Uitspraak
Parketnummers vorderingen: 01.299547.24 en 96.298959.24
bijlage 1)
bijlage 2)
. (proces-verbaal van bevindingen pag. 5-9)
01.236767.23)
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 7 juli 2026 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van brandstichting op 31 augustus 2023 en bezit van circa 84 gram cocaïne op 8 april 2026. De brandstichting betrof het in brand steken van een scooter nabij een woning, waarbij gevaar voor bewoners en goederen bestond. Verdachte werd tevens verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne in een auto.
De rechtbank oordeelde dat het DNA-materiaal op een emmer met benzinegeur, gevonden nabij de brandstichting, onvoldoende bewijs vormde om verdachte als dader aan te merken. De verklaring van de ex-partner was onvoldoende concreet en er ontbrak aanvullend bewijs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van brandstichting.
Ten aanzien van het bezit van cocaïne vond de rechtbank dat verdachte wist van de aanwezigheid van de drugs in de auto, mede gelet op zijn gedrag, het geld en de telefoons in het voertuig, en eerdere veroordelingen. Dit werd bewezen verklaard. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 90 dagen op, met aftrek van voorarrest, en gelastte de tenuitvoerlegging van een ISD-maatregel van 2 jaar wegens recidive en een hoog risico op terugval.
De vorderingen van benadeelden in de brandstichtingszaak werden afgewezen wegens de vrijspraak. De rechtbank gelastte teruggave van inbeslaggenomen goederen en wees de gevorderde tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf in een andere zaak af vanwege de lopende ISD-maatregel. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van brandstichting en veroordeeld tot 90 dagen gevangenisstraf en een ISD-maatregel van 2 jaar voor bezit van cocaïne.