In voornoemd
rapport van psychiater I. Maksimovic isonder meer het navolgende gesteld:
(..)Bij betrokkene is sprake van een chronische psychotische stoornis, die aan de classificatiecriteria van schizofrenie voldoet. Verder is er sprake van een trauma- gerelateerde stoornis; betrokkene voldeed aan de criteria van een PTSS, maar dankzij de behandeling is de ernst daarvan afgenomen. Ten slotte kan er worden gesproken van een stoornis in cannabisgebruik, in remissie in een gereguleerde omgeving.(..)Het risico op gewelddadig gedrag vloeit voort uit de mogelijkheid van het ontstaan van een psychose. Gelet op betrokkenes psychotische kwetsbaarheid is de kans dat zij zonder medicatie een psychose zal ontwikkelen groot. Inadequate coping (vermijding, palliatieve coping) en traumagerelateerde klachten droegen voor het indexdelict bij aan het verzwakken van de draagkracht, waardoor een psychose gemakkelijker kon ontstaan dan zonder deze factoren. Het gebruik van middelen kan een psychose ontketenen, dan wel verergeren, wat op zijn beurt kan bijdragen aan risico’s. De inschatting is dat wanneer betrokkene adequaat ingesteld is op de juiste dosering van antipsychotische medicatie (en derhalve niet psychotisch is), zij voldoende ondersteuning en structuur krijgt, zij abstinent blijft van middelen en er rekening wordt gehouden met haar draagkracht, het recidiverisico verlaagd is. In de huidige situatie, dankzij het stabiele functioneren van betrokkene wordt het risico op gewelddadig gedrag als laag ingeschat. Zonder de context van TBS met voorwaarden is de inschatting, dat de risico’s zullen oplopen. Betrokkene is nu aan het begin van het resocialisatieproces. Gaandeweg dat proces zal haar draagkracht worden op proef gesteld. Het is van belang om na te gaan, door meer stapsgewijs verantwoordelijkheid aan betrokkene te geven, of zij in staat is om zich in een context met minder structuur kan handhaven en of zij in staat is om datgene wat zij heeft geleerd toe te passen. Het is niet ondenkbaar dat het overschrijden van de draagkracht in de context zonder de huidige zorg en ondersteuning zou kunnen leiden tot psychotische ontregeling. Wanneer dit aspect, in samenhang met de structurele kwetsbaarheid vanuit schizofrenie, wordt afgewogen tegen de winst die behaald is door de behandeling tot nu toe, wordt het risico op gewelddadig gedrag in de context ‘uit zorg’, i.e. in het hypothetische geval dat de TBS-maatregel nu zou komen te vervallen, als matig ingeschat. Het indexdelict heeft echter laten zien dat de gevolgen
van dit risico ernstig kunnen zijn.(..)
Het gebruik van antipsychotische medicatie en het naleven van andere leefregels om een psychose te voorkomen - abstinentie van middelen, aanvaarden van professionele hulp, ondersteuning, structuur en aanwijzingen en geen overschrijding van de draagkracht - is van belang voor het risicomanagement. In het kader van het risicomanagement is het nodig om het netwerk van betrokkene te blijven betrekken bij het traject, onder meer in de vorm van psychoeducatie en omwille van hun hulp bij het hanteren van het signaleringsplan.
(,..)
In maart 2024 is betrokkene uit de FPK uitgestroomd naar FPA Coornhert, onderdeel van [verblijfplaats] . Betrokkene heeft daar de behandeling voortgezet, onder meer de schematherapie en de systeemtherapie. In de loop van haar opname in de FPA heeft de groei zich voortgezet. Vergeleken met het onderzoek door ondergetekende begin 2024 is betrokkene sindsdien, dankzij de behandeling en de groei die zij heeft doorgemaakt, weerbaarder, actiever en opener geworden. Zij is al enige tijd toe aan de volgende stap in haar traject: begeleid wonen en werk of dagbesteding buiten de GGZ. Afwijzingen vanwege haar indexdelict hebben deze stap vertraagd. In januari 2026 is betrokkene uitgestroomd naar [verblijfplaats] een instelling voor begeleid wonen van [verblijfplaats] . Zij wordt ondersteund in het vinden van werk en dagbesteding. Betrokkene bevindt zich aan het begin van haar transmurale resocialisatietraject en heeft daarin nog stappen te maken richting zelfstandig wonen met begeleiding, met een adequate inbedding in de maatschappij. Daar is tijd voor nodig, waardoor er wordt geadviseerd om de maatregel TBS met voorwaarden met twee jaar te verlengen.”(..)
