Uitspraak
[verzoekers] , uit [woonplaats] , verzoekers
[naam], uit [woonplaats] (de derde-partij)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoekers hebben een last onder dwangsom opgelegd gekregen om hun onafgebouwde bedrijfswoning te verwijderen, nadat het college de bouwvergunning had ingetrokken. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateerde dat er twee procedures parallel lopen: de last onder dwangsom en de aanvraag om een omgevingsvergunning. Omdat deze procedures inhoudelijk nauw verweven zijn, drong de voorzieningenrechter er bij het college op aan om voor 1 september 2026 in beide zaken inhoudelijke besluiten te nemen.
Om onomkeerbare gevolgen te voorkomen, schorst de voorzieningenrechter de last onder dwangsom tot die datum. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers. De uitspraak is mondeling gedaan en bindt niet in een bodemprocedure.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt geschorst tot 1 september 2026 en het college moet proceskosten vergoeden.