. Bovendien wordt de inhoud van de afzonderlijke chatgesprekken door de inhoud van andere chatgesprekken (tussen andere betrokkenen) ondersteund. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van meerdere bewijsmiddelen uit meerdere bronnen en wordt aan het bewijsminimum voldaan. De rechtbank constateert dat de berichten – wanneer deze in onderlinge samenhang worden bezien – qua inhoud op elkaar aansluiten en dat ook de binnen de chats rondgestuurde foto’s hierbij passen. De verweren van de raadsman die zien op (niet halen van) het bewijsminimum worden verworpen.

Specifieke overwegingen met betrekking tot de tenlastegelegde feiten.

Feit 1: medeplegen van voorbereidingshandelingen Opiumwet.
De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de bewijsmiddelen die in de bewijsbijlage zijn weergegeven. De verweren vinden grotendeels hun weerlegging in de inhoud daarvan.
Voorbereiding van de invoer van 4000 kilo cocaïne.
Het verweer dat verdachte enkel betrokken zou zijn geweest ten aanzien van de invoer van 2000 kilo cocaïne, wordt door de rechtbank verworpen. Uit de chatberichten blijkt dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en andere betrokkenen. Er was niet enkel sprake van wetenschap, zoals door de raadsman is betoogd. Verdachte was op de hoogte van de volledige hoeveelheid cocaïne die Nederland werd ingevoerd. De rechtbank wijst op de berichten: “Als aan ap ligt wil die ook gewoon die 2000 stuks doen zelfde als zon. Staan bij grkop nog +-8.5m in plus. Zon krijgt alleen noq 100rugge +-.”, “We moeten aantal doorgeven dat word meteen alles in werking gezet en zoals jaap zegt volgende maand al laden en vertrekken”, “Hoeveel denk jij voor grkop mee te laten doen maatje”, “Zon had gezegd 4000 jullie 2 em wij 2” en “Wij doen 2000 ook.” Verdachte onderhield hieromtrent contact met [medeverdachte 1] , werd op de hoogte gehouden van de laatste (prijs)ontwikkelingen en bemoeit zich met het transport. Dat verdachte “enkel” 2000 kilo cocaïne afneemt om door te verkopen, is volgens de rechtbank niet van belang. Verdachte investeert namelijk – met anderen – geld om de gehele partij van 4000 kilo naar Nederland te krijgen. Deze investering is van belang om de hele hoeveelheid cocaïne naar Nederland in te (kunnen) vervoeren.
Feit 2: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A, B of C van de Opiumwet gegeven verbod (83 en/of 104 kilo cocaïne).
Uit de berichten maakt de rechtbank op dat er sprake is geweest van twee verschillende zendingen. De eerste zending vond plaats rondom 7 november 2015, verdachte zegt dan: “Ok mooi maat er -jn er van de week ook 83 naar uk gegaan”. Waarop [medeverdachte 1] reageert: “Ja die zitten daarbij maat, hebben er hier los pas 11 kunnen verkopen ze vinden de prijs te duur”.
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen ten aanzien van de eerste zending vast dat sprake is geweest van de verlengde uitvoer van 83 kilo cocaïne naar het Verenigd Koninkrijk en komt tot een bewezenverklaring van dit feit. De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn betoog dat sprake was van een typefout en dat verdachte met het bericht “Ok mooi maat er -jn er van de week ook 83 naar uk gegaan” een vraag bedoelde te stellen aan [medeverdachte 1] . Dit volgt simpelweg niet uit het bericht. Uit de berichten tussen verdachte en [medeverdachte 1] volgt daarnaast dat sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen beiden. Ook volgt uit de context van dit gesprek en uit het gesprek enkele uren daarvoor tussen [medeverdachte 1] en de gebruiker ‘crypto’ waarin gesproken werd over ‘11nba’ dat met de ‘83’ eveneens werd gesproken over blokken (kilo’s) cocaïne.
Uit de overige berichten blijkt dat wanneer er over “UK” wordt gesproken, telkens het Verenigd Koninkrijk wordt bedoeld. Het schrijven van “uk” zonder hoofdletters, maakt dat niet anders. Daar komt bij dat verdachte nooit een verklaring heeft afgelegd omtrent de betekenis en context van deze chatberichten. Bij gebrek aan een aannemelijke alternatieve uitleg door verdachte, ziet de rechtbank geen reden om een andere betekenis toe te kennen aan de chatberichten dan door de politie is gedaan. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.
De rechtbank heeft daarnaast gelet op de inhoud van het bericht van verdachte geen enkele reden om te twijfelen of de 83 kilo cocaïne ook daadwerkelijk is geëxporteerd. Op geen enkele wijze blijkt uit de talloze berichten dat er drugs niet zouden zijn geleverd terwijl dat wel was afgesproken. Ook dit verweer van de raadsman wordt verworpen.
Vanaf 11 november 2015 wordt gesproken over een transport van 104 stuks ‘vieze en dure’ vanaf Hulst. Met betrekking tot die tweede zending stelt de rechtbank vast dat verdachte niet in deze berichten naar voren komt. Hoewel het, gezien zijn positie binnen het crimineel samenwerkingsverband, voorstelbaar is dat verdachte ook van deze zending op de hoogte was, kan de rechtbank dat niet – op basis van de berichten die zich in het dossier bevinden – met de wettelijk vereiste mate van zekerheid vaststellen. Verdachte wordt hiervan partieel vrijgesproken.
Feit 3: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A en/of C van de Opiumwet gegeven verbod (import 1200 kilo cocaïne, althans 200 kilo cocaïne).
Uit de chatberichten tussen verdachte en Encrochat-accounts [gebruikersnaam 1] ( [medeverdachte 1] ), [gebruikersnaam 2] [gebruikersnaam 3] blijkt dat er vanaf 26 maart 2020 contact wordt gelegd en onderhouden met [gebruikersnaam 2] over wanneer de boot met cocaïne binnen zou komen. Op het moment dat ‘de bak’ (container) in Nederland is binnengekomen en onderweg is naar een loods, wordt [medeverdachte 1] op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen. Deze informatie speelt [medeverdachte 1] weer door naar (onder andere) verdachte. Hetzelfde geldt voor het feit dat de bak gelost wordt en “het” erin zit. Verdachte stuurt diezelfde middag naar zijn partner dat zij iets te vieren hebben, omdat zijn bak met spullen binnen zijn gekomen. Nadat de bak is gelost, wordt er door [medeverdachte 1] contact gelegd met [gebruikersnaam 2] met de vraag welke stempels erop zitten en welke prijzen hij heeft gehoord. De rechtbank gaat ervan uit dat [medeverdachte 1] het hier heeft over een eventuele verkoopprijs van de ingevoerde cocaïne. Bij Encrochat-gebruiker [gebruikersnaam 4] is in chatberichten van 28 maart 2020 financiële informatie aangetroffen, waaronder een notitie over de betaling van “ [alias verdachte] ”, een van de bijnamen van [medeverdachte 1] . Uit de notitie blijkt dat verdachte onder andere 310.000 en 440.000 heeft betaald, hetgeen overeenkomt met de notities die zijn aangetroffen in het Encrochat-account van [medeverdachte 1] .
Verdachte had wetenschap van de volledige hoeveelheid cocaïne die zich in de container bevond, investeerde geld om zijn container naar Nederland te verschepen en werd door [medeverdachte 1] op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen. Zijn neef [medeverdachte 1] was verantwoordelijk voor het onderhouden van contact met andere investeerders en betrokkenen. Dat verdachte “enkel” 200 kilo cocaïne afneemt om door te verkopen, is naar het oordeel van de rechtbank – zoals ook hiervoor overwogen ten aanzien van de 4000 kilo – niet van belang. Verdachte draagt er met zijn investering aan bij dat de gehele partij naar Nederland wordt verscheept. Er is sprake van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en meerdere betrokkenen voor de gehele 1200 kilo cocaïne. Dat leidt ertoe dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de invoer van deze gehele partij cocaïne.
