ECLI:NL:RBOBR:2026:4612

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000265692:C001
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:337 BWArt. 1:362 BWArt. 1:386 BWArt. 6:119 BWArt. 289 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voormalig curator wegens slecht curatelebewind en schadevergoeding

De rechtbank Oost-Brabant behandelde een zaak over de aansprakelijkheid van een voormalig curator die tekort was geschoten in haar taken ten aanzien van het vermogen van betrokkene. De curator was ontslagen vanwege beschadigd vertrouwen en moeizame communicatie. Na overname door een opvolgend curator werden onrechtmatige overboekingen en onverklaarde betalingen aan het licht gebracht.

De rechtbank stelde vast dat de voormalig curator onrechtmatig bedragen had overgeboekt van de beheerrekening van betrokkene naar haar eigen kantoorrekening, een caravan had verkocht zonder opbrengst af te dragen, en een betaling had gedaan aan een zorgverlener zonder onderbouwing. De curator kon deze betalingen niet verantwoorden, waardoor sprake was van toerekenbare tekortkoming in de zorg van een goed curator.

De rechtbank begrootte de schade op €38.787,45 en veroordeelde de curator tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de beschikking. Daarnaast werd de curator veroordeeld in de proceskosten. Een vordering wegens fouten bij de belastingaangifte werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitkomst: Voormalig curator wordt veroordeeld tot betaling van €38.787,45 schadevergoeding plus wettelijke rente en proceskosten wegens tekortschieten in haar curatorstaken.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
Locatie 's-Hertogenbosch
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000265692:C001
CBM-nummer
:
[beschikkingsnummer]
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
11 juni 2026
Beschikking van de kantonrechter op aansprakelijkstelling van voormalig curator
op verzoek van:
Alpha Bewind B.V.,
correspondentieadres Postbus [postbus] , [postcode] [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster of Alpha Bewind,
advocaat: mr. S. Smeets (Het Wetshuys advocaten en mediators),
tegen:
[curator] , voorheen handelend onder de naam [naam bewindvoerderskantoor],
ingeschreven op het BRP-adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: [curator] ,
met betrekking tot de curatele ten behoeve van:
[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
Inleiding
Deze zaak gaat over de vraag of betrokkene schade heeft geleden door toedoen dan wel nalaten van haar voormalige curator, [curator] . De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is en zal [curator] veroordelen tot betaling van schadevergoeding.
1. Procedure
1.1 De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 21 november 2025;
- de brief van de griffier aan [curator] van 24 februari 2026;
- de brief van de griffier aan [curator] van 9 maart 2026;
- de e-mail van de griffier aan Het Wetshuys van 17 maart 2026;
- de e-mail van Het Wetshuys, ontvangen op 18 maart 2026;
- de e-mail van de griffier aan [curator] van 18 maart 2026;
- de e-mail van Het Wetshuys (met bijlagen), ontvangen op 23 maart 2026.
1.2 Het verzoek is mondeling behandeld op 2 april 2026. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. Ter zitting is verschenen mevrouw [bewindvoerder] namens Alpha Bewind, vergezeld van mr. C.F.T. Hegger van Het Wetshuys. [curator] is, hoewel zij behoorlijk is opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet verschenen.

2.Feiten

2.1
Bij beschikking van de kantonrechter in Tilburg is ten behoeve van betrokkene met ingang van 9 december 2015 een curatele ingesteld. [curator] (handelend onder de naam [naam bewindvoerderskantoor] ) is destijds tot curator benoemd.
2.2
Op verzoek van de twee zonen van betrokkene is [curator] bij beschikking van de kantonrechter in ‘s Hertogenbosch van 18 december 2019 per 16 januari 2020 ontslagen als curator. Aan de beslissing lag ten grondslag dat de communicatie tussen betrokkene en [curator] moeizaam verliep en dat het vertrouwen dusdanig was beschadigd dat een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk was. De kantonrechter heeft Alpha Bewind tot opvolgend curator benoemd.
2.3
Vlak voor de overname door Alpha Bewind heeft [curator] op 6 januari 2020 het gehele vermogen van betrokkene (een bedrag van € 140.000,00) naar de kantoorrekening van [naam bewindvoerderskantoor] overgeboekt. Vervolgens heeft [curator] tevergeefs geprobeerd om de eigen bankrekening van betrokkene op te laten heffen. Het volledige geldbedrag is na ingrijpen van de rechtbank Oost-Brabant weer teruggestort op de rekening van betrokkene.
2.4
Bij beschikking van de kantonrechter van 10 maart 2022 is vastgesteld dat [curator] , in haar hoedanigheid van curator, jegens betrokkene toerekenbaar tekort is geschoten door haar taken niet naar behoren te vervullen. Het door [curator] ingeschakelde administratiekantoor heeft de inkomsten uit de door betrokkene ontvangen alimentatie niet opgegeven aan de belastingdienst. Doordat over de jaren 2016 tot en met 2018 onjuist belastingaangifte is gedaan, moest betrokkene voor die jaren een naheffingsaanslag betalen. De schade die betrokkene als gevolg hiervan heeft geleden is door de kantonrechter vastgesteld op
€ 1.585,00, waarbij [curator] is veroordeeld deze schade te vergoeden aan betrokkene.

