ECLI:NL:RBOBR:2026:4435

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
01.331761.25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a WVW 1994Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling motorvlogger voor meervoudig opzettelijk verkeersgevaarlijk rijgedrag

De rechtbank Oost-Brabant heeft op 22 mei 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een motorvlogger die zich op meerdere momenten in 2025 in Eindhoven en omgeving opzettelijk verkeersgevaarlijk heeft gedragen. De verdachte reed met snelheden tot 250 km/u, maakte wheelies, reed rakelings langs anderen, negeerde rode verkeerslichten en reed op fietspaden en vluchtstroken. Hij filmde zijn ritten en plaatste deze op sociale media.

De politierechter achtte bewezen dat de verdachte vijfmaal de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden, waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. De verdachte erkende zijn gedrag en toonde berouw. De officier van justitie eiste een taakstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een rijontzegging. De verdediging vroeg om matiging van de straf en teruggave van de motorfiets.

De rechtbank legde een taakstraf van 200 uren op, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een rijontzegging van 18 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Tevens werd de motorfiets en andere in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard. De rechtbank motiveerde dit met het ernstige gevaar dat de verdachte heeft veroorzaakt en het feit dat de motorfiets het middel was waarmee de overtredingen werden begaan.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf, voorwaardelijke gevangenisstraf en rijontzegging; motorfiets verbeurd verklaard wegens meervoudig opzettelijk verkeersgevaarlijk rijgedrag.

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.331761.25
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in bovengenoemde rechtbank op 22 mei 2026.
De samenstelling van de rechtbank is als volgt:
mr. W. Heijninck, politierechter,
mr. I.J.M. Weemers, griffier.
Als officier van justitie fungeert mr. A.V. Kooijmans.
De politierechter doet de zaak tegen de na te noemen verdachte uitroepen.
De politierechter stelt de identiteit van de verdachte vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de politierechter te zijn genaamd:

