Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met vijf producties
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de pleitnota van de gemachtigde van [eiseres]
- de pleitnota van de gemachtigde van [gedaagde] .
2.De feiten
Hallo lieve collega’s,
Hoi [A] ,
Geachte [A] ,
3.Het geschil
4.De beoordeling
- op 21 maart 2025 heeft [gedaagde] in het gesprek zelf aangegeven ontslag te willen nemen, haar is slechts medegedeeld dat zij dat dan schriftelijk moest doen;
- zij heeft vervolgens uit eigen beweging in de WhatsApp-groep haar vertrek aangekondigd;
- zij heeft dezelfde dag de groepsapp verlaten;
- een dag later heeft zij de ontslagname schriftelijk bevestigd; en
- pas op 2 april 2025 heeft zij geprobeerd om daarop terug te komen.
Vervolgens zei ze dat zij mij niet vertrouwt, dat ik met mijn uren aan het sjoemelen was, te hebberig was geworden en dat ze mij niet meer wil zien. Door deze uitspraken ben ik geschokt en ik voelde mij in een hoek geduwd en ik wist niet meer wat ik moest doen en blokkeerde volledig. Na een lange stilte vermeld [A] dat zij mij niet meer in het bedrijf wil hebben en dat ik ontslag moet nemen of dat ik ontslagen word met een aantekening op mijn CV. Hierdoor was ik nog meer gechoqueerd en viel weer stil. [A] heeft naast mij gezeten en mij aangekeken. Uiteindelijk gaf ik aan dat ik dus geen andere optie heb. Vervolgens vermelde [A] dat ik mijn ontslag zwart op wit moest indienen (…)”
Eenmaal thuis aangekomen breekt [eiseres] direct weer in tranen uit. Overdonderd en vol onbegrip over wat er zojuist gebeurd is. Ze was overduidelijk compleet van streek en wist de situatie niet te verwoorden. Ze voelde zich verraden, gekleineerd, tenietgegaan. Wat haar enorm dwars zat is dat haar integriteit en toewijding in twijfel getrokken wordt waar ze altijd alles heeft gegeven. Ze wist niet hoe ze moest handelen of reageren in deze situatie en dit vooral door de dwang waaronder ze geforceerd is om ontslag te nemen. Uitspraken zoals “jij bent hebbering geworden”, “ik wil jou hier niet meer hebben” en hierbij komend de dreiging om met een advocaat te komen en negatieve aantekeningen als zij geen ontslag zou nemen. Dit was namelijk wat [A] letterlijk tegen [eiseres] had gezegd. Deze enorme tijdsdruk gecombineerd met de mentale druk van de situatie maakte dat [eiseres] hoog in de emoties bleef. Ze was voortdurend in twijfel en onzekerheid. Toen ik zei dat we echt met een advocaat moesten praten zei [eiseres] dat dit waarschijnlijk toch geen zin zou hebben. Uit angst voor de dreigementen van [A].”