Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:
b. een milieubelastende activiteit,
(. )
Artikel 5.5. (verbod handelen in strijd met voorschriften omgevingsvergunning)
1. Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning voor;
a. een omgevingsplanactiviteit, voor zover dat voorschrift is gesteld met het oog op:
l°. het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu,
2°. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen,
3°. het beschermen van de doelmatige werking van een zuiveringtechnisch werk,
4°. het beschermen van monumenten of archeologische monumenten,
b. een rijksmonumentenactiviteit,
c. een stortingsactiviteit op zee,
d. een milieubelastende activiteit,
Besluit activiteiten leefomgeving
Artikel 3.24.
Als milieubelastende activiteit als bedoeld In artikel 2.1 wordt aangewezen het opslaan in een opslagtank met een inhoud van meer dan 250 I of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt en een inhoud heeft van meer dan 250 l, van:
a. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3;
b. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 4.2;
c. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 4.3;
d. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 5.1;
e. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 5.2;
f. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1;
g. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 8;
h. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 9 die het aquatisch milieu verontreinigen;
i. vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening;
Artikel 3.25 Besluit activiteiten leefomgeving (aanwijzing vergunningplichtige gevallen)
1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3 24, voor zover het gaat om het opslaan:
a. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3,
b. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 4.2;
c. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 4.3;
d. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 5.2;
e. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1;
f. van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 8, verpakkingsgroep I;
g. van vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3,
bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening; of
h. in een opslagtank met een inhoud van meer dan 150 m3 of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt en een inhoud heeft van meer dan 150 m3.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, geldt niet voor:
a. het opslaan in een ondergrondse opslagtank;
b. het opslaan van gasolie, diesel of huisbrandolie met een vlampunt van 55 *C of hoger; of
c. het opslaan in een opslagtank die;
l°. een inhoud heeft van 300 l of minder; en
2°. niet vanuit een tankwagen wordt gevuld.
1. Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.926, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
2. Een melding bevat een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen en de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen.
3. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
4. Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
Voorschriften omgevingsvergunning
5.1.4. Gasflessen moeten steeds bereikbaar zijn en er moeten voorzieningen zijn getroffen dat ze niet kunnen omvallen.
5 1.5. De opslag van gasflessen (ADR klasse 2) moet in de speciaal daarvoor bestemde ruimte plaats vinden en moet, voor zover niet anders geregeld in de hierna volgende voorschriften, voldoen aan de voorschriften van de paragrafen 6.1.2, 6.1.3, 6.2 en 6.3 van de richtlijn PGS15: 2016.
5.1.6. Een uitpandige opslagvoorziening voor gasflessen moet zijn geconstrueerd, uitgevoerd en worden gebruikt overeenkomstig paragraaf 3.2 en voorschriften 6.2.4 en 6.2.5 van PGS 15:2016.
5.1.7. Lege gasflessen moeten worden opgeslagen overeenkomstig de voorschriften voor volle gasflessen van deze vergunning.
PGS 15:2016
Voor een uitpandige opslag geldt dat de WBDBO van 60 min ook behaald kan worden met afstand: indien de afstand van de opslagvoorziening tot de inrichtingsgrens, een ander bouwwerk dat tot de inrichting behoort, of andere brandbare objecten, minder dan 5 m bedraagt, moet de brandwerendheid van de wanden, het dak en de draagconstructie van de opslagvoorziening ten minste 60 min bedragen. Deuren, ventilatieopeningen, leidingdoorvoeren of rookluiken in deze constructie mogen geen afbreuk doen aan de vereiste brandwerendheid; indien de afstand van de opslagvoorziening tot de inrichtingsgrens, een ander bouwwerk dat tot de inrichting behoort, of andere brandbare objecten, ten minste 5 m bedraagt, moet de brandwerendheid van de wanden, het dak en de draagconstructie van de opslagvoorziening ten minste 30 min bedragen. Deuren, ventilatieopeningen, leidingdoorvoeren of rookluiken in deze constructie mogen geen afbreuk doen aan de vereiste brandwerendheid; indien de afstand van de opslagvoorziening tot de inrichtingsgrens, een ander bouwwerk dat tot de inrichting behoort, of andere brandbare objecten, ten minste 10 m bedraagt is ten aanzien van de brandwerendheid van de wanden, het dak en de verder gekeken kan tegen een brandwerende 60 min gevel als er muren zijn Een variant is een opslag van stoffen tegen de gevel van een gebouw, mits deze gevel een brandwerendheid heeft van ten minste 60 minuten, over de gehele hoogte boven de opgeslagen stoffen en ten minste 2 meter aan weerszijden van de opgeslagen stoffen. Daarbij moet gevaar van aanstraling van de opgeslagen stoffen naar de omgeving en vice versa evenzeer worden voorkomen door hetzij bouwkundige voorzieningen, hetzij afstand, hetzij een combinatie van beide. Indien aan de zijkanten niet aan de afstandseisen kan worden voldaan, en/of aan de bovenkant niet aan een brandwerendheid van 60 minuten, kan gekozen worden voor zijmuren resp. een dak van voldoende afmetingen hetgeen inhoudt dat deze moeten uitsteken vóór de opgeslagen stoffen. Deze constructie, ook wel bushokje genoemd, heeft dan minimaal één open zijde waarvoor de genoemde afstandseis onverkort geldt waarbinnen zich geen stralingsbronnen (of brandbare objecten) van enige betekenis mogen bevinden.