Feit 4: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod (2500 kilo MDMA, althans een hoeveelheid MDMA).
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een hoeveelheid MDMA opzettelijk aanwezig heeft gehad. Uit de berichten is gebleken dat [medeverdachte 1] op 10 juni 2020 naar [gebruikersnaam 5] stuurt: “Heb ergens nog 2500m staan die moeten ook weg”. Verdachte komt in die conversatie niet voor. Twee maanden later heeft verdachte het erover dat hij nog veel “M” (de rechtbank begrijpt MDMA) heeft zitten. Weer twee maanden later stuurt verdachte het volgende: “Heb geen rondje liggen maat wel m en er komt veel vraag nu maar vertrouw deze tel niet meer iedereen zegt dat ie niet goed meer is maar als de m boven 2 rugge staat wil ik verkopen.” De politie concludeert dat er sprake is van een relatief korte tijdsperiode die er zit tussen de berichten van [medeverdachte 1] en de berichten van verdachte. Anders dan het Openbaar Ministerie kan de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de hoeveelheid MDMA waar verdachte over spreekt dezelfde partij is als de door [medeverdachte 1] genoemde 2500 kilo. Het tijdsverloop is daarvoor te groot en ook mede gelet op het feit dat er binnen de criminele organisatie naar het oordeel van de rechtbank regelmatig met grote partijen cocaïne werd gewerkt. Dat verdachte geen enkele alternatieve verklaring heeft afgelegd omtrent de berichten, maakt dat niet anders. Om die reden zal verdachte partieel worden vrijgesproken. De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een grote hoeveelheid MDMA opzettelijk voorhanden heeft gehad. Hierbij is onvoldoende bewijs voor medeplegen. Daar wordt verdachte partieel van vrijgesproken.
Feit 5: poging tot uitlokking van moord of (zware) mishandeling van, althans enig (gewelds)misdrijf.
De rechtbank acht dit feit niet wettig en overtuigend bewezen en overweegt als volgt.
Uit de Encro-berichten wordt duidelijk dat verdachte en [medeverdachte 1] een probleem hebben met [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ). Dit blijkt uit berichten van [medeverdachte 1] zoals “En heel snel want ga met hem kop voetballen geloofmij niu” en “Als 1 ding nog verkeerd zie of hoor van hem dan is 1 sms en is die zelfde dag of volgemde dag weg. Heb alles al klaar daarvoor. Adressen en jomgens wie meteen actie voeren.”, waarop wordt gereageerd door verdachte: “Ik zou niet afwachten als je de kans heb nu.” In de ochtend van 1 april 2020 wordt er door [medeverdachte 1] nagevraagd op welk adres [slachtoffer] woont. “ [adres] ” antwoordt Encrochat-gebruiker [gebruikersnaam 6] dan. Tien minuten later wordt door [medeverdachte 1] voor het eerst contact gelegd met Encrochat-gebruiker [gebruikersnaam 7] . Allereerst wordt de situatie uitgelegd: “Yes little stress mate but for the rest everything oke. Im waiting for the adres in benalmadenathan i let you know. The muther fucker keep saying realy bad thing about rolex. This guy we always helped en give money and now he is talking bad about rolex and ap and saying he's going to kill them.” en “This problem have to be solved soon”. Tevens wordt er door [medeverdachte 1] een recente foto van [slachtoffer] opgevraagd en vervolgens doorgestuurd naar [gebruikersnaam 7] . Hierop antwoordt [gebruikersnaam 7] dat [medeverdachte 1] alle details aan hem door moet geven wanneer zij elkaar persoonlijk treffen. Op 4 april 2020 wordt door [gebruikersnaam 7] gestuurd: “Mate we meet up next week and I sort this for yous ok”.
De rechtbank stelt vast dat verdachte en [medeverdachte 1] over [slachtoffer] hebben gesproken En hebben besproken wat voor nare plannen zij voor hem in petto hebben. Er zijn aanwijzingen dat [medeverdachte 1] met [gebruikersnaam 7] heeft gesproken over [slachtoffer] en dat daarin wordt besproken dat ‘het probleem’, de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] , moet worden opgelost. Voor een bewezenverklaring van een poging tot uitlokking in de zin van artikel 46a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) moet in de onderhavige zaak de vraag worden beantwoord of verdachte daadwerkelijk heeft geprobeerd om [gebruikersnaam 7] te bewegen, door middel van een belofte en/of door het verschaffen van inlichtingen, om [slachtoffer] van het leven te beroven, (zwaar) te mishandelen of enig (gewelds)misdrijf te plegen.
Voor de rechtbank staat vast dat [medeverdachte 1] contact heeft met [gebruikersnaam 7] waarbij er wel enige inlichtingen zijn verstrekt (een foto), maar niet is gebleken dat de door [medeverdachte 1] en verdachte besproken plannen worden gedeeld met [gebruikersnaam 7] . Onduidelijk is of het adres van [slachtoffer] is gedeeld. Onduidelijk is of de ontmoeting tussen verdachte of [medeverdachte 1] en [gebruikersnaam 7] waarin alle details zouden worden besproken daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en zo ja, wat daar dan is besproken. Ook is onduidelijk of er is gesproken over een financiële vergoeding of over iets anders waaruit een belofte kan worden afgeleid. De rechtbank is van oordeel dat er daarom geen sprake is van een concretisering van de uitlokking. Dergelijke berichten als hiervoor genoemd bevinden zich niet in het dossier. De rechtbank is al met al van oordeel dat het enkel doorsturen van een foto door [medeverdachte 1] in voornoemde context onvoldoende is om tot het oordeel te komen dat
verdachte, tezamen en in vereniging, daadwerkelijk gepoogd heeft [gebruikersnaam 7] uit te lokken tot moord op of (zware) mishandeling van, althans het plegen van enig (gewelds)misdrijf tegen [slachtoffer] .
De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 5.
Feit 6: (gewoonte)witwassen.
De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de bewijsmiddelen die in de bewijsbijlage zijn weergegeven. De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de ten laste gelegde geldbedragen en exclusieve horloges zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Het gaat om grote contante geldbedragen en exclusieve horloges die veelal werden overgedragen via ondergronds bankieren. Verdachte had geen legale inkomsten en hield zich vele jaren structureel bezig met (internationale) drugshandel in georganiseerd verband. Met de grootschalige handel in harddrugs worden grote sommen (contant) geld verdiend. Verdachte heeft nooit een verklaring afgelegd en dus niets tegen het vermoeden van witwassen ingebracht.
Verdachte heeft door zijn handelen de geldbedragen en horloges buiten het zicht van de autoriteiten gehouden. Hij heeft verhuld waar het vandaan kwam, van wie het was en aan wie het werd overgedragen. Het witwassen heeft een zodanige omvang en continuïteit gehad dat naar het oordeel van de rechtbank ook bewezen kan worden dat verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Ook het medeplegen acht de rechtbank bewezen gelet op de uit de chats blijkende samenwerking met anderen. Met betrekking tot het witwassen van het horloge in de periode van 26 oktober 2022 tot en met 4 november 2022 merkt de rechtbank op dat uit de berichten is gebleken dat in opdracht van verdachte het horloge wordt gepakt en verzonden. Daar komt bij dat verdachte op de hoogte werd gehouden van het transport van het horloge. De rechtbank wijst op het volgende bericht: “Klok is ook veilig door de douane stuurt brillie net.” Er is derhalve sprake van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Feit 7 en feit 8: deelneming als leider aan de criminele organisatie.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de deelneming aan een criminele organisatie, omdat er voor de hiervoor genoemde feiten vrijspraak werd bepleit.