In voornoemd
advies van de reclasseringis onder meer het navolgende gesteld:
(..)Betrokkene volgde vanaf eind juni 2022 een klinische behandeling bij FPK Inforsa en is in maart 2024 doorgestroomd naar FPA Coornhert te Vught. Hier richtte behandeling zich meer op resocialisatie maar volgde ze ook nog diverse therapieën zoals schematherapie, traumabehandeling en systeemtherapie. In januari 2026 werd de klinische behandeling succesvol beëindigd en woont betrokkene sindsdien bij de [verblijfplaats] , een beschermde woonvorm op het terrein van [verblijfplaats] .(..)Betrokkene heeft de afgelopen twee jaar meer ziekte-inzicht verkregen en is medicatietrouw gebleken. Ze is zich ervan doordrongen dat zij vanwege haar schizofrenie altijd een kwetsbaarheid zal houden en hierdoor haar levensstijl aan zal moeten passen. Nu zij recent is verhuisd naar een eigen plek binnen een beschermde woonvorm kan zij laten zien dat zij al het geleerde in de behandeling kan blijven toepassen in een meer vrije omgeving met steeds minder controle en begeleiding.(..)Het risicomanagement richt zich op medicatie, die betrokkene in eigen beheer heeft en trouw inneemt. Daarnaast zijn belangrijke factoren binnen het risicomanagement een gezonde leefstijl, rust en regelmaat vanwege haar beperkte draagkracht door haar schizofrenie, het behouden van abstinentie en toewerken naar werk/opleiding. Beschermende factoren zijn het ziekte-inzicht wat door behandeling is gegroeid, de huidige ambulante behandeling en toezicht en haar sociaal netwerk (familie en vrienden). Betrokkene zal naar verwachting de komende twee jaar nog behandeling en toezicht nodig hebben om te blijven toetsen of zij de geleerde copingvaardigheden kan blijven toepassen bij steeds meer zelfstandigheid en meer eigen verantwoordelijkheden. Betrokkene dient de komende twee jaar nog verder te groeien naar meer zelfstandigheid en autonomie, waarbij zij ook kan laten zien dat zij waar nodig een beroep doet op haar (professionele) netwerk voor hulp.(..)Het risico op recidive wordt, binnen de huidige maatregel, ingeschat als laag. Het risico op letsel wordt, binnen de huidige maatregel, ingeschat als laag. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag.(..)Mocht de tbs maatregel wegvallen en daarmee de forensische behandeling en begeleiding, schatten wij in dat de risico`s kunnen oplopen. Betrokkene is in januari 2026 vanuit de klinische behandeling doorgestroomd naar een beschermde woonvorm met ambulante behandeling. Er is nog onvoldoende lang getoetst of zij het geleerde in de praktijk kan blijven toepassen, ook bij meer uitdagende en stressvolle gebeurtenissen moeten we bezien of betrokkene medicatietrouw blijft en het ziekte-inzicht aanwezig blijft. Voor nu laat zij een stabiel toestandsbeeld zien waarbij zij trouw haar medicatie inneemt, medewerking verleent aan haar resocialisatie en het toezicht en steeds beter haar grenzen kan bewaken. Ook is zij, voor zover wij dit door middel van urinecontroles kunnen vaststellen, vanaf eind december 2024 abstinent gebleven van middelen(..).Betrokkene houdt zich aan de voorwaarden. Waar wij het eerder zorgelijk vonden dat zij met periodes te laat een beroep deed op haar (professionele) netwerk wanneer het niet goed met haar ging, zien wij nu dat betrokkene hierin een groei heeft doorgemaakt. Ze is meer open in contact met zowel de reclassering als haar betrokken hulpverleners.(..)Wij adviseren om detbs
te verlengen met twee jaar.
Hoewel wij binnen de maatregel een lage kans zien op recidive, is betrokkene nog maar kort woonachtig binnen de huidige beschermde woonvorm met ambulante behandeling. Wij verwachten de komende twee jaar nodig te hebben om te toetsen of betrokkene het geleerde in de kliniek kan blijven toepassen binnen de ambulante setting, waarbij zij voor andere uitdagingen zal komen te staan. We vinden het nodig om in deze twee jaar te bezien of zij het ziekte inzicht behoudt en de noodzaak tot het blijven innemen van medicatie. Daarnaast blijft er aandacht voor haar leefstijl waarbij zij, vanwege haar beperkte draagkracht door haar schizofrenie, moet zorgen voor voldoende rust en regelmaat. Dit zijn belangrijke beschermende factoren binnen het risicomanagement Stapsgewijs willen wij toewerken naar meer zelfstandigheid en autonomie. Het vinden van werk of een andere vorm van dagbesteding en dagstructuur zal de komende twee jaar een belangrijk doel blijven. Wij vinden het niet nodig om de voorwaarden aan te passen.”
(..)