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [1996] ,
wonende te [adres] .
Als raadsman is ter terechtzitting verschenen mr. P. Ghasemi, advocaat in Eindhoven.
De politierechter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.
De officier van justitie draagt de zaak voor.
Voor zover op deze terechtzitting verklaringen zijn afgelegd, zijn deze steeds zakelijk weergegeven.
De politierechter deelt mondeling mede de korte inhoud van:
1. een einddossier van de politie-eenheid Oost-Brabant, met registratienummer PL2100-2025178708, afgesloten op 11 december 2025, in totaal 202 doorgenummerde bladzijden;
dit dossier bevat een verzameling wettig opgemaakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt, alsmede (eventueel) andere bescheiden;
2. een proces-verbaal van bevindingen, met proces-verbaalnummer PL2100-2025154376-44, van 30 december 2025, opgemaakt en elektronisch ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , in totaal 1 bladzijde;
3. een Uittreksel Justitiële Documentatie, betreffende de verdachte, van 27 april 2026;
4. een lijst met op grond van artikel 94 Sv Pro in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.
De verdachte verklaart:
a. De politierechter houdt mij de vijf feiten op mijn tenlastelegging voor en deelt mede dat alle onderdelen opgenomen in de gedachtestreepjes in de tenlastelegging terug lijken te komen in de beschrijving van de camerabeelden door de politie. Ik erken dat ik de persoon was op de motorfiets op de door de politie beschreven camerabeelden. Ik heb die filmpjes gemaakt en op mijn Instagram-account ‘ [naam account] ’ gepost. Als het op beeld staat, heb ik het gedaan.
Ik heb me opzettelijk zodanig gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden. Ik erken dat door mijn verkeersgedragingen levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.
a1. De politierechter beschrijft de bevindingen van de politie met betrekking tot het filmpje van 26 april 2025 (feit 1). Het klopt dat ik op de wegen de Karel de Grotelaan, de Tilburgseweg, de N2 en/of de Rijksweg A2 in Eindhoven:
  • meermalen ‘wheelies’ heb gemaakt;
  • met een snelheid van 118 kilometer per uur heb gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt;
  • met een snelheid van 200 kilometer per uur heb gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 70 kilometer per uur geldt;
  • met een snelheid van 250 kilometer per uur heb gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 100 kilometer per uur geldt;
  • mijn benen op de voorzijde van de motor heb gelegd en daarbij met een snelheid van 179 kilometer per uur heb op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 80 kilometer per uur geldt;
  • meerdere voertuigen rechts heb ingehaald en daarbij met een snelheid van 191 kilometer per uur heb gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 100 kilometer per uur geldt;
  • mijn benen op de voorzijde van de motor heb gelegd en daarbij meerdere voertuigen slingerend heb ingehaald.
Ik weet dat rijden met een snelheid van 250 kilometer per uur hartstikke gevaarlijk is, voor mezelf en voor anderen.
b1. De politierechter vraagt mij waarom ik met mijn benen op de voorzijde van de motor rijd. Ik heb daar geen specifieke reden voor. Soms werkt het ontspannend. Ook dan heb ik de volledige controle over de motor.
Slingerend inhalen op de A2 is niet gebruikelijk voor mij.
Ik stond op dat moment niet bij stil bij het gevaar dat ik met mijn rijgedrag veroorzaakte.
a2. De politierechter beschrijft de bevindingen van de politie met betrekking tot het filmpje van 3 juni 2025 (feit 2). Het klopt dat ik op de wegen de Piuslaan, de Jeroen Boschlaan, de John F. Kennedylaan, de Huizingalaan, de Roelantlaan, de Keizersgracht, de Woenselse Markt en/of de Wal in Eindhoven, en/of de Boskansteweg in Boskant, en/of de Gentiaanlaan en de Eindhovenseweg-Zuid in Best:
  • meermalen zogenoemde ‘wheelies’ heb gemaakt;
  • meermalen meerdere voertuigen rechts heb ingehaald;
  • meermalen over een fietspad heb gereden;
  • meermalen tegen de rijrichting in heb gereden en daarbij eenmaal met een snelheid van 114 kilometer per uur heb gereden waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt;
  • tijdens het rijden mijn benen voor op de motor heb gelegd;
  • meerdere voertuigen bij een doorgetrokken streep heb ingehaald;
  • met een snelheid van 107 kilometer per uur heb gereden op een fietsstraat waar een maximale toegestane snelheid van 30 kilometer per uur geldt;
  • meermalen een rood verkeerslicht heb genegeerd.
b2. Wheelies zijn geen obsessie voor mij. Het is moeilijk om mijn gedrag te verklaren. Stoerdoenerij was niet mijn intentie. Het is gewoon dom en onbenullig roekeloos verkeersgedrag. Het was niet bedoeld om aanzien te krijgen.
De politierechter houdt mij voor dat ik mijn asociaal rijgedrag film en het op internet plaats en zegt mij dat dit naar aandacht vragen riekt. Ik was me niet bewust dat mijn rijgedrag zo overkwam.
De politierechter houdt mij voor dat tegen de richting in een rotonde op rijden toch bewust gedrag is. Ik weet dat niet; als er niemand rijdt, dan is het niet levensgevaarlijk, maar wel gevaarlijk.
Ook het rijden tegen de richting in op de verkeerde baan kan ik niet goed verklaren. Er was niet echt een reden voor. Gewoon dom motorrijden. Het was gewoon een dollemansrit.
Ik besef dat ik ook voor een heel ander strafbaar feit had kunnen terechtstaan, als ik iemand had aangereden of doodgereden.
a3. De politierechter beschrijft de bevindingen van de politie met betrekking tot het filmpje van 11 juni 2025 (feit 3). Het klopt dat ik op de wegen de Aalsterweg, de Spottersweg, de Dirk Noordhoflaan, de Tempellaan, de John F. Kennedylaan, de Bleekweg en/of de N2 in Eindhoven, en/of de Oersebaan in Veldhoven:
  • meermalen over een fietspad heb gereden;
  • met een snelheid van 106 kilometer per uur heb gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt;
  • meermalen zogenoemde ‘wheelies’ heb gemaakt;
  • met een snelheid van 110 kilometer per uur heb gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 30 kilometer per uur geldt;
  • meermalen een rood verkeerslicht heb genegeerd;
  • meermalen meerdere voertuigen rechts heb ingehaald en daarbij over een dubbele doorgetrokken streep, een verdrijvingsvlak en vluchtstrook heb gereden met een snelheid van 126 kilometer per uur op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 70 kilometer per uur geldt;
  • tijdens het rijden mijn benen voor op de motor heb gelegd.
b3. De politierechter houdt mij voor dat ik op het filmpje op minuut 07.59 zeg “Wow, ik was even aan het opstijgen maat, sow sow.” De politierechter deelt mede dat dit rijgedrag dan toch bewust lijkt. Ja, maar ik was me toen niet ervan bewust dat het zo gevaarlijk was.
a4. De politierechter beschrijft de bevindingen van de politie met betrekking tot het filmpje van 26 juli 2025 (feit 4). Het klopt dat ik op de wegen de Vestdijk, de Marconilaan, de Heerbaan, de Kempenbaan, de Meerveldhovenseweg, de Locatellistraat, de Floralaan-west, de Piuslaan, de Insulindelaan, de Verwerstraat en/of de Tilburgseweg in Eindhoven:
  • over een busbaan heb gereden;
  • met een snelheid van 73 kilometer per uur over een zebrapad heb gereden zonder voorrang te verlenen aan de naderende voetgangers, waarbij die voetgangers moesten stoppen om een aanrijding te voorkomen;
  • meermalen meerdere voertuigen rechts heb ingehaald;
  • meermalen zogenoemde ‘wheelies’ heb gemaakt;
  • meermalen met een of meerdere andere motorrijders te straatracen;
  • rakelings langs andere verkeersgebruikers heb gereden;
  • met een snelheid van 95 kilometer per uur heb ingehaald over een doorgetrokken streep op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt;
  • in tegengestelde rijrichting een eenrichtingsweg ben ingereden en daarbij een geslotenverklaring heb genegeerd;
  • met een snelheid van 203 kilometer per uur rakelings langs een andere verkeersgebruiker heb gereden en heb ingehaald op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 70 kilometer per uur geldt.
b4. De politierechter vraagt mij wat ik bedoelde met “Heezerweg koud gemaakt”. Ik bedoelde gewoon dat ik door de Heezerweg reed. Dat is gewoon de stijl hoe ik filmpjes maak.
