Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging
De formele voorvragen
Bewijs
- niet relevant als de verdachte niet de feitelijke beschikkingsmacht over de onveraccijnsde accijnsgoederen heeft, en
- het al dan niet aanwezig zijn van wetenschap van de hoedanigheid van de goederen en de wetenschap van de omstandigheid dat de goederen niet overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het Unierecht en de bepalingen van de Wet op de accijns in Nederland of elders in de Unie in de heffing zijn betrokken, bij de beoordeling of sprake is van ‘voorhanden hebben’ in de zin van de Wet op de accijns niet relevant.
De bewezenverklaring
De strafbaarheid van het feit
De strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en/of maatregel
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
gevangenisstrafvoor de duur van
30 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27