3.Verzoek en verweer

3.1
Verzoekster heeft namens betrokkene verzocht om voor recht te verklaren dat [curator] tekort is geschoten in de zorg die van een goed curator ten aanzien van het bewind mag worden verwacht, om [curator] te veroordelen tot betaling aan betrokkene van schadevergoeding en vergoeding van proceskosten en om de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2
Verzoekster verzoekt (na correctie ter zitting van een kennelijke verschrijving in het verzoekschrift) dat [curator] zal worden veroordeeld tot betaling aan betrokkene van een bedrag aan schadevergoeding van € 40.331,77. De verzochte schadevergoeding bestaat uit de volgende schadeposten:
- € 28.490,95 vanwege onverklaarbare overboekingen vanuit de beheerrekening van betrokkene naar de kantoorrekening van [curator] in de periode 2016-2019;
- € 1.100,10 in verband met de verkoop van een caravan van betrokkene door [curator] in 2019;
- € 6.384,00 vanwege een onverklaarbare overboeking door [curator] vanuit de beheerrekening van betrokkene naar een bankrekening op naam van [naam zorgverlener] in 2018; en
- € 4.356,72 vanwege een foutieve aangifte inkomstenbelasting 2016 ten behoeve van betrokkene door [curator] .
3.3
[curator] heeft in deze procedure, ondanks dat zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen verweer gevoerd.