De politierechter merkt op dat ik als een idioot reed. Ja dat klopt, ik reed als een idioot.
De politierechter houdt mij voor dat ik op minuut 24.04 zeg: “Dit is een van de weinige motoren die ik bijna niet bij kan houden. Normaal versla ik iedereen”. Andere weggebruikers op snelheid verslaan, was niet per se een ding voor mij. Ik had destijds een snelle motor en ik wist de optrektijd. Ik wist dat er bijna geen motoren zijn die sneller zijn dan de mijne.
De politierechter houdt mij voor dat ik op minuut 25.38 zeg: “zo hoort motorrijden te zijn.”
Ik besef nu dat dit niet zo hoort te zijn.
Ik weet inmiddels dat er van alles kan gebeuren met dit soort rijgedrag.
a5. De politierechter beschrijft de bevindingen van de politie met betrekking tot het filmpje van 3 augustus 2025 (feit 5). Het klopt dat ik op de wegen de Wal, de Roelantlaan, de Marathonloop, de Boschdijk, de Rijksweg A2, de Keizersgracht en/of de Noord-Brabantlaan in Eindhoven, en/of de Eindhovenseweg-Zuid in Best:
  • links over een doorgetrokken streep heb ingehaald en daarbij een zogenoemde ‘wheelie’ heb gemaakt;
  • tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat heb bediend;
  • meermalen een rood verkeerslicht heb genegeerd en daarbij veel sneller dan de aldaar geldende maximale snelheid heb gereden;
  • met een snelheid van 190 kilometer per uur heb gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt;
  • slingerend meerdere voertuigen heb ingehaald en daarbij met een snelheid van 162 kilometer per uur heb gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 80 kilometer per uur geldt,
  • meerdere voertuigen links heb ingehaald over een dubbele doorgetrokken streep;
  • tijdens het rijden mijn benen voor op de motor heb gelegd;
  • in tegengestelde rijrichting over een busbaan heb gereden;
  • meermalen meerdere voertuigen rechts heb ingehaald.
Mijn rijgedrag was levensgevaarlijk.
5b. Ik weet niet of er mensen op de Bisschop Bekkerslaan waren. Ik hoor de politierechter zich afvragen of ik dat met zo’n snelheid wel kon waarnemen, mede omdat ik een helm droeg.
De politierechter houdt mij voor dat op de beelden op minuut 28.00 een man in beeld komt die zegt: “eindig niet zoals mij, een rechtszaak, lopende band rechtszaken” en dat dan ik dan zeg: “ik zeg je eerlijk, ik ben er op aan het wachten erop man, ze gaan mij een keer pakken.”
Ik zag het dus ergens wel aankomen. De politierechter vraagt mij dat ik dan toch wist dat mijn rijgedrag absoluut niet door de beugel kon en asociaal was. Ik denk wel dat ik me ervan bewust was van dat ik te hard reed, maar dat ik me niet bewust was van alle risico’s.
De politierechter vraagt mij samenvattend wat ik van mijn rijgedrag vind. Ik ben er erg van geschrokken. Ik ben ook geschrokken van de consequenties. En van hoe anderen erop reageren. Ik besef nu pas hoe heftig mijn rijgedrag was.
Ik heb twee dagen geleden een CBR-cursus gehad. Ik heb geleerd over remafstanden. Het heeft mij bewust gemaakt. De politierechter merkt op dat ik toch ook motorrijlessen heb gehad waarin je dat soort dingen leert. Ja, maar bij de cursus werd daar dieper op ingegaan. Er werd specifiek aandacht geschonken aan overtredingen.
De politierechter merkt op dat uit het dossier volgt dat ik heel veel verkeersovertredingen heb begaan en dat het eigenlijk bijna niet te geloven is. Ja, dat klopt. Als ik kijk naar die waslijst, dan kan ik me er niet achter verschuilen.
Toch was ik me niet geheel bewust van de mate van mijn rijgedrag. Ik hoor de politierechter mij vragen of ik het mij kan voorstellen dat dit voor haar moeilijk voorstelbaar is, kijkend naar de data waarop ik rijd en niet in de laatste plaats de omstandigheid dat ik alles filmde.
Het is nooit mijn intentie geweest om mijn overtredingen op beeld vast te leggen. Mijn intentie was het vastleggen van alles wat ik op de motor meemaakte. Ik weet dat het raar klinkt. Het beeld dat ik wilde geven was bijvoorbeeld wat er gebeurt bij een verkeerslicht.
De officier van justitie houdt mij voor dat alle beelden voorafgaand aan het posten op Instagram door mij bewerkt zijn (ge-edit). Zij vraagt mij wat ik denk bij het editen van de beelden. Ik stond er gewoon echt niet bij stil. Nogmaals, ik was niet op zoek naar overtredingen, maar naar verkeersinteracties.
De politierechter bespreekt vervolgens de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De officier van justitie voert vervolgens het woord het woord overeenkomstig haar schriftelijke requisitoir, dat als bijlage 1 aan dit proces-verbaal is gehecht. De inhoud daarvan dient als hier ingelast te worden beschouwd.
In aanvulling hierop bevestigt de officier van justitie dat zij op internet nu de positieve content van de verdachte heeft gezien, zoals het filmpje van de verdachte op een paard.
De officier van justitie eist:
  • een taakstraf van 200 uren, te vervangen door 100 dagen hechtenis indien de verdachte deze taakstraf niet naar behoren verricht;
  • een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren;
  • een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden, met aftrek, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
  • verbeurdverklaring van alle in beslag genomen voorwerpen (waaronder zijn Ducati motor).
De verdachte verklaart:
Ik begrijp wat de officier van justitie zegt en ook de eis begrijp ik.
Aan de verdachte en de raadsman wordt de gelegenheid gegeven te reageren op hetgeen door de officier van justitie is aangevoerd.
De raadsman voert aan:
Cliënt is ontzettend dom geweest. Wat hij heeft gedaan, is vastgelegd op beeld. Hij heeft vandaag geprobeerd om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn gedrag.
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de politierechter, voor zover het de vraag betreft of het rijgedrag van cliënt als opzettelijk gevaarlijk rijgedrag als bedoeld in artikel 5a van de WVW 1994 kan worden gekwalificeerd.
Cliënt heeft levensgevaarlijk rijgedrag getoond. Hij heeft daar niet bewust bij stilgestaan. Hij heeft nooit echt gedacht hoe gevaarlijk hij op zijn motor bezig is geweest. Op kantoor heb ik hem gezegd dat het echt niet zo verder kan.
Ik heb de paard-vlog ook gezien. Ik heb cliënt gezegd dat dit het soort content is waar hij voor moet gaan. En niet het zich als een verkeersidioot gedragen.
Bij cliënt is het besef laat gekomen. Maar vanaf dat moment is hij wel ander gedrag gaan vertonen. Ik verzoek de politierechter daarmee rekening te houden bij de strafbepaling.
De verdediging acht een forse taakstraf passend. Desnoods gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf van ten hoogste twee weken. Ik verzoek de politierechter de gevorderde rijontzegging te matigen tot 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Cliënt heeft geld moeten lenen voor de aankoop van zijn motor. Deze was om en nabij
€ 10.000,- waard. Een verbeurdverklaring acht de verdediging onevenredig zwaar. Zij verzoekt de politierechter de in beslag genomen motor terug te geven aan cliënt. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de politierechter voor wat betreft het overige beslag.
Aan de officier van justitie wordt de gelegenheid gegeven te reageren op hetgeen door de verdediging is aangevoerd. Zij maakt daarvan geen gebruik.
Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De verdachte verklaart:
Ik vind het fijn dat de officier van justitie rekening houdt met de andere content die ik nu maak. Ik heb echt geleerd van deze hele domme fouten. Tot nu toe had ik geen strafblad. Ik heb nooit de intentie gehad om verkeersovertredingen te maken, maar ik heb wel veel domme dingen gedaan.
Bij de afdeling preventie van de gemeente heb ik een subsidie aangevraagd om een campagne te maken voor ‘online onschendbaarheid’. Die subsidie is inmiddels toegekend en die campagne gaan we filmen. Ik ben me nu echt bewust geworden van de fouten die ik heb gemaakt. De rijontzegging is echt heel effectief geweest.
De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven.
De politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting.
AANTEKENING VAN HET MONDELING VONNIS