Algemeen.

Van een ‘organisatie’ als bedoeld in artikel 140 van Pro het Sr en artikel 11b Opiumwet (hierna: Ow) is sprake als het gaat om een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen ten minste twee personen. Van ‘deelneming’ aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro en 11b Ow kan slechts sprake zijn als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in artikel 11b Ow bedoelde oogmerk. Daarbij geldt dat de verdachte in zijn algemeenheid moet weten (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van (Opiumwet)misdrijven. De verdachte hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd. Om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt is niet vereist dat daarbij komt vast te staan dat de verdachte moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling binnen het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.

De organisatie.

De rechtbank is op grond van de geselecteerde bewijsmiddelen van oordeel dat sprake is geweest van een duurzaam samenwerkingsverband tussen – onder andere – verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] . Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de organisatie zich jarenlang op zeer grote schaal bezighield met criminele activiteiten met betrekking tot verdovende middelen, waaronder de (internationale) handel in verschillende soorten harddrugs. Het oogmerk van dit samenwerkingsverband was derhalve gericht op het plegen van dit soort misdrijven. Het op grote schaal witwassen van drugswinsten, onder andere via ondergronds bankieren, behoorde ook tot de dagelijkse werkzaamheden.

De rol van verdachte en andere leden van de organisatie.

Uit de vele chatberichten blijkt dat verdachte als leider van de organisatie kan worden bestempeld. Hij was betrokken bij het organiseren van de internationale handel in harddrugs en nam – veelal op afstand – de strategische beslissingen. Hij stuurde [medeverdachte 1] en anderen aan, was (mede)verantwoordelijk voor de financiën en werd op de hoogte gehouden van de resultaten van de drugshandel. De rechtbank wijst ter illustratie op het volgende. Op 27 maart 2020 wordt verdachte door [medeverdachte 1] op de hoogte gebracht van het feit dat “het in de bak zit” en dat ze de bak aan het lossen zijn. Uit onderzoek is gebleken dat het hier gaat om de import van 1200 kilogram cocaïne. Verdachte heeft het er vervolgens in een chat met zijn vriendin over dat ‘zijn bak met spullen’ binnen is en dat hij wat te vieren heeft. Op 4 januari 2023 geeft verdachte de opdracht aan [medeverdachte 1] om zijn schoonmoeder “pap” te brengen, omdat zij de rekeningen moet betalen.
Uit de chatberichten en opgeslagen notities blijkt dat [medeverdachte 1] verantwoordelijk is geweest voor de dagelijkse leiding van de organisatie. Hij geeft onder andere opdrachten om geld, drugs en “klokken” (horloges) op te halen, te vervoeren en af te leveren. Daarnaast stuurt hij andere leden van de organisatie aan bij de uitvoering van verschillende werkzaamheden, houdt hij zich bezig met het transport en de in- en verkoop van drugs en houdt hij de financiële administratie nauwkeurig bij. Op 14 april 2016 regelt hij bijvoorbeeld dat er drugs worden opgehaald, hoeveelheden worden afgeleverd in Etten-Leur en “pap” (geld) wordt opgehaald. Als hem op 15 september 2022 “ice” of een “base van ice” wordt aangeboden, geeft hij aan dat eerst de prijs nagevraagd moet worden voordat ze het product inkopen. [medeverdachte 1] is blijkens de onderschepte pgp-berichten vanaf november 2015 tot het moment van zijn aanhouding in februari 2023 zeer actief en dagelijks bezig met zijn leidinggevende en coördinerende werkzaamheden voor de criminele organisatie.
[medeverdachte 2] hield zich bezig met transporten en het verrichten van hand- en spandiensten in opdracht van [medeverdachte 1] . Hij hield zich – onder meer – bezig met het vervoeren en afleveren van harddrugs. Voor zijn werkzaamheden kreeg hij een financiële beloning van [medeverdachte 1] .
[medeverdachte 3] , is door [medeverdachte 1] actief betrokken bij de criminele organisatie en vervulde daarin een vergelijkbare rol als [medeverdachte 2] .
[medeverdachte 4] fungeerde binnen de organisatie als vaste geldkoerier en heeft in opdracht van verdachte zeer grote contante geldbedragen weggebracht en opgehaald, voornamelijk in het kader van ondergronds bankieren.
De rechtbank acht feit 7 en feit 8 wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft gedurende de gehele ten laste gelegde periode als leider (strategisch leidinggevende) deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op het plegen van drugsdelicten (feit 7) en gewoontewitwassen (feit 8).

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in het in de bijlage (2) uitgewerkte bewijsmiddelenoverzicht, komt de rechtbank tot het oordeel dat ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen is dat:
Feit 1:
hij opeen of meertijdstippen inof omstreeksde periode(s)van 01 november 2015 tot en met 13 juni 2016 en/ofvan 21 november 2019 tot en met 03 februari 2023te Oss en/of Lith,(beiden) gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of Waalre en/of Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, en/of Rotterdam en/of Arnhem en/of Roermond en/of Etten-Leur en/of (elders)in Nederland en/of Dubai (VAE) tezamen en in vereniging meteen ander ofanderen,althans alleen,(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken en/ofverwerken en/ofverkopen en/ofafleveren en/ofverstrekken en/ofvervoeren en/ofvervaardigen en/ofbinnen en/ofbuiten het grondgebied van Nederland brengen van
- (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) cocaïne en/of
- (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) amfetamine en/of
- (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) methamfetamine en/of
- (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) MDMA,
zijnde cocaïne en/ofamfetamine en/ofmethamfetamine en/ofMDMA(elk)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,en/of
- (een) hoeveelhe(i)d(en) (van (een) materia(a)l(en)) bevattende) enig(e) (ander(e)) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst Ivoor te bereiden en/ofte bevorderen, (telkens)
- (een) ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegenen/of te doen plegenen/ofmede te plegen en/ofuit te lokken en/ofom daarbij behulpzaam te zijn en/ofom daartoe gelegenheid en/ofmiddelen en/ofinlichtingen te verschaffen (sub 1°) en/of
- zich en/of(een) ander(en) gelegenheid en/ofmiddelen en/ofinlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen (sub 2°) en/of
-(een)voorwerp(en)en/ofvervoermiddel(en)en/ofstof(fen)en/ofgeld(en) en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemdwas/waren tot het plegen van dat/die feit(en) (sub 3°),

hebbende hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) (telkens)

