ECLI:NL:RBOBR:2026:4406

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000426469:M001
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing mentorschap wegens vrijwillige acceptatie noodzakelijke zorg en stabiel zorgnetwerk

De rechtbank Oost-Brabant heeft op 12 juni 2026 het verzoek tot opheffing van het mentorschap van betrokkene toegewezen. Betrokkene ontvangt sinds februari 2026 wekelijks ambulante begeleiding, maandelijks contact met het FACT-team en heeft een bewindvoerder. Dit zorgnetwerk functioneert goed en betrokkene accepteert de zorg vrijwillig.

Hoewel betrokkene soms minder verstandige keuzes maakt, zoals het niet altijd opruimen van zijn woning en het ontvangen van verkeersboetes, is het niet de taak van de mentor om deze keuzes af te dwingen. De mentor moet zorgen voor een passend zorgnetwerk, wat nu aanwezig is. Zowel de mentor als de kantonrechter achten het mentorschap daarom te zwaar en onnodig.

De mentor heeft aangegeven dat voortzetting van het mentorschap niet zinvol is en dat ambulante begeleiding passender is. Betrokkene zelf wil geen mentor en stemt in met het verzoek tot opheffing. Mocht de situatie in de toekomst verslechteren, dan kan de bewindvoerder opnieuw een mentorschap aanvragen.

Uitkomst: Het mentorschap wordt opgeheven omdat betrokkene vrijwillig noodzakelijke zorg accepteert en een stabiel zorgnetwerk heeft.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer
:
NL:TZ:0000426469:M001
dossiernummer
:
MB16106
datum
:
12 juni 2026
[initialen griffier]

beschikking op een verzoek tot opheffing van mentorschap

op verzoek van:
[de Stichting] ,
[adres] ,
Kamer van Koophandel-nummer [nummer] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[naam] ,geboren te [plaatsnaam] op [datum] ,wonende te [adres] ,hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 12 maart 2026;
- de schriftelijke reactie van betrokkene, ontvangen op 24 april 2026;
- de schriftelijke reactie van de ambulant begeleider van betrokkene, ontvangen op 24 april
2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 3 juni 2026. Van hetgeen is besproken op de zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op de zitting zijn betrokkene, zijn ambulant begeleider en de heer [naam] , de mentor, en mevrouw [naam] , coördinator van [de Stichting] , verschenen.

beoordeling

Verzoeker vraagt om opheffing van het mentorschap ten behoeve van de betrokkene.
Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.
Betrokkene is niet stabiel, niet zelfredzaam en heeft grote moeite met overzicht en structuur. Hij verschijnt regelmatig niet bij de dagbesteding, ontvangt herhaaldelijk boetes en blijft onnodige impulsaankopen doen (zoals aankopen via Temu). Daarnaast laat betrokkene de zorg niet toe, vertoont hij manipulatief gedrag, komt hij afspraken niet na en houdt hij de wekelijkse ambulante begeleiding buiten de deur. Zijn ouders en broer, die geen vaste woon- of verblijfplaats hebben, verblijven frequent bij betrokkene. Hun invloed zorgt voor extra onrust en vergroot de kwetsbaarheid van betrokkene. De mentor acht zich niet in staat zijn werkzaamheden uit te voeren onder deze omstandigheden. Betrokkene zelf wil ook geen mentor.
Betrokkene stemt in met het verzoek, maar betwist de stellingen van de mentor nadrukkelijk. Hij acht zichzelf, met de reeds aanwezige begeleiding, uitstekend in staat om zijn persoonlijke belangen zelf te behartigen. Hij heeft op de zitting nog aangegeven dat zijn begeleider contact mag blijven onderhouden met de bewindvoerder.
Ook de ambulant begeleider weerspreekt de stellingen van de mentor. Aankopen via Temu zijn vooraf afgestemd met de bewindvoerder en van manipulatief gedrag is geen sprake. Daarnaast komt betrokkene gemaakte afspraken wel na en verleent hij zorgverleners gewoon toegang tot zijn woning. De ambulant begeleider ondersteunt en respecteert de wens van betrokkene dat hij de regie wil hebben over zijn zorgzaken.
De bewindvoerder heeft aangegeven niet te kunnen beoordelen of betrokkene in staat is zijn niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Wel bevestigt hij dat het verblijf van familieleden in zijn huis niet bevorderlijk is voor betrokkene en dat betrokkene beïnvloedbaar is. Er heeft regelmatig overleg plaatsgevonden tussen de bewindvoerder, betrokkene, de mentor en de begeleiding om afspraken te borgen.
De ambulant begeleider van betrokkene heeft op de zitting nog toegevoegd dat betrokkene sinds een jaar ambulante begeleiding heeft. Hijzelf begeleidt betrokkene sinds februari dit jaar, maar zijn voorganger heeft nooit signalen doorgegeven dat betrokkene zorg mijdend is. Hij heeft wekelijks contact met betrokkene en het FACT-team maandelijks. Ook heeft hij eens per kwartaal contact met de bewindvoerder.
De mentor heeft op de zitting aangevoerd dat hij voortzetting van het mentorschap niet zinvol acht en dat een opvolgend mentor ook zijn of haar taak niet zal kunnen uitvoeren. Hij is van mening dat ambulante begeleiding passender is voor betrokkene. Hij heeft de afgelopen maanden geen contact meer gehad met betrokkene, noch met de begeleiding. Het is de mentor niet gelukt om een afspraak te maken.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Voldoende aannemelijk is geworden dat betrokkene, in ieder geval sinds februari dit jaar, de voor betrokkene noodzakelijke zorg accepteert. Zo ontvangt betrokkene wekelijks ambulante begeleiding, is er maandelijks contact met het FACT-team, is er een bewindvoerder en onderhoudt de ambulant begeleider korte lijnen met die bewindvoerder. Dat betrokkene niet altijd de gewenste keuzes in zijn leven lijkt te maken (zoals het niet altijd opruimen van zijn woning, de verkeersboetes die hij heeft opgelopen terwijl hij in de auto van iemand anders reed en familieleden laten overnachten), maakt niet zozeer dat voortzetting van het mentorschap niet meer zinvol is. Een mentor kan immers deze keuzes niet afdwingen. Dat is ook niet de taak van de mentor. De mentor dient er voor te zorgen dat er een voldoende (zorg)netwerk om een betrokkene heen staat indien dat nodig is voor betrokkene. Dat laatste lijkt gelet op de huidige omstandigheden het geval te zijn. Ook de mentor geeft aan dat ambulante begeleiding passender is dan (ook) een mentor. Omdat betrokkene het (zorg)netwerk accepteert, is het mentorschap een te zware maatregel en is de kantonrechter van oordeel dat er geen noodzaak meer bestaat voor het mentorschap. Het verzoek tot opheffing van het mentorschap zal derhalve worden toegewezen.
Mocht de situatie in de toekomst onverhoopt verslechteren, dan kan de bewindvoerder zo nodig een verzoek tot instelling van een mentorschap indienen.

beslissing

De kantonrechter:
- heft het mentorschap ten behoeve van
[naam]op met ingang van de dag na de datum
van verzending van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.