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 4 februari 2026.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 26 april 2025 te Eindhoven, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Karel de Grotelaan, de Tilburgseweg, de N2 en/of de Rijksweg A2 te Eindhoven, althans verschillende wegen aldaar, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- meermalen, althans eenmaal, (een) zogenoemde ‘wheelie(s)’ te maken,- met een snelheid van (ongeveer) 118 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- met een snelheid van (ongeveer) 200 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 70 kilometer per uur geldt,- met een snelheid van 250 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 100 kilometer per uur geldt,- de benen op de voorzijde van de motor te leggen en/of (daarbij) met een snelheid van (ongeveer) 179 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 80 kilometer per uur geldt,- een of meerdere voertuigen rechts in te halen en/of (daarbij) met een snelheid van 191 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheidvan 100 kilometer per uur geldt en/of- de benen op de voorzijde van de motor te leggen en/of (daarbij) een of meerdere voertuigen slingerend in te halen,door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 april 2025 te Eindhoven, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Karel de Grotelaan, de Tilburgseweg, de N2 en/of de Rijksweg A2 te Eindhoven, althans verschillende wegen aldaar,- meermalen, althans eenmaal, (een) zogenoemde ‘wheelie(s)’ heeft gemaakt,- met een snelheid van (ongeveer) 118 kilometer per uur heeft gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- met een snelheid van (ongeveer) 200 kilometer per uur heeft gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 70 kilometer per uur geldt,- met een snelheid van 250 kilometer per uur heeft gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 100 kilometer per uur geldt,- de benen op de voorzijde van de motor heeft gelegd en/of (daarbij) met een snelheid van (ongeveer) 179 kilometer per uur heeft gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 80 kilometer per uur geldt,- een of meerdere voertuigen rechts heeft ingehaald en/of (daarbij) met een snelheid van 191 kilometer per uur heeft gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 100 kilometer per uur geldt en/of- de benen op de voorzijde van de motor heeft gelegd en/of (daarbij) een of meerdere voertuigen slingerend heeft ingehaald,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
2.hij op of omstreeks 3 juni 2025 te Eindhoven, Boskant en/of Best, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Piuslaan, de Jeroen Boschlaan, de John F. Kennedylaan, de Huizingalaan, de Roelantlaan, de Keizersgracht, de Woenselse Markt en/of de Wal te Eindhoven, althans verschillende wegen aldaar, en/of de Boskansteweg te Boskant, althans een weg aldaar, en/of de Gentiaanlaan en/of de Eindhovenseweg-Zuid te Best, althans verschillende wegen aldaar, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- meermalen, althans eenmaal, (een) zogenoemde ‘wheelie(s)’ te maken,- meermalen, althans eenmaal, een of meerdere voertuigen rechts in te halen,- meermalen, althans eenmaal, over een fietspad te rijden,- meermalen, althans eenmaal, tegen de rijrichting in te rijden (zogenaamd spookrijden) en/of daarbij eenmaal met een snelheid van (ongeveer) 114 kilometer per uur te rijden waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- tijdens het rijden de benen voor op de motor te leggen,- een of meerdere voertuigen in te halen bij een doorgetrokken streep,- met een snelheid van (ongeveer) 107 kilometer per uur te rijden op een fietsstraat waar een maximale toegestane snelheid van 30 kilometer per uur geldt en/of- een of meermalen een rood verkeerslicht te negeren,door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 3 juni 2025 te Eindhoven, Boskant en/of Best, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Piuslaan, de Jeroen Boschlaan, de John F. Kennedylaan, de Huizingalaan, de Roelantlaan, de Keizersgracht, de Woenselse Markt en/of de Wal te Eindhoven, althans verschillende wegen aldaar, en/of de Boskansteweg te Boskant, althans een weg aldaar, en/of de Gentiaanlaan en/of de Eindhovenseweg-Zuid te Best, althans verschillende wegen aldaar,- meermalen, althans eenmaal, (een) zogenoemde ‘wheelie(s)’ heeft gemaakt,- meermalen, althans eenmaal, een of meerdere voertuigen rechts heeft ingehaald,- meermalen, althans eenmaal, over een fietspad heeft gereden,- meermalen, althans eenmaal, tegen de rijrichting in heeft gereden (zogenaamd spookrijden) en/of daarbij eenmaal met een snelheid van (ongeveer) 114 kilometer per uur heeft gereden waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- tijdens het rijden de benen voor op de motor heeft gelegd,- een of meerdere voertuigen heeft ingehaald bij een doorgetrokken streep,- met een snelheid van (ongeveer) 107 kilometer per uur heeft gereden op een fietsstraat waar een maximale toegestane snelheid van 30 kilometer per uur geldt en/of- een of meermalen een rood verkeerslicht heeft genegeerd,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
3.hij op of omstreeks 11 juni 2025 te Eindhoven en/of Veldhoven, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Aalsterweg, de Spottersweg, de Dirk Noordhoflaan, de Tempellaan, de John F. Kennedylaan, de Bleekweg en/of de N2 te Eindhoven, althans verschillende wegen aldaar, en/of de Oersebaan te Veldhoven, althans eenweg aldaar, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- meermalen, althans eenmaal, over een fietspad te rijden,- met een snelheid van (ongeveer) 106 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- meermalen, althans eenmaal, (een) zogenoemde ‘wheelie(s)’ te maken,- met een snelheid van (ongeveer) 110 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 30 kilometer per uur geldt,- meermalen, althans eenmaal, een rood verkeerslicht te negeren,- meermalen, althans eenmaal, een of meerdere voertuigen rechts in te halen en/of (daarbij) over een dubbele doorgetrokken streep, een verdrijvingsvlak en/of vluchtstrook te rijden met een snelheid van (ongeveer) 126 kilometer per uur op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 70 kilometer per uur geldt en/of- tijdens het rijden de benen voor op de motor te leggen,door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 11 juni 2025 te Eindhoven en/of Veldhoven, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Aalsterweg, de Spottersweg, de Dirk Noordhoflaan, de Tempellaan, de John F. Kennedylaan, de Bleekweg en/of de N2 te Eindhoven, althans verschillende wegen aldaar, en/of de Oersebaan te Veldhoven, althans een weg aldaar,- meermalen, althans eenmaal, over een fietspad heeft gereden,- met een snelheid van (ongeveer) 106 kilometer per uur heeft gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- meermalen, althans eenmaal, (een) zogenoemde ‘wheelie(s)’ heeft gemaakt,- met een snelheid van (ongeveer) 110 kilometer per uur heeft gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 30 kilometer per uur geldt,- meermalen, althans eenmaal, een rood verkeerslicht heeft genegeerd,- meermalen, althans eenmaal, een of meerdere voertuigen rechts heeft ingehaald en/of (daarbij) over een dubbele doorgetrokken streep, een verdrijvingsvlak en/ofvluchtstrook heeft gereden met een snelheid van (ongeveer) 126 kilometer per uur op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 70 kilometer per uur geldt en/of- tijdens het rijden de benen voor op de motor heeft gelegd,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