- gechat en/ofgesproken en/ofinformatie ingewonnen/gedeeld en/ofinformatie laten inwinnen/delen en overlegd en/oflaten overleggen en/of(een of meer van verdachtes mededaders) het laten hebben over:
- de verkrijging/aankoop en/ofde verkoopprijs en/ofde kosten en/ofde kwaliteit en/ofhet (regelen van) transport en/ofde (handels)voorraad en/ofde verpakking en/ofde (aflevering en/ofde in-/uitvoer en/ofhet (daartoe) opzettenen/of (laten) testen van (een) traject(en)/route(s)en/ofde (internationale) handel van/in/voor een of meer van bovengenoemde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of
- de verkrijging/aankoop en/of(aflevering en/ofhet regelen van(een)(pre-)precursor(en)/grondstof(fen)voor de bereiding van een of meer van genoemde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/ofde (wijze van) bereiding/productie vaneen of meer vandie middelen en/of
- (de mogelijkheid tot en/of voorbereiding van) de invoer van een totale hoeveelheid van 4.000 kilogramof daaromtrent, althans (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en),cocaïne en/ofhet (laten) bestellen van(een)hoeveelhe(i)d(en) van/uit die in te voeren totale(grote)hoeveelhe(i)d(en)cocaïne en/of
-(een) (grote)hoeveelhe(i)d(en)van eenof meervan voornoemde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I besteld en/oflaten bestellen, waarbij verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) (onder meer) (opof omstreeks09 juni 2020) heeft aangegeven of heeft laten aangeven mee te doenbij/voor(de invoer van)2000 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid,cocaïne en/of
- (een) (potentiële) leverancier(s) en/of (potentiële) koper(s) van/voor een of meer van voornoemde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I gezocht en/of laten zoeken en/of benaderd en/of laten benaderen en/ofeen of meer van die middelen(aan elkaar)ter (ver)koop aangeboden en/ofaan laten bieden en/ofverkocht en/oflaten verkopen en/of(af)geleverd en/oflaten(afleveren en/of- ter test - (een) container(s) meten/of(een) monster(s) van een of meer van die middelen aangeboden en/ofaan laten bieden en/of(af)geleverd en/ofaan/af laten leveren en/of
- in het kader van voormelde activiteit(en)(met elkaar) middels de cryptocommunicatiedienst(en)/-platform(s)PGPSafe en/ofEncroChat en/ofSkyECC en/ofEXCLU,althans een of meer cryptocommunicatiediensten/platform(s), en/of (een) pgp-/cryptotelefoon(s)gecommuniceerd en/oflaten communicerenen/of contact gehad/gehouden en/of contact laten hebben/houdenen/of(hiertoe)(een of meer van)die pgp-/cryptotelefoon(s)geregeld en/oflaten regelen en/ofgedistribueerden/of laten distribuerenen/ofgeld ingelegd/geïnvesteerd en/of(een) betaling(en) verricht en/oflaten verrichten en/of(een) (winst-/prijs-/betalings)afspra(a)k(en) gemaakt en/oflaten maken en/of(een) ontmoeting(en) gehad en/oflaten hebben;
Feit 2
hij inof omstreeksde periode van 01 november 2015 tot en met 13 november 2015te Oss en/of Lith, (beiden) gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of ’s-Hertogenbosch en/of Kapellebrug, gemeente Hulst, en/of (elders)in Nederland en/of Dubai (VAE) en/ofeen of meer plaatsenin België en/of het Verenigd Koninkrijk tezamen en in vereniging meteen ander ofanderen,althans alleen,opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht -al dan nietals bedoeld in artikel 1, lid 5 van de Opiumwetalthans opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een)totale hoeveelhe(i)d(en)van(ongeveer)83'stuks’/kilogramen/of van (ongeveer) 104 ‘stuks’/kilogram, althans (een) hoeveelhe(i)d(en), (van een materiaal bevattende) cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval enig middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Feit 3
hij inof omstreeksde periode van 01 maart 2020 tot en met 27 maart 2020te Lith, gemeente Oss , en/of via de Nederlandse territoriale wateren en/of te Rotterdam en/of (elders)in Nederland en/of Dubai (VAE) tezamen en in vereniging meteen ander ofanderen,althans alleen,opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/ofopzettelijk aanwezig heeft gehad een totale hoeveelheid van(ongeveer)1200'stuks’/kilogram,althans een totale hoeveelheid van (ongeveer) 200 'stuks’/kilogram (van/uit een totale hoeveelheid van (ongeveer) 1200 'stuks’/kilogram), in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en),(van een materiaal bevattende) cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, in elk geval enig middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Feit 4
hij inof omstreeksde periode van 10 juni 2020 tot en met 11 november 2020te Lith, gemeente Oss , en/of (elders)in Nederland en/of Dubai (VAE)tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad een groteeen totale hoeveelheid van (ongeveer) 2.500 ‘stuks’/kilogram, althans (een)hoeveelhe(i)d(en), (van een materiaal bevattende) MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval enig middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Feit 5
hij in of omstreeks de periode van 16 maart 2020 tot en met 04 april 2020 te Lith, gemeente Oss , en/of Vlijmen, gemeente Heusden, en/of (elders) in Nederland en/of Benalmadena (ES) en/of (elders) in Spanje en/of Dubai (VAE) en/of een of meer (andere) plaatsen op de wereld tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft gepoogd om een ander, te weten een persoon gebruikmakend van het EncroChat-account [gebruikersnaam 7] en/of (voor/bij verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)) werkend/bekend/gebruikmakend met/onder/van de nickname(s)/ (gebruikers)na(a)m(en) ‘ [gebruikersnaam 9] ’ en/of' [gebruikersnaam 10] ', door (een) in artikel 47, eerste lid, onder 2° van het Wetboek van Strafrecht vermeld(e) middel(en), te weten door het verschaffen van gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of (een) inlichting(en), te bewegen om
[slachtoffer] te vermoorden of (zwaar) te mishandelen, althans jegens [slachtoffer] enig (gewelds)misdrijf te begaan, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)
- aangegeven en/of gedeeld dat voomoemde [slachtoffer]
- gebruikmakend van EncroChat-account

[gebruikersnaam 8] - (nu) gek geworden is en/of (nu) ontspoord/doorgedraaid is en/of (nu) (gevaarlijk) te ver is gegaan en/of (zakelijk weergegeven)

