Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in voorwaardelijke reconventie met 15 producties;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 5 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
3.De feiten
“Bij komende kosten”en/of
“Kosten van het bijhouden zoals onkruid enzo”.
Boomkwekerij heeft [eiser] op 24 februari 2022 ook nog een factuur gestuurd voor werkzaamheden op een ander perceel, dat via [bedrijfsnaam 5] B.V. indirect ook toebehoort aan [eiser] . Deze werkzaamheden en de betreffende factuur staan echter los van de overeenkomst.
Bij kortgedingvonnis van 12 april 2024 is Boomkwekerij, onder andere en voor zover voor dit geding relevant, veroordeeld om de bomen voor of uiterlijk op 1 augustus 2024 af te nemen en te verwijderen van het perceel, bij gebreke waarvan een dwangsom van € 10 per boom per dag zou worden verbeurd voor iedere dag na 1 augustus 2024 dat de bomen niet gerooid en afgevoerdzouden zijn, dit met een maximum van € 50.000. Het kortgedingvonnis is op 6 juni 2024 aan Boomkwekerij betekend, waarbij aan Boomkwekerij bevel is gedaan om aan het kortgedingvonnis te voldoen.
- € 50.351,06 aan verbeurde dwangsommen met rente; en
- voor het overige uit [eiser] ’s positief contractsbelang bij nakoming van de overeenkomst, vermeerderd met rente.
4.Het geschil
Niet, althans onvoldoende staat vast dat [gedaagde] al dan niet geheel of ten dele op persoonlijke titel dan wel geheel of ten dele namens Boomkwekerij de overeenkomst met [eiser] is aangegaan. De rechtbank leest dit betoog als het standpunt dat [gedaagde] het Whatsappbericht namens zichzelf als privépersoon verstuurde en privé partij werd bij de overeenkomst met [eiser] .
Indien de rechtbank oordeelt dat [gedaagde] de overeenkomst in het geheel namens Boomkwekerij is aangegaan, heeft [gedaagde] in ieder geval persoonlijk ernstig verwijtbaar gehandeld in zijn hoedanigheid van bestuurder, omdat hij grof nalatig is geweest en ernstig zijn verplichtingen als bestuurder heeft verwaarloosd.
5.De beoordeling
Ook de gestelde contante betalingen aan [gedaagde] kunnen die conclusie niet dragen. [gedaagde] was immers (indirect) bestuurder van Boomkwekerij en uit dien hoofde de aangewezen persoon om eventueel overeengekomen contante betalingen namens Boomkwekerij in ontvangst te nemen.
[gedaagde] heeft terecht verwezen naar het feit dat, onder andere in de diverse correspondentie in 2023 en 2024 [3] tussen mr. Aben enerzijds en [eiser] en zijn zoon en mr. Vink anderzijds, alle betrokken personen ervan zijn uitgegaan dat de overeenkomst bestond tussen [eiser] en Boomkwekerij.
Een bevestiging hiervan kan worden gezien in het aanspannen van de kortgedingprocedure tegen Boomkwekerij, het betekenen en executeren van het kortgedingvonnis tegen Boomkwekerij en het vervolgens zonder enig voorbehoud bij de curator van Boomkwekerij indienen van [eiser] ’s gestelde vordering.
- [gedaagde] was in [eiser] ’s telefoon vermeld als “ [gedaagde] ”, wat een afkorting lijkt van “ [bedrijfsnaam 4] ” (zie het Whatsappbericht);
- In ieder geval de eerste factuur voor geleverde bomen en planten en de factuur van 24 februari 2022 voor werkzaamheden op het perceel [plaats] [kadastrale aanduiding 3] waren verzonden op briefpapier van Boomkwekerij, waarover [gedaagde] geen opmerkingen heeft gemaakt;
- [eiser] heeft zelf in de dagvaarding bevestigd dat Boomkwekerij aan [eiser] in ieder geval vier betalingen heeft verricht voor afgenomen bomen;
- Boomkwekerij was de vennootschap van [gedaagde] voor soortgelijke zakelijke activiteiten; en
- Boomkwekerij heeft met [bedrijfsnaam 5] B.V. voor het perceel [plaats] [kadastrale aanduiding 3] een pachtovereenkomst gesloten.
In het kortgedingvonnis van 12 april 2024 heeft de voorzieningenrechter al voorop gesteld dat [eiser] en Boomkwekerij hun afspraken in het Whatsappbericht slechts uiterst summier en gebrekkig hebben vastgelegd. De tekst daarvan laat op zichzelf al veel ruimte voor interpretatie en vertoont bovendien grote leemten, waar het bijvoorbeeld betreft de verdeling van risico’s van schade aan het plantgoed tijdens de overeengekomen looptijd van de overeenkomst vanwege ziekte, bederf en/of (extreme) weersinvloeden (zoals langdurige droogte of wateroverlast).