4.hij op of omstreeks 26 juli 2025 te Eindhoven, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Vestdijk, de Marconilaan, de Heerbaan, de Kempenbaan, de Meerveldhovenseweg, de Locatellistraat, de Floralaan-west, de Piuslaan, de Insulindelaan, de Verwerstraat en/of de Tilburgseweg te Eindhoven, althans verschillende wegen aldaar, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- over een busbaan te rijden,- met een snelheid van (ongeveer) 73 kilometer per uur over een zebrapad te rijden zonder voorrang te verlenen aan de naderende voetgangers, waarbij dievoetgangers moesten stoppen om een aanrijding te voorkomen,- meermalen, althans eenmaal, een of meerdere voertuigen rechts in te halen,- meermalen, althans eenmaal, (een) zogenoemde ‘wheelie(s)’ te maken,- meermalen, althans eenmaal, met een of meerdere andere motorrijders te straatracen,- rakelings langs andere verkeersgebruikers te rijden,- met een snelheid van ongeveer 95 kilometer per uur in te inhalen over een doorgetrokken streep op een weg waar een maximale toegenstane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- in tegengestelde rijrichting een eenrichtingsweg in te rijden (zogenaamd spookrijden) en/of (daarbij) een geslotenverklaring te negeren en/of- met een snelheid van (ongeveer) 203 kilometer per uur rakelings langs een andere verkeersgebruiker te rijden en inhalen op een weg waar een maximale toegestanesnelheid van 70 kilometer per uur geldt,door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 juli 2025 te Eindhoven, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Vestdijk, de Marconilaan, de Heerbaan, deKempenbaan, de Meerveldhovenseweg, de Locatellistraat, de Floralaan-west, de Piuslaan, de Insulindelaan, de Verwerstraat en/of de Tilburgseweg te Eindhoven, althans verschillende wegen aldaar,- over een busbaan heeft gereden,- met een snelheid van (ongeveer) 73 kilometer per uur over een zebrapad heeft gereden zonder voorrang te verlenen aan de naderende voetgangers, waarbij die voetgangers moesten stoppen om een aanrijding te voorkomen,- meermalen, althans eenmaal, een of meerdere voertuigen rechts heeft ingehaald,- meermalen, althans eenmaal, (een) zogenoemde ‘wheelie(s)’ heeft gemaakt,- meermalen, althans eenmaal, met een of meerdere andere motorrijders is gaan straatracen,- rakelings langs andere verkeersgebruikers heeft gereden,- met een snelheid van ongeveer 95 kilometer per uur heeft ingehaald over een doorgetrokken streep op een weg waar een maximale toegenstane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- in tegengestelde rijrichting een eenrichtingsweg is ingereden (zogenaamd spookrijden) en/of (daarbij) een geslotenverklaring heeft genegeerd en/of- met een snelheid van (ongeveer) 203 kilometer per uur rakelings langs een andere verkeersgebruiker heeft gereden en ingehaald op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 70 kilometer per uur geldt,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
5.hij op of omstreeks 3 augustus 2025 te Eindhoven en/of Best, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Wal, de Roelantlaan, de Marathonloop, de Boschdijk, de Rijksweg A2, de Keizersgracht en/of de Noord-Brabantlaan te Eindhoven, althans verschillende wegen aldaar, en/of de Eindhovenseweg-Zuid teBest, althans een weg aldaar, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- links in te halen over een doorgetrokken streep en/of (daarbij) een zogenoemde ‘wheelie’ te maken,- tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat te bedienen,- meermalen, althans eenmaal, een rood verkeerslicht te negeren en/of (daarbij) (veel) sneller dan de aldaar geldende maximale snelheid te rijden,- met een snelheid van (ongeveer) 190 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- slingerend een of meerdere voertuigen in te halen en/of (daarbij) met een snelheid van 162 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 80 kilometer per uur geldt,- een of meerdere voertuigen links in te halen over een dubbele doorgetrokken streep,- tijdens het rijden de benen voor op de motor te leggen,- in tegengestelde rijrichting (zogenaamd spookrijden) over een busbaan te rijden,- meermalen althans eenmaal een of meerdere voertuigen rechts in te halen,door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 3 augustus 2025 te Eindhoven en/of Best, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Wal, de Roelantlaan, de Marathonloop, de Boschdijk, de Rijksweg A2, de Keizersgracht en/of de Noord-Brabantlaan te Eindhoven, althans verschillende wegen aldaar, en/of de Eindhovenseweg-Zuid te Best, althans een weg aldaar,- links heeft ingehaald over een doorgetrokken streep en/of (daarbij) een zogenoemde ‘wheelie’ heeft gemaakt,- tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat heeft bediend,- meermalen, althans eenmaal, een rood verkeerslicht heeft genegeerd en/of (daarbij) (veel) sneller dan de aldaar geldende maximale snelheid heeft gereden,- met een snelheid van (ongeveer) 190 kilometer per uur heeft gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- slingerend een of meerdere voertuigen heeft ingehaald en/of (daarbij) met een snelheid van 162 kilometer per uur heeft gereden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 80 kilometer per uur geldt,- een of meerdere voertuigen links heeft ingehaald over een dubbele doorgetrokken streep,- tijdens het rijden de benen voor op de motor heeft gelegd,- in tegengestelde rijrichting (zogenaamd spookrijden) over een busbaan heeft gereden,- meermalen althans eenmaal een of meerdere voertuigen rechts heeft ingehaald,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De politierechter is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Nadere overweging.