- dat hij/zij met de kop van [slachtoffer] gaat/gaan voetballen en/of
- dat [slachtoffer] nu wel weet dat hij er aan gaat en/of
- dat het (nu) klaar/afgelopen is en/of ze er klaar voor zijn en/of
- dat 'adressen en jongens’ zijn geregeld en/of beschikbaar zijn om meteen tot actie over te kunnen gaan en/of
- dat als iemand hem/hen, verdachte en/of (een van) verdachtes mededader(s), een verrader noemt, hij/zij, verdachte en/of (een van) verdachtes mededader(s), diegene meteen een gat in zijn kop schiet en/of laat schieten en/of - dat als [slachtoffer] nog twee dingen verkeerd zegt, één sms voldoende is en dan dezelfde dag of de volgende dag weg is en/of
- dat (nadat [slachtoffer] dreigt alles op facebook te zetten) zij ‘het’ ( [slachtoffer] ) zo snel mogelijk op laten ruimen en/of
- (telefonisch) contact laten zoeken/opnemen en/of laten houden en/of (telefonisch) contact gezocht/opgenomen en/of gehouden met voormelde ander (gebruiker van het EncroChat-account [gebruikersnaam 7] en/of‘ [gebruikersnaam 9] ’ en/of‘ [gebruikersnaam 10] ’) en/of hem, die ander, (daarbij) ingelicht en/of laten inlichten en/of laten weten (zakelijk weergegeven)
- dat die ‘mother fucker’ ( [slachtoffer] ) (nu) slechte dingen roept over ‘Rolex’ en/of‘AP’ (zijnde verdachte) en/of roept dat hij, [slachtoffer] , hem/hen - ‘Rolex’ en/of‘AP’ (zijnde verdachte) - gaat vermoorden en/of
- dat ‘dit probleem’ snel moet worden opgelost, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of
- (hiertoe) geïnformeerd en/of laten informeren en/of gezocht en/of laten zoeken en/of navraag en/of (een) check(s) gedaan en/of navraag en/of (een) check(s) laten doen naar de (actuele) adres-/verblijfgegevens en/of een (recente) foto en/of (andere) persoonlijke informatie betreffende die [slachtoffer] en/of deze gegevens/informatie gestuurd of laten sturen naar en/of gedeeld of laten delen met genoemde ander (gebruiker van het EncroChat-account [gebruikersnaam 7] en/of ‘ [gebruikersnaam 9] ’ en/of ‘ [gebruikersnaam 10] ’) en/of
- (hiertoe) het EncroChat-account van die [slachtoffer] actief gelaten en/of verlengd of laten verlengen en/of
- (hiertoe) met die ander (gebruiker van het EncroChat-account [gebruikersnaam 7] en/of ' [gebruikersnaam 9] ’ en/of ‘ [gebruikersnaam 10] ’) (een) afspra(a)k(en) gemaakt en/of laten maken;
Feit 6
hij inof omstreeksde periode(s)van 27 maart 2020 tot en met 29 augustus 2020 en/ofvan 09 september 2022 tot en met 25 januari 2023te Lith, gemeente Oss , en/of Hellouw, gemeente West-Betuwe, en/of (elders)in Nederland en/of in Dubai (VAE)en/of te Londen (VK) en/of Manchester (VK) en/of Stockport (VK)en/of(elders)in het Verenigd Koninkrijk en/of in Spanje tezamen en in vereniging meteen ander ofanderen,althans alleen,van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen,immersheeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) vanhet/de hierna te noemen voorwerp(en)
- de werkelijke aard en/ofde herkomsten/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/ofverhuld dan wel verborgen en/ofverhuld wie de rechthebbende(n) opdit/deze voorwerp(en)was/waren n, en/of dit/deze voorwerp(en) verworven en/ofvoorhanden gehad en/ofovergedragenen/of omgezeten/ofhiervan gebruik gemaakt, te weten:
- (inof omstreeksde periode van 28 juli 2020 tot en met 29 augustus 2020) een totaal aan contante geldbedragen van(ongeveer)1.870.000 Britse/Schotse ponden(7.990.520 AED/VAE-dirham)en/ofeen totaal aan contante geldbedragen van(ongeveer)EUR 620.000(2.550.370 AED/VAE-dirham)
(Zaakdossier LERCE22005-483 I Bijlage ll(LERCE22005-184, sub F) en Aanvulling LERCE22005-483-11 Bijlage 8 (LERCE22005-787, sub A13 - A15), althans een of meer (aanzienlijke) contante geldbedragen, en/of
- (opof omstreeks09 september 2020) een contant geldbedrag van EUR 82.000
(Aanvulling LERCE22005-483-1 I Bijlage 8 (LERCE22005-787, sub A16), althans een (aanzienlijk) contant geldbedrag,en/of
- (inof omstreeksde periode van 26 oktober 2022 tot en met 04 november 2022) een(exclusief)horloge(Zaakdossier LERCE22005-483 I Bijlage 9 (LERCE22005-549, sub
A30/A33)en/of
- (inof omstreeksde periode van 08 oktober 2022 tot en met 10 oktober 2022)(een)contant(e)geldbedrag(en)vanEUR 10.000 en/ofEUR 12.000(Zaakdossier LERCE22005-483 I Bijlage 9 (LERCE22005-549, sub A22), althans een of meer (aanzienlijke) contante geldbedragen,en/of
- (inof omstreeksde periode van 27 december 2022 tot en met 08 januari 2023)(een)contant(e)geldbedrag(en)van 100.000 AED/VAE-dirham en/of30.000 AED/VAE-dirham en/of68.000 AED/VAE-dirham en/of22.000 AED/VAE-dirham (Zaakdossier LERCE22005-483 I Bijlage 9 (LERCE22005-549, sub A53 en Aanvulling LERCE22005-483-1 I Bijlage 7 (LERCE22005-780, sub A8), althans een of meer (aanzienlijke) contante geldbedragen,en/of
-een of meerandere(aanzienlijke)contante geldbedragen en/ofandere(exclusieve)horloges,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) datdit/deze voorwerp(en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstigwas/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;
Feit 7:
hij inof omstreeksde periode van 01 november 2015 tot en met 03 februari 2023te Oss en/of Lith, (beiden) gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of (elders)in Nederland en/of Dubai (VAE) als leider heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten hem, verdachte, en/of[medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 3] (geboren op [2003] ) en/of[medeverdachte 2] en/of een of meerandere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid en/of10a eerste lid Opiumwet;
Feit 8:
hij inof omstreeksde periode van 01 november 2015 tot en met 03 februari 2023te Lith, gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of Waalwijk en/of Hellouw, gemeente West Betuwe, en/of (elders)in Nederland en/of Dubai (VAE) en/ofeen of meer plaatsenin Spanje en/of het Verenigd Koninkrijk als leider heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten hem, verdachte, en/of[medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 4] en/of een of meerandere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het(gewoonte)witwassen van(aanzienlijke)contante geldbedragen en/of (exclusieve)horloges;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren en een geldboete van
