Verzoekster huurt een woning van Woonstichting Joost en verkeert in een problematische schuldensituatie. Na ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurschuld is ontruiming bevolen. Verzoekster vraagt om een moratorium van zes maanden om een minnelijk schuldregelingstraject te kunnen starten en de ontruiming te voorkomen.
De rechtbank weegt de belangen van verzoekster en JOOST af. Verzoekster toont aan dat zij een schuldregeling met hulp van de gemeente wil opstarten en voldoende inkomen heeft om de huur te betalen. JOOST stelt dat verzoekster tekort is geschoten in een laatste kans overeenkomst. De rechtbank acht het belang van verzoekster zwaarder, mits zij de huur tijdig en volledig betaalt.
De voorlopige voorziening wordt voor maximaal zes maanden toegekend, met verlenging van de huurovereenkomst. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. Verzoekster kan later een nieuw verzoek indienen.
De beslissing betekent een laatste kans voor verzoekster om in de woning te blijven, onder strikte voorwaarden. Bij niet-nakoming kan de ontruiming alsnog worden uitgevoerd.