4.Beoordeling

Toetsingskader aansprakelijkheid curator
4.1
In artikel 1:386 lid 1 BW Pro is bepaald dat op het bewind van de curator de omtrent het bewind van de voogd toepasselijke voorschriften/bepalingen van overeenkomstige toepassing zijn (artikelen 1:337-371 BW). De curator moet het bewind over het vermogen van de curandus als een goed curator voeren. Bij slecht bewind is de curator voor de daardoor veroorzaakte schade aansprakelijk (artikel 1:337 lid 2 BW Pro). Op grond van artikel 1:362 BW Pro in verbinding met artikel 1:386 BW Pro is de kantonrechter bevoegd ambtshalve de schade vast te stellen die het gevolg is geweest van slecht curatelebewind en de curator tot vergoeding daarvan te veroordelen (HR 23 juni 2000, JOL 2000, 361).
4.2
Bij het bepalen van de omvang van de schade wordt de werkelijke situatie vergeleken met de (hypothetische) situatie dat de curator de belangen van betrokkene wel naar behoren zou hebben behartigd en dus niet tekort zou zijn geschoten in de zorg van een goed curator.
4.3
Hierna worden de vier opgevoerde schadeposten afzonderlijk besproken.
1 - Overboekingen beheerrekening naar kantoorrekening [naam bewindvoerderskantoor] 2016-2019
4.4
Verzoekster heeft Excellijsten overgelegd die zijn samengesteld op basis van de oorspronkelijke transactieoverzichten van de beheerrekening van betrokkene ( [bankrekeningnummer] ). Alpha Bewind heeft digitaal toegang gekregen tot deze transactieoverzichten na overname van het curatelebewind. Zij stelt op basis van de Excellijsten dat in de jaren 2016-2019 een groot aantal onverklaarbare overboekingen heeft plaatsgevonden van de beheerrekening van betrokkene naar de kantoorrekening van [curator] ( [bankrekeningnummer] ). Het gaat om een aanzienlijk bedrag van in totaal
€ 34.853,45 (in 2016 € 9.601,48, in 2017 € 10.967,04, in 2018 € 1.945,95 en in 2019
€ 12.338,98).
4.5
Verzoekster heeft [curator] gevraagd een onderbouwing te geven voor de overboekingen naar de kantoorrekening van [naam bewindvoerderskantoor] , in de vorm van facturen en/of nadere toelichting waaruit blijkt dat de bedragen aan [curator] verschuldigd waren. De uit de transactieoverzichten blijkende korte, algemene omschrijvingen vormen naar de mening van verzoekster onvoldoende onderbouwing van de rechtmatigheid van de overboekingen. Zij heeft van [curator] echter geen facturen of uitleg ontvangen, zodat zij ervan uitgaat dat het ongerechtvaardigde overboekingen betreft, die door [curator] moeten worden terugbetaald aan betrokkene.
4.6
Verzoekster stelt verder dat [curator] met ingang van de maand mei 2017 iedere week een bedrag van € 50,00 heeft overgemaakt op de leefgeldrekening van betrokkene. Voor die tijd verstrekte [curator] periodiek leefgeld in de vorm van contant geld aan de begeleiding van betrokkene. Deze gang van zaken is door de instelling waar betrokkene destijds verbleef bevestigd, maar de hoogte van de verstrekte contante bedragen is niet duidelijk geworden. Verzoekster neemt tot uitgangspunt dat op het door [curator] terug te betalen bedrag een beperkt bedrag in mindering moet worden gebracht in verband met door [curator] voorgeschoten contant leefgeld in 2016 (52 weken) en de maanden januari tot en met april 2017 (17 weken). Ter zitting heeft verzoekster bevestigd dat er geen aanwijzingen zijn dat betrokkene voorafgaand aan mei 2017 een hoger bedrag aan contant leefgeld heeft ontvangen dan € 50,00 per week, zoals zij daarna steeds op haar leefgeldrekening heeft ontvangen.
4.7
De kantonrechter oordeelt als volgt.
4.8
Uitgangspunt is dat een curator verplicht is rekening en verantwoording af te leggen over het gevoerde bewind. Van een zorgvuldig handelend curator mag worden verwacht dat deze een administratie bijhoudt waaruit de uitgaven en inkomsten van de curandus kenbaar zijn en op grond waarvan de rechtmatigheid van alle door de curator gedane overboekingen kan worden vastgesteld. Dat geldt in versterkte mate voor betalingen die de curator aan zichzelf doet ten laste van het vermogen van betrokkene. Dergelijke betalingen vanuit de beheerrekening aan de (professionele) curator zijn immers, met uitzondering van de wettelijk vastgestelde beloning voor de werkzaamheden van de curator, zeer ongebruikelijk.
4.9
Uitgaven moeten dus verantwoord kunnen worden. Als geen grondslag kan worden vastgesteld voor een betaling, is sprake van een onterechte onttrekking aan het vermogen van de curandus door de curator. Het komt voor risico van de curator als diens administratie onvoldoende is om vast te stellen dat uitgaven ten laste van het vermogen van een curandus rechtmatig zijn geweest.
4.1
De kantonrechter stelt vast dat in de periode 2016-2019 steeds opnieuw bedragen zijn overgeboekt van de beheerrekening van betrokkene naar de kantoorrekening van [curator] , tot een totaal bedrag van € 34.853,45. Hoewel deze gang van zaken veel vragen oproept, heeft [curator] geen nadere onderbouwing of toelichting verstrekt. Dat had wel op haar weg gelegen. Bij afwezigheid van een nadere toelichting of onderbouwing ontbreekt naar het oordeel van de kantonrechter een grondslag voor de overboekingen, behalve voor zover het gaat om door [curator] voorgeschoten contant leefgeld in de periode januari 2016 tot en met april 2017.
4.11
Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [curator] ten aanzien van betrokkene toerekenbaar tekortgeschoten is in de uitoefening van haar taken en in de zorg van een goed curator. Hierdoor heeft betrokkene schade geleden die voor een vergoeding in aanmerking komt.
4.12