€ 87.000,--.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft bepleit dat bij strafoplegging een aanzienlijk lagere straf moet worden opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank dient onder andere rekening te houden met de Wet Straffen en beschermen en met het feit dat er geen sprake is geweest van geweldpleging. De raadsman verwijst hierbij naar vergelijkbare zaken waarin er een lagere gevangenisstraf is geëist en opgelegd. Tot slot is de raadsman van mening dat een geldboete niets toevoegt, omdat er ook een ontnemingsvordering aan de orde is.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte was gedurende een periode van ruim zeven jaar leidinggevende in een criminele organisatie gericht op het plegen van een breed scala aan grootschalige Opiumwetdelicten en gewoontewitwassen. Verdachte heeft zich verder viermaal schuldig gemaakt aan het overtreden van de Opiumwet. Het ging hierbij – onder andere – om strafbare voorbereidingshandelingen van – kort gezegd – Opiumwetdelicten, de voltooide internationale handel in en het aanwezig hebben van harddrugs. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van onder meer forse contante geldbedragen.
De rechtbank zal de leidinggevende positie van verdachte binnen de criminele organisatie sterk laten meewegen in de strafmaat. Verdachte is, ondanks de vele criminele activiteiten waaraan hij zich jarenlang en bij herhaling schuldig heeft gemaakt, steeds buiten beeld van politie en justitie gebleven dankzij het gebruik van cryptocommunicatie en het feit dat hij de uitvoerende werkzaamheden met betrekking tot de voorbereidingshandelingen, het transport en de verkoop van harddrugs en het witwassen overliet aan andere, lager op de ladder van de organisatie staande personen (zoals [medeverdachte 1] ), die daarmee ook de meeste risico’s liepen. Dit blijkt ook uit de hoeveelheid berichten die verdachte zelf heeft verstuurd. Verdachte komt enkel in beeld indien er op belangrijke momenten een beslissing moet worden genomen. Daarnaast wordt verdachte door anderen op de hoogte gehouden van het reilen en zeilen binnen de organisatie.
Het spreekt voor zich dat een organisatie met als doelstelling het plegen van misdrijven als hiervoor genoemd de rechtsorde ernstig en ontoelaatbaar ondermijnt. Hiertegen moet dan ook strafrechtelijk hard worden opgetreden. Het gaat hier om een professionele drugs- en witwasorganisatie, waarbij het beramen en plegen van strafbare feiten ‘business as usual’ was. Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen en gebruikers hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag bekostigen, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen. Van de handel in verdovende middelen is bovendien algemeen bekend dat deze steeds meer gepaard gaat met andere, ook zwaardere vormen van criminaliteit. Witwassen leidt tot ontwrichting van het economische en financiële verkeer, omdat daarbij de (criminele) herkomst van gelden en andere goederen wordt verhuld. Door de vermenging hiervan met legale goederen wordt de integriteit van het financieel en economisch bestel ernstig schade toegebracht. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken en heeft kennelijk enkel gehandeld uit eigen financieel gewin.
De criminele organisatie van verdachte lijkt miljoenen euro’s te hebben verdiend. De rechtbank heeft geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de organisatie heeft stilgelegen in de periodes dat er (bij gebrek aan beschikbare cryptocommunicatie) geen zicht is geweest op de activiteiten van de organisatie. Er zijn geen aanloop- of pauzeberichten zichtbaar in de wel onderschepte en vastgelegde communicatie De onderschepte berichten van pgp-safe, encro, SKY-ECC en Exclu laten een beeld zien van een zeer actieve organisatie die elke mogelijkheid om snel en veel geld te verdienen met grootschalige drugshandel aangrijpt. Daar komt bij dat uit de berichten is gebleken dat verdachte, samen met [naam] , actief is geweest als distributeur van cryptodiensten. Verdachte heeft nooit een verklaring willen afleggen en neemt geen verantwoordelijkheid voor de gepleegde feiten. Hij is vertrokken naar Dubai en is niet op de inhoudelijke behandeling van zijn zaak verschenen.
De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.
De raadsman heeft de rechtbank verzocht – in strafmatigende zin – rekening te houden met de op 1 juli 2021 in werking getreden Wet Straffen en beschermen. De wet bevat geen overgangsbepaling zodat de regeling onmiddellijke werking heeft, in die zin dat op vonnissen van na 1 juli 2021 het nieuwe regime van toepassing is. Er is ook anderszins geen rechtsregel die de rechter voorschrijft om bij de strafoplegging met de gevolgen van de gewijzigde regeling van de voorwaardelijke invrijheidsstelling rekening te houden en de rechtbank ziet daar zelf ook geen aanleiding voor.
Gelet op de aard en ernst van de feiten en de lange pleegperiode ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte een langdurige, onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Dit met het oog op vergelding en speciale preventie: het voorkomen van het plegen van nieuwe strafbare feiten door verdachte. Daarnaast wil de rechtbank met deze straf anderen ontmoedigen soortgelijke strafbare feiten te plegen.
De rechtbank zal een lagere gevangenisstraf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank verdachte met betrekking tot een aantal feiten (partieel) vrijspreekt en zij van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van de feiten voldoende tot uitdrukking brengt.
De officier van justitie heeft gevorderd om tevens een geldboete van € 87.000,-- op te leggen, omdat de verdachte een fors financieel gewin moet hebben gehad bij de gepleegde feiten. De rechtbank ziet geen meerwaarde in het opleggen van een geldboete. Zij volgt de eis op dat punt dan ook niet.
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zestien jaren met aftrek van het voorarrest passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:
47, 57, 140 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;
2, 10, 10a en 11b van de Opiumwet.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
Vrijspraak
Spreekt verdachte vrij van hetgeen onder feit 5 aan hem is ten laste gelegd.
Bewezenverklaring.
Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.
Kwalificatie.
Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1:

Medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander gelegenheid of inlichtingen te verschaffen, een ander trachten te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn, daartoe voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.

Feit 2:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 3:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod.
en
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Feit 4:
Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 6:

Medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Feit 7:
Als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en 10a, eerste lid van de Opiumwet.
Feit 8:
Als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
Strafbaarheid.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Straf.
Legt op de volgende straf:
Een gevangenisstraf voor de duur van
16 jaar.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,
mr. W.A.F. Damen en mr. M.J.C. van der Vegte, leden, en
in tegenwoordigheid van mr. K.D.A.J. Hombergen, griffier,
en is uitgesproken op 11 juni 2026.
mr. W.A.F. Damen is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.
Bijlage 1: de tenlastelegging.
1
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode(s) van 01 november 2015 tot en met 13 juni 2016 en/of van 21 november 2019 tot en met 03 februari 2023 te Oss en/of Lith,(beiden) gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of Waalre en/of Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, en/of Rotterdam en/of Arnhem en/of Roermond en/of Etten-Leur en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van
- ( een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) cocaïne en/of
- ( een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) amfetamine en/of
- ( een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) metamfetamine en/of
- ( een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) MDMA,
zijnde cocaïne en/of amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA (elk) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of
- ( een) hoeveelhe(i)d(en) (van (een) materia(a)l(en)) bevattende) enig(e) (ander(e))middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, (telkens)
- ( een) ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen (sub 1°) en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen (sub 2°) en/of
- ( een) voorwerp(en) en/of vervoermiddel(en) en/of stof(fen) en/of geld(en) en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en) (sub 3°),
hebbende hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) (telkens)
- gechat en/of gesproken en/of informatie ingewonnen/gedeeld en/of informatie laten inwinnen/delen en/of overlegd en/of laten overleggen en/of (een of meer van verdachtes mededaders) het laten hebben over
- de verkrijging/aankoop en/of de verkoopprijs en/of de kosten en/of de kwaliteit en/of het (regelen van) transport en/of de (handels)voorraad en/of de verpakking en/of de (afjlevering en/of de in-/uitvoer en/of het (daartoe) opzetten en/of (laten) testen van (een) traject(en)/route(s) en/of de (internationale) handel van/in/voor een of meer van bovengenoemde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of
- de verkrijging/aankoop en/of (afjlevering en/of het regelen van (een) (pre-)precursor(en)/grondstof(fen) voor de bereiding van een of meer van genoemde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of de (wijze van) bereiding/productie van een of meer van die middelen en/of
- ( de mogelijkheid tot en/of voorbereiding van) de invoer van een totale hoeveelheid van 4.000 kilogram of daaromtrent, althans (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en), cocaïne en/of het (laten) bestellen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van/uit die in te voeren totale (grote) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne en/of
- ( een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een of meer van voornoemde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I besteld en/of laten bestellen,
waarbij verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) (onder meer) (op of omstreeks 09 juni 2020) heeft aangegeven of heeft laten aangeven mee te doen bij/voor (de invoer van) 2000 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid, cocaïne en/of
- ( een) (potentiële) leverancier(s) en/of (potentiële) koper(s) van/voor een of meer van voornoemde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I gezocht en/of laten zoeken en/of benaderd en/of laten benaderen en/of een of meer van die middelen (aan elkaar) ter (ver)koop aangeboden en/of aan laten bieden en/of verkocht en/of laten verkopen en/of (af)geleverd en/of laten (afjleveren en/of - ter test - (een) container(s) met en/of (een) monster(s) van een of meer van die middelen aangeboden en/of aan laten bieden en/of (afjgeleverd en/of aan/af laten leveren en/of
- in het kader van voormelde activiteit(en) (met elkaar) middels de cryptocommunicatiedienst(en)/-platform(s) PGPSafe en/of EncroChat en/of SkyECC en/of EXCLU, althans een of meer cryptocommunicatiediensten/platform(s), en/of (een) pgp-/cryptotelefoon(s) gecommuniceerd en/of laten communiceren en/of contact gehad/gehouden en/of contact laten hebben/houden en/of (hiertoe) (een of meer van) die pgp-/cryptotelefoon(s) geregeld en/of laten regelen en/of gedistribueerd en/of laten distribueren en/of geld ingelegd/geïnvesteerd en/of (een) betaling(en) verricht en/of laten verrichten en/of (een) (winst-/prijs-/betalings)afspra(a)k(en) gemaakt en/of laten maken en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of laten hebben;
(Zaakdossiers LERCE22005-477 I Aanvulling LERCE22005-477-1, LERCE22005-478 I Bijlage 6 (LERCE22005-187), LERCE22005-479 I Bijlage 5 (LERCE22005-526) I Aanvulling LERCE22005-479-1, LERCE22005-482, Aanvulling LERCE22005-774 en Aanvulling LERCE22005-688-1, in onderling verband en samenhang bezien met de rest van het dossier) (art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij in of omstreeks de periode van 01 november 2015 tot en met 13 november 2015 te Oss en/of Lith, (beiden) gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of ’s-Hertogenbosch en/of Kapellebrug, gemeente Hulst, en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE) en/of een of meer plaatsen in België en/of het Verenigd Koninkrijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht - al dan niet als bedoeld in artikel 1, lid 5 van de Opiumwet althans opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) totale hoeveelhe(i)d(en) van (ongeveer) 83 'stuks’/kilogram en/of van (ongeveer) 104 ‘stuks’/kilogram, althans (een) hoeveelhe(i)d(en), (van een materiaal bevattende) cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval enig middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
(Zaakdossier LERCE22005-660, in onderling verband en samenhang bezien met de rest van het dossier) (art 2 ahf Pro/ond A Opiumwet, art 2 ahf Pro/ond B Opiumwet, art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
3
hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2020 tot en met 27 maart 2020 te Lith, gemeente Oss , en/of via de Nederlandse territoriale wateren en/of te Rotterdam en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad een totale hoeveelheid van (ongeveer) 1200 'stuks’/kilogram, althans een totale hoeveelheid van (ongeveer) 200 'stuks’/kilogram (van/uit een totale hoeveelheid van (ongeveer) 1200 'stuks’/kilogram), in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en), (van een materiaal bevattende) cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, in elk geval enig middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
(Zaakdossier LERCE22005-478 I Aanvulling LERCE22005-478-1, in onderling verband en samenhang bezien met de rest van het dossier) (art 2 ahf Pro/ond A Opiumwet, art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
4
hij in of omstreeks de periode van 10 juni 2020 tot en met 11 november 2020 te Lith, gemeente Oss , en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een totale hoeveelheid van (ongeveer) 2.500 ‘stuks’/kilogram, althans (een) hoeveelhe(i)d(en), (van een materiaal bevattende) MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval enig middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
(Aanvulling LERCE22005-774 I Bijlagen 11 (LERCE22005-546, sub B3) en 12 (LERCE22005-736, sub A6), in onderling verband en samenhang bezien met de rest van het dossier) (art 2 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