Met de officier van justitie en de verdediging is de politierechter van oordeel dat het samenstel van de verkeersgedragingen van de verdachte onmiskenbaar dienen te worden aangemerkt als gedragingen als bedoeld in artikel 5a van de WVW 1994. Op grond van de bewijsmiddelen komt de politierechter tot het oordeel dat de verdachte met zijn rijgedrag meermalen de verkeersregels opzettelijk in ernstige mate heeft geschonden en dat daarmee telkens gevaar was te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.

Gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring.

 De verklaring van de verdachte voor zover hiervoor onder a, 1a, 2a, 3a, 4a en 5a weergegeven.
 De inhoud van het hiervoor onder 1. genoemde procesdossier, voor zover hierna aangeduid:
  • een proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2025, opgemaakt en elektronisch ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , pag. 102-105 (t.a.v. feit 1);
  • een proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2025, opgemaakt en elektronisch ondertekend door verbalisant [verbalisant 2] , pag. 107-111, in onderling verband en samenhang bezien met een proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 december 2025, opgemaakt en elektronisch ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , los in dossier (t.a.v. feit 2)
  • een proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2025, opgemaakt en elektronisch ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , pag. 113-117 (t.a.v. feit 3);
  • een proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2025, opgemaakt en elektronisch ondertekend door verbalisant [verbalisant 3] , pag. 89-93 (t.a.v. feit 4);
  • een proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2025, opgemaakt en elektronisch ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , pag. 95-100 (t.a.v. feit 5).
Gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, Sv zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

De bewezenverklaring.