Betrokkenen lijken zich pas door de langdurige regenval in de periode november 2023 tot februari 2024 en de daardoor ontstane wateroverlast op de percelen gerealiseerd te hebben dat over de verantwoordelijkheid voor het plantgoed en het uitvalrisico geen (duidelijke) afspraken waren gemaakt.
Over de directe oorzaak van de wateroverlast verschilden [eiser] en Boomkwekerij tijdens het kort geding echter van mening en verschillen [eiser] en [gedaagde] in dit geding nog steeds van mening.
[eiser] stelt dat de percelen niet, althans niet zo ernstig en langdurig, onder water zouden hebben gestaan als Boomkwekerij als onderdeel van het door Boomkwekerij uit te voeren onderhoud van het plantgoed geulen op de percelen had gegraven om het water af te voeren.
Om met het laatste te beginnen: het Whatsappbericht zelf vermeldt alleen
“Kosten van het bij houden zoals onkruid en zo”.
Dit aspect laat uiteraard de afspraken over verzorging van het plantgoed zelf door Boomkwekerij onverlet, maar is wat betreft de verantwoordelijkheid om wateroverlast op te lossen belangrijk.
“Weetje al iets van de verzekering”
“Nee kan lang duren”
“Hoe komt dat”
Verzekering tegen verzekering duurt altijd lang”
[eiser] heeft onvoldoende toegelicht dat Boomkwekerij een taak of zorgplicht had op dit gebied en daarin tekort is geschoten en dat [eiser] daardoor schade heeft geleden. Bij gebreke van een nadere toelichting moet de rechtbank het ervoor houden dat Boomkwekerij niet verantwoordelijk was voor oplossingen op dit gebied.
- De jaarrekening van Boomkwekerij over 2022 is niet tijdig gepubliceerd; en
- De financiële huishouding en administratie van Boomkwekerij waren niet op orde;
- [gedaagde] heeft naast Boomkwekerij nog andere commerciële activiteiten. Hij is dga van Haagenzo B.V., [bedrijfsnaam 2] B.V. en [bedrijfsnaam 3] B.V. ;
- [eiser] weet niet hoe [gedaagde] diverse geldstromen al dan niet voor eigen privégebruik en al dan niet tussen diverse vennootschappen heeft laten lopen;
- Het gedeeltelijk zaken doen vanuit privé en Haagenzo B.V. om te voorkomen dat de overeenkomst is gesloten met Boomkwekerij is een voorbeeld van onbehoorlijk bestuur.
Partijen zijn het in wezen met elkaar eens dat ondernemers bij de structurering van hun activiteiten en de compartimentering van de daaraan verbonden risico’s veelal gebruik maken van verschillende rechtspersonen. [eiser] doet dit zelf ook. Het hebben van zo’n structuur sec betekent dus niets.
[eiser] heeft enkel verwezen naar het bestaan van diverse vennootschappen aan de zijde van [gedaagde] , maar hij heeft niet aangegeven op welk moment hij op welk punt door het bestaan van deze meerdere vennootschappen redelijkerwijze in verwarring is gebracht of is geschaad.
- [gedaagde] heeft niet goed voor de planten gezorgd;
- [gedaagde] heeft het plantgoed niet goed onderhouden. Hij heeft geen insecticiden gebruikt;
- [gedaagde] heeft toen het land drassig werd verzuimd geulen te graven om overtollig water af te voeren;
- [gedaagde] heeft het plantgoed niet tijdig op goede wijze gerooid en verwijderd;
- [gedaagde] heeft in juli 2024 nog planten met waarde 'onder de grond geschoffeld'.
In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW Pro, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt (vgl. HR 18 februari 2000, nr. C98/208, NJ 2000, 295).
In de onder (ii) bedoelde gevallen kan de betrokken bestuurder voor schade van de schuldeiser aansprakelijk worden gehouden indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Er kunnen zich echter ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen.
- [gedaagde] heeft van meet af aan verzuimd het plantgoed goed te onderhouden, door bijvoorbeeld geen insecticiden te gebruiken;
- Tevens heeft hij verzuimd tijdig het plantgoed op een goede wijze te rooien en te verwijderen;
- Toen het land drassig werd, heeft hij ten onrechte nagelaten om geulen te graven om het overtollig water af te voeren zoals een redelijk handelend bestuurder wél zou hebben gehandeld;
- Het heeft er dus alle schijn van dat de bestuurder [gedaagde] nimmer de intentie had om terug te kopen.
De rechtbank zal daarom die beslagen opheffen (tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat de vordering hierop neerkomt), een en ander als hieronder uitgewerkt in de beslissing.
6.De beslissing
,te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,