5
hij in of omstreeks de periode van 16 maart 2020 tot en met 04 april 2020 te Lith, gemeente Oss , en/of Vlijmen, gemeente Heusden, en/of (elders) in Nederland en/of Benalmadena (ES) en/of (elders) in Spanje en/of Dubai (VAE) en/of een of meer (andere) plaatsen op de wereld tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft gepoogd om een ander, te weten een persoon gebruikmakend van het EncroChat-account [gebruikersnaam 7] en/of (voor/bij verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)) werkend/bekend/gebruikmakend met/onder/van de nickname(s)/ (gebruikers)na(a)m(en) ‘ [gebruikersnaam 9] ’ en/of' [gebruikersnaam 10] ', door (een) in artikel 47, eerste lid, onder 2° van het Wetboek van Strafrecht vermeld(e) middel(en), te weten door het verschaffen van gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of (een) inlichting(en), te bewegen om
[slachtoffer] te vermoorden of (zwaar) te mishandelen, althans jegens [slachtoffer] enig (gewelds)misdrijf te begaan, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s)
- aangegeven en/of gedeeld dat voomoemde [slachtoffer]
- gebruikmakend van EncroChat-account
[gebruikersnaam 8] - (nu) gek geworden is en/of (nu) ontspoord/doorgedraaid is en/of (nu) (gevaarlijk) te ver is gegaan en/of (zakelijk weergegeven)
- dat hij/zij met de kop van [slachtoffer] gaat/gaan voetballen en/of
- dat [slachtoffer] nu wel weet dat hij er aan gaat en/of
- dat het (nu) klaar/afgelopen is en/of ze er klaar voor zijn en/of
- dat 'adressen en jongens’ zijn geregeld en/of beschikbaar zijn om meteen tot actie over te kunnen gaan en/of
- dat als iemand hem/hen, verdachte en/of (een van) verdachtes mededader(s), een verrader noemt, hij/zij, verdachte en/of (een van) verdachtes mededader(s), diegene meteen een gat in zijn kop schiet en/of laat schieten en/of - dat als [slachtoffer] nog twee dingen verkeerd zegt, één sms voldoende is en dan dezelfde dag of de volgende dag weg is en/of
- dat (nadat [slachtoffer] dreigt alles op facebook te zetten) zij ‘het’ ( [slachtoffer] ) zo snel mogelijk op laten ruimen en/of
- ( telefonisch) contact laten zoeken/opnemen en/of laten houden en/of (telefonisch) contact gezocht/opgenomen en/of gehouden met voormelde ander (gebruiker van het EncroChat-account [gebruikersnaam 7] en/of‘ [gebruikersnaam 9] ’ en/of‘ [gebruikersnaam 10] ’) en/of hem, die ander, (daarbij) ingelicht en/of laten inlichten en/of laten weten (zakelijk weergegeven)
- dat die ‘mother fucker’ ( [slachtoffer] ) (nu) slechte dingen roept over ‘Rolex’ en/of‘AP’ (zijnde verdachte) en/of roept dat hij, [slachtoffer] , hem/hen - ‘Rolex’ en/of‘AP’ (zijnde verdachte) - gaat vermoorden en/of
- dat ‘dit probleem’ snel moet worden opgelost, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of
- ( hiertoe) geïnformeerd en/of laten informeren en/of gezocht en/of laten zoeken en/of navraag en/of (een) check(s) gedaan en/of navraag en/of (een) check(s) laten doen naar de (actuele) adres-/verblijfgegevens en/of een (recente) foto en/of (andere) persoonlijke informatie betreffende die [slachtoffer] en/of deze gegevens/informatie gestuurd of laten sturen naar en/of gedeeld of laten delen met genoemde ander (gebruiker van het EncroChat-account [gebruikersnaam 7] en/of ‘ [gebruikersnaam 9] ’ en/of ‘ [gebruikersnaam 10] ’) en/of
- ( hiertoe) het EncroChat-account van die [slachtoffer] actief gelaten en/of verlengd of laten verlengen en/of
- ( hiertoe) met die ander (gebruiker van het EncroChat-account [gebruikersnaam 7] en/of ' [gebruikersnaam 9] ’ en/of ‘ [gebruikersnaam 10] ’) (een) afspra(a)k(en) gemaakt en/of laten maken;
(Zaakdossier LERCE22005-625, in onderling verband en samenhang bezien met de rest van het dossier) (art 289 Wetboek Pro van Strafrecht, artikelen 300-303 Wetboek van Strafrecht, art 46a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
6
hij in of omstreeks de periode(s) van 27 maart 2020 tot en met 29 augustus 2020 en/of van 09 september 2022 tot en met 25 januari 2023 te Lith, gemeente Oss , en/of Hellouw, gemeente West-Betuwe, en/of (elders) in Nederland en/of in Dubai (VAE) en/of te Londen (VK) en/of Manchester (VK) en/of Stockport (VK) en/of (elders) in het Verenigd Koninkrijk en/of in Spanje tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het/de hierna te noemen voorwerp(en)
- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld dan wel verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dit/deze voorwerp(en) was/waren en/of wie dit/deze voorhanden had/hadden, en/of dit/deze voorwerp(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of hiervan gebruik gemaakt, te weten:
- ( in of omstreeks de periode van 28 juli 2020 tot en met 29 augustus 2020) een totaal aan contante geldbedragen van (ongeveer) 1.870.000 Britse/Schotse ponden (7.990.520 AED/VAE-dirham) en/of een totaal aan contante geldbedragen van (ongeveer) EUR 620.000 (2.550.370 AED/VAE-dirham)
(Zaakdossier LERCE22005-483 I Bijlage ll(LERCE22005-184, sub F) en Aanvulling LERCE22005-483-11 Bijlage 8 (LERCE22005-787, sub A13 - A15), althans een of meer (aanzienlijke) contante geldbedragen, en/of
- ( op of omstreeks 09 september 2020) een contant geldbedrag van EUR 82.000
(Aanvulling LERCE22005-483-1 I Bijlage 8 (LERCE22005-787, sub A16), althans een (aanzienlijk) contant geldbedrag, en/of
- ( in of omstreeks de periode van 26 oktober 2022 tot en met 04 november 2022) een (exclusief) horloge (Zaakdossier LERCE22005-483 I Bijlage 9 (LERCE22005-549, sub
A30/A33) en/of
- ( in of omstreeks de periode van 08 oktober 2022 tot en met 10 oktober 2022) (een) contant(e) geldbedrag(en) van EUR 10.000 en/of EUR 12.000 (Zaakdossier LERCE22005-483 I Bijlage 9 (LERCE22005-549, sub A22), althans een of meer (aanzienlijke) contante geldbedragen, en/of
- ( in of omstreeks de periode van 27 december 2022 tot en met 08 januari 2023) (een) contant(e) geldbedrag(en) van 100.000 AED/VAE-dirham en/of 30.000 AED/VAE-dirham en/of 68.000 AED/VAE-dirham en/of 22.000 AED/VAE-dirham (Zaakdossier LERCE22005-483 I Bijlage 9 (LERCE22005-549, sub A53 en Aanvulling LERCE22005-483-1 I Bijlage 7 (LERCE22005-780, sub A8), althans een of meer (aanzienlijke) contante geldbedragen, en/of
- een of meer andere (aanzienlijke) contante geldbedragen en/of andere (exclusieve) horloges,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;
(Zaakdossier LERCE22005-483 I Bijlagen 1 (LERCE22005-451), 8 (LERCE22005-558), 9 (LERCE22005-549), 11 (LERCE22005-184), 12 (LERCE22005-545) en 15 (LERCE22005-704) I Aanvulling LERCE22005-483-1, in onderling verband en samenhang bezien met de rest van het dossier) (art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub
1. Wetboek van Strafrecht)
7
hij in of omstreeks de periode van 01 november 2015 tot en met 03 februari 2023 te Oss en/of Lith, (beiden) gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE) als leider heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] (geboren op [2003] ) en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid en/of 10a eerste lid Opiumwet;
(Zaakdossier LERCE22005-688 I Aanvulling LERCE22005-688-1 en Aanvullend proces-verbaal LERCE22005-829, in onderling verband en samenhang bezien met de rest van het dossier) (art 11b lid 1 Opiumwet, art 140 lid 4 Wetboek Pro van Strafrecht)
8
hij in of omstreeks de periode van 01 november 2015 tot en met 03 februari 2023 te Lith, gemeente Oss , en/of Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en/of Waalwijk en/of Hellouw, gemeente West Betuwe, en/of (elders) in Nederland en/of Dubai (VAE) en/of een of meer plaatsen in Spanje en/of het Verenigd Koninkrijk als leider heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het (gewoonte)witwassen van (aanzienlijke) contante geldbedragen en/of (exclusieve) horloges;
(artikel 420bis/420ter Wetboek van Strafrecht) (Zaakdossiers LERCE22005-483 I Aanvulling LERCE22005-483-1, LERCE22005-501 en LERCE22005-688 I Aanvulling LERCE22005-688-1, in onderling verband en samenhang bezien met de rest van het dossier) ( art 140 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht en art. 140 lid 4 Wetboek Pro van Strafrecht)
Ten gevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging begaan is onder feit 6 na de woorden “
contante geldbedragen en/of andere (exclusieve) horloges”de zinsnede “
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven”niet opgenomen. De rechtbank herstelt deze omissie en leest de tenlastelegging onder feit 6 zoals hiervoor is vermeld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.