De politierechter acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte
1.op 26 april 2025 te Eindhoven, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Karel de Grotelaan, de Tilburgseweg, de N2 en/of de Rijksweg A2 te Eindhoven, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- meermalen zogenoemde ‘wheelies’ te maken,- met een snelheid van 118 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- met een snelheid van 200 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 70 kilometer per uur geldt,- met een snelheid van 250 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 100 kilometer per uur geldt,- de benen op de voorzijde van de motor te leggen en daarbij met een snelheid van 179 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 80 kilometer per uur geldt,- een of meerdere voertuigen rechts in te halen en daarbij met een snelheid van 191 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheidvan 100 kilometer per uur geldt en- de benen op de voorzijde van de motor te leggen en daarbij meerdere voertuigen slingerend in te halen,door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
2.op 3 juni 2025 te Eindhoven, Boskant en/of Best, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Piuslaan, de Jeroen Boschlaan, de John F. Kennedylaan, de Huizingalaan, de Roelantlaan, de Keizersgracht, de Woenselse Markt en/of de Wal te Eindhoven, en/of de Boskansteweg te Boskant, en/of de Gentiaanlaan en de Eindhovenseweg-Zuid te Best, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- meermalen zogenoemde ‘wheelies’ te maken,- meermalen meerdere voertuigen rechts in te halen,- meermalen over een fietspad te rijden,- meermalen tegen de rijrichting in te rijden (zogenaamd spookrijden) en daarbij eenmaal met een snelheid van 114 kilometer per uur te rijden waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- tijdens het rijden de benen voor op de motor te leggen,- meerdere voertuigen in te halen bij een doorgetrokken streep,- met een snelheid van 107 kilometer per uur te rijden op een fietsstraat waar een maximale toegestane snelheid van 30 kilometer per uur geldt en- meermalen een rood verkeerslicht te negeren,door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
3.op 11 juni 2025 te Eindhoven en/of Veldhoven, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Aalsterweg, de Spottersweg, de Dirk Noordhoflaan, de Tempellaan, de John F. Kennedylaan, de Bleekweg en/of de N2 te Eindhoven, en/of de Oersebaan te Veldhoven, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- meermalen over een fietspad te rijden,- met een snelheid van 106 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- meermalen zogenoemde ‘wheelies’ te maken,- met een snelheid van 110 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 30 kilometer per uur geldt,- meermalen een rood verkeerslicht te negeren,- meermalen meerdere voertuigen rechts in te halen en daarbij over een dubbele doorgetrokken streep, een verdrijvingsvlak en vluchtstrook te rijden met een snelheid van 126 kilometer per uur op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 70 kilometer per uur geldt en
- tijdens het rijden de benen voor op de motor te leggen,door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
4.op 26 juli 2025 te Eindhoven, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Vestdijk, de Marconilaan, de Heerbaan, de Kempenbaan, de Meerveldhovenseweg, de Locatellistraat, de Floralaan-west, de Piuslaan, de Insulindelaan, de Verwerstraat en/of de Tilburgseweg te Eindhoven, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- over een busbaan te rijden,- met een snelheid van 73 kilometer per uur over een zebrapad te rijden zonder voorrang te verlenen aan de naderende voetgangers, waarbij dievoetgangers moesten stoppen om een aanrijding te voorkomen,- meermalen meerdere voertuigen rechts in te halen,- meermalen zogenoemde ‘wheelies’ te maken,- meermalen met een of meerdere andere motorrijders te straatracen,- rakelings langs andere verkeersgebruikers te rijden,- met een snelheid van 95 kilometer per uur in te inhalen over een doorgetrokken streep op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- in tegengestelde rijrichting een eenrichtingsweg in te rijden (zogenaamd spookrijden) en daarbij een geslotenverklaring te negeren en- met een snelheid van 203 kilometer per uur rakelings langs een andere verkeersgebruiker te rijden en inhalen op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 70 kilometer per uur geldt,door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
5.op 3 augustus 2025 te Eindhoven en/of Best, als bestuurder van een voertuig (een motorfiets), daarmee rijdende op de weg, de Wal, de Roelantlaan, de Marathonloop, de Boschdijk, de Rijksweg A2, de Keizersgracht en/of de Noord-Brabantlaan te Eindhoven, en/of de Eindhovenseweg-Zuid te Best, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door- links in te halen over een doorgetrokken streep en daarbij een zogenoemde ‘wheelie’ te maken,- tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat te bedienen,- meermalen een rood verkeerslicht te negeren en daarbij veel sneller dan de aldaar geldende maximale snelheid te rijden,- met een snelheid van 190 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 50 kilometer per uur geldt,- slingerend meerdere voertuigen in te halen en daarbij met een snelheid van 162 kilometer per uur te rijden op een weg waar een maximale toegestane snelheid van 80 kilometer per uur geldt,- meerdere voertuigen links in te halen over een dubbele doorgetrokken streep,- tijdens het rijden de benen voor op de motor te leggen,- in tegengestelde rijrichting (zogenaamd spookrijden) over een busbaan te rijden,- meermalen meerdere voertuigen rechts in te halen,door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van de verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID.

De op te leggen straffen.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd, heeft de politierechter gelet op de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De politierechter heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Aard en ernst van de feiten.
De verdachte heeft met zijn motor in met name de gemeente Eindhoven op verschillende momenten en over langere afstanden zeer gevaarlijk rijgedrag vertoond. Vaak was sprake van dollemansritten. Hij heeft zich als een maniak in het verkeer gedragen en zich niets aangetrokken van de verkeersregels. Hiermee heeft hij op vele momenten de veiligheid van andere verkeersdeelnemers ernstig in gevaar gebracht. De politierechter neemt dit de verdachte zeer kwalijk.
De verdachte heeft van zijn rijgedrag filmpjes gemaakt en deze op zijn Instagram-account ‘ [naam account] ’ gepost. Het was de verdachte enkel en alleen te doen om op sociale media aanzien te vergaren en ‘likes’ te krijgen. Dergelijk gedrag, nota bene van iemand die als jongerenwerker werkzaam is en zich naar eigen zeggen met betrekking tot jongeren bezighoudt met ‘een stukje veiligheid’, kan absoluut niet door de beugel.
De persoon van de verdachte
De politierechter stelt vast dat de verdachte geen strafblad heeft.
De op te leggen straffen
Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de politierechter aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten zijn mede een weerslag van strafopleggingen in eerdere vergelijkbare zaken en dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Met de oriëntatiepunten wordt onder meer beoogd om in (op hoofdlijnen) vergelijkbare gevallen tot vergelijkbare bestraffing te komen. In dit geval houdt het toepasselijke oriëntatiepunt (bestuurder motorvoertuig op twee of meer wielen, samenstel van gedragingen, first offender) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken en een onvoorwaardelijke rijontzegging voor de duur van 6 maanden in.
De politierechter overweegt dat de oriëntatiepunten een richtsnoer vormen bij het bepalen van de op te leggen straf, waarbij het de rechter vrijstaat om van deze oriëntatiepunten af te wijken.
De politierechter is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving in beginsel niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf.
De politierechter weegt in het voordeel van de verdachte mee dat de verdachte er blijk van heeft gegeven dat hij de ernst van het door hem vertoonde verkeersgedrag inziet en dat hij inmiddels zijn levensgevaarlijke rijgedrag als motorvlogger heeft ingeruild voor het maken van meer positieve (verkeers-)content.
Met de officier van justitie is de politierechter van oordeel dat gelet op deze omstandigheden ten aanzien van de verdachte in strafmatigende zin dient te worden afgeweken van het voormelde oriëntatiepunt. Hierbij betrekt de politierechter ook het waardevolle werk dat de verdachte als jongerenwerker verricht.
De politierechter zal voor wat betreft de strafmaat aansluiting zoeken bij de straffen die door de officier van justitie zijn gevorderd.
Een en ander leidt ertoe dat de politierechter een straf zal opleggen die ervoor zorgt dat de verdachte (in beginsel) niet naar de gevangenis moet.
De politierechter acht het wel noodzakelijk dat de verdachte een stok achter de deur heeft in de vorm van een voorwaardelijke gevangenisstraf om hem ervan te weerhouden opnieuw een (al dan niet soortgelijk) strafbaar feit te plegen. De politierechter zal daarom de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk opleggen. De verdachte krijgt hiermee tevens de kans om zijn positieve ontwikkeling (en het maken van positieve content) voort te zetten. De voorwaardelijke op te leggen gevangenisstraf zal niet ten uitvoer worden gelegd als de verdachte gedurende de proeftijd van twee jaren geen strafbaar feit pleegt.
Daarnaast zal de politierechter aan de verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen. De politierechter is van oordeel dat ook van een taakstraf een voldoende duidelijke signaalfunctie richting de verdachte zat uitgaan.
Met de officier van justitie en de verdediging ziet de politierechter in het onderhavige geval in het opleggen van een langere onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid aan de verdachte dan de tijd die hij zijn rijbewijs al is kwijt geweest (6 maanden) geen toegevoegde waarde. Wel zal de politierechter aan de verdachte, in het belang van de verkeersveiligheid, een forse voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen. Deze ontzegging zal niet worden ten uitvoer gelegd als de verdachte zich gedurende een proeftijd van twee jaren aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken.
Alles afwegende, zal de politierechter aan de verdachte opleggen een taakstraf van 200 uren, te vervangen door 100 dagen hechtenis indien de verdachte deze taakstraf niet naar behoren verricht, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 18 maanden met aftrek van de tijd waarin het rijbewijs van de verdachte ingevorderd en ingehouden is geweest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De politierechter acht de aan de verdachte op te leggen straffen in overeenstemming met de aard en ernst van het bewezen verklaarde.