Met betrekking tot de hoogte van de schade stelt de kantonrechter het volgende vast op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken. Betrokkene heeft voor een bedrag van € 31.403,45 schade geleden. Deze schade bestaat uit het totale bedrag aan overboekingen van € 34.853,45, verminderd met een bedrag van € 3.450,00 (bestaande uit door de kantonrechter geschat voorgeschoten contant leefgeld van € 50 gedurende 69 weken). [curator] moet deze schade aan betrokkene vergoeden.
2 – Inkomsten verkoop caravan betrokkene
4.13
Verzoekster stelt met een beroep op door haar overgelegde stukken onbetwist dat [curator] in juni 2019 een caravan die eigendom was van betrokkene heeft verkocht aan een derde, zonder de opbrengst aan betrokkene af te dragen. [curator] heeft desgevraagd geen informatie verstrekt over aan wie de caravan is verkocht, voor welk bedrag en waar de verkoopopbrengst is gebleven.
4.14
De kantonrechter stelt vast dat uit het transactieoverzicht 2019 van de beheerrekening van betrokkene geen inkomsten blijken in verband met de verkoop van de caravan. Deze inkomsten zijn door [curator] onbetwist onttrokken aan het vermogen van betrokkene. Dat betekent dat [curator] in verband met de verkoop van de caravan ten aanzien van betrokkene toerekenbaar tekortgeschoten is in de zorg van een goed curator. Hierdoor heeft betrokkene schade geleden die voor een vergoeding in aanmerking komt.
4.15
De kantonrechter begroot de door betrokkene geleden schade op een bedrag van
€ 1.000,00. Betrokkene heeft blijkens de stukken de caravan in 2018, niet lang voor de verkoop, voor dit bedrag aangeschaft. [curator] moet deze schade aan betrokkene vergoeden.
3 – Betaling aan [naam zorgverlener]
4.16
Verzoekster stelt met een beroep op door haar overgelegde bankgegevens dat op
17 mei 2018 ten onrechte een bedrag van € 6.384,00 van de beheerrekening van betrokkene naar een derde, [naam zorgverlener] , is overgeboekt onder vermelding van ‘voorgeschoten PGB kosten’. [curator] heeft desgevraagd geen informatie, factuur of andere onderbouwing verstrekt waaruit de grondslag voor de betaling blijkt. Ter zitting heeft verzoekster daaraan toegevoegd dat zij in de stukken die zij na overname van de curatele van [curator] heeft ontvangen, in het geheel niet heeft kunnen vaststellen dat [naam zorgverlener] als zorgverlener betrokken is geweest. Voor de betaling is ook geen machtiging door de destijds bevoegde kantonrechter afgegeven.
4.17
Op grond van het voorgaande ontbreekt naar het oordeel van de kantonrechter een grondslag voor de betaling aan [naam zorgverlener] en is sprake van een onterechte onttrekking aan het vermogen van betrokkene door [curator] . Dat betekent dat [curator] ten aanzien van betrokkene toerekenbaar tekortgeschoten is in de zorg van een goed curator. Hierdoor heeft betrokkene schade geleden die voor een vergoeding in aanmerking komt.
4.18
Met betrekking tot de hoogte van de schade stelt de kantonrechter vast, dat betrokkene voor een bedrag van € 6.384,00 schade heeft geleden. [curator] moet deze schade aan betrokkene vergoeden.
4 – ‘Fiscaliteiten’ aangifte inkomstenbelasting 2016
4.19
Verzoekster stelt kort gezegd dat [curator] fouten heeft gemaakt bij de aangifte inkomstenbelasting 2016, omdat een gedeelte van gemaakte zorgkosten ten onrechte niet is opgegeven als aftrekpost. Als de opgave na de naheffingsaanslag op de juiste wijze zou hebben plaatsgevonden, zou dit hebben geresulteerd in een lager belastbaar inkomen van betrokkene. Zij zou een lager bedrag verschuldigd zijn geweest aan inkomstenbelasting dan daadwerkelijk is betaald. Hierdoor heeft betrokkene schade geleden.
4.2
De kantonrechter kan op basis van de beschikbare informatie niet vaststellen of [curator] in dit opzicht is tekortgeschoten in de zorg van een goed curator. De toelichting en de berekeningen in het verzoekschrift zijn voor de kantonrechter niet navolgbaar. De berekeningen worden bovendien niet voldoende onderbouwd door de overgelegde stukken. Dat betekent dat ook als sprake zou zijn van een aan [curator] toerekenbare tekortkoming, de kantonrechter in deze procedure niet kan vaststellen of betrokkene daardoor schade heeft geleden en zo ja, tot welk bedrag. Dit onderdeel van de schadevordering van verzoekster zal daarom worden afgewezen.
Samenvatting schadevergoeding
4.21
Gelet op al het voorgaande zal de kantonrechter [curator] veroordelen om de volgende geleden schade te vergoeden aan betrokkene:
- overboekingen naar rekening [naam bewindvoerderskantoor] € 31.403,45
- verkoop caravan betrokkene € 1.000,00
- betaling aan [naam zorgverlener]
€ 6.384,00+
Totaal: € 38.787,45
4.22
Ambtshalve stelt de kantonrechter vast dat [curator] over het toegewezen bedrag wettelijke rente verschuldigd is op grond van artikel 6:119 BW Pro. Omdat uit de stellingen van verzoekster niet blijkt dat en wanneer [curator] in verzuim is komen te verkeren, zal de rente worden toegewezen vanaf de datum van deze beschikking.
Proceskosten (artikel 289 Rv Pro)
4.23
Verzoekster verzoekt vergoeding van de gemaakte proceskosten. Omdat [curator] ongelijk krijgt, zal de kantonrechter [curator] veroordelen in de proceskosten aan de zijde van betrokkene. De proceskosten worden begroot op € 1.298,00 (€ 1.154,00 aan salaris advocaat overeenkomstig 2 punten liquidatietarief € 577,00 en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.Beslissing

De kantonrechter:
stelt vast dat [curator] jegens [betrokkene] toerekenbaar tekort is geschoten in de zorg van een goed curator;
veroordeelt [curator] om aan [betrokkene] te betalen een bedrag van € 38.787,45,
te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf de datum van deze beschikking tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt [curator] in de proceskosten van € 1.298,00, te vermeerderen met de kosten van betekening als de beschikking wordt betekend;
verklaart onderdelen b en c van deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.