De motivering met betrekking tot het beslag.

De politierechter overweegt dat er nog beslag rust op de volgende voorwerpen
  • een motorfiets, merk/type Ducati Diavel Abs (kenteken [kenteken] ) (goednummer PL2100-2025154376-2052622);
  • een datadrager, SD-kaart, merk Lacie Lrd0tu6 (serienummer [nummer] ) (goednummer PL2100-2025154376-2387478);
  • een videocamera, merk Insta360 Ace Pro 2 (incl. batterijen) (PL2100-2025154376-2387496);
  • twee microfoons en een microfoonontvanger, merk/type Dji Dji Mic Mini Charging Case (goednummer PL2100-2025154376-2387513);
  • een datadrager en adapter, merk/type Sandisk (goednummer PL2100-2025154376-2387516);
  • een datadrager, merk/type Insta360 Micro Sd (goednummer PL2100-2025154376-2387498).
De officier van justitie heeft verbeurdverklaring van alle voorwerpen gevorderd. De verdediging heeft de teruggave van de motorfiets aan de verdachte bepleit en zich voor wat betreft het overige beslag gerefereerd aan het oordeel van de politierechter.
De politierechter overweegt als volgt.
De politierechter is van oordeel dat alle in beslag genomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat dit voorwerpen zijn waarmee de feiten zijn begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan de verdachte toebehoorden.
Met betrekking tot de motor overweegt de politierechter in het bijzonder nog het volgende. Met deze motor heeft de verdachte bij herhaling ernstige verkeersovertredingen begaan, waarbij hij de verkeersveiligheid in zeer ernstige mate heeft overtreden. Hierin ziet de politierechter rechtvaardiging voor haar beslissing om de motor van de verdachte af te pakken. Wat door de verdachte en zijn raadsman is aangevoerd, onder meer met betrekking tot de waarde van de motorfiets en de lening die de verdachte voor de aanschaf heeft moeten afsluiten, leidt niet tot een ander oordeel. De politierechter acht de verbeurdverklaring van de motor ook proportioneel. De politierechter beseft dat haar beslissing voor de verdachte ingrijpend is, maar overweegt dat dit (één van) de strafrechtelijke consequentie(s) is van zijn gevaarlijke rijgedrag.

Toepasselijke wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

De uitspraak.

De politierechter:
verklaart het onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair, feit 4 primair en feit 5 primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair, feit 4 primair en feit 5 primair bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart dat het bewezen verklaarde onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair, feit 4 primair en feit 5 primair telkens oplevert het misdrijf:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;
legt op de volgende
straffen:
* een
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van
200 uren, te vervangen door
100 dagen hechtenisindien de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht;

* een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op de grond dat de verdachte zich voor het einde van een
proeftijd van 2 jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
legt op de volgende
bijkomende straffen:
* een
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
18 maanden;
bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot
12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht;

* verbeurdverklaring van de in beslag genomen goederen, te weten:

  • een motorfiets, merk/type Ducati Diavel Abs (kenteken [kenteken] ) (goednummer PL2100-2025154376-2052622);
  • een datadrager, SD-kaart, merk Lacie Lrd0tu6 (serienummer [nummer] ) (goednummer PL2100-2025154376-2387478);
  • een videocamera, merk Insta360 Ace Pro 2 (incl. batterijen) (PL2100-2025154376-2387496);
  • twee microfoons en een microfoonontvanger, merk/type Dji Dji Mic Mini Charging Case (goednummer PL2100-2025154376-2387513);
  • een datadrager en adapter, merk/type Sandisk (goednummer PL2100-2025154376-2387516);
  • een datadrager, merk/type Insta360 Micro Sd (goednummer PL2100-2025154376-2387498).
De politierechter deelt de verdachte mede, dat hij binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen tegen dit vonnis en maakt hem opmerkzaam op het recht ter terechtzitting van dat rechtsmiddel afstand te doen.
Afstand van rechtsmiddelen door de verdachte en de officier van justitie.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de politierechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.