ECLI:NL:RBOBR:2026:4875

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
01-295451-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf voor bezit van harddrugs en vernieling na vrijspraak diefstal en poging inbraak

De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van verschillende harddrugs, waaronder MDMA, amfetamine, 2C-B, cocaïne en LSD, en voor het opzettelijk beschadigen van eigendommen van een bedrijf. Verdachte werd vrijgesproken van de diefstal van een auto en kentekenplaten en van de poging tot inbraak, omdat het bewijs daarvoor onvoldoende was.

De straf bestaat uit een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden zoals reclasseringstoezicht en behandeling voor verslavingsproblematiek. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, het strafblad van verdachte en zijn openheid tijdens de zitting.

Daarnaast werd een gedeelte van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf ten uitvoer gelegd. De rechtbank beval ook de verbeurdverklaring van inbeslaggenomen goederen die verband houden met de strafbare feiten. De uitspraak volgt na meerdere zittingen en een uitgebreide beoordeling van het bewijs, waaronder NFI-rapporten en verklaringen van verdachte en getuigen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, voor bezit van harddrugs en vernieling; vrijspraak voor diefstal en poging tot inbraak.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummers: 01.295451.25, 01.095171.24 , 01.127695.24 en 05.193693.24 (ter terechtzitting gevoegd)
Parketnummer vordering: 20.000300.18
Datum uitspraak: 14 juli 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
wonende te [woonplaats] ,
thans gedetineerd te: P.I. [vestigingsplaats] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 februari 2026, 8 mei 2026 en 30 juni 2026.
Op de zitting van 30 juni 2026 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaken zijn aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 16 januari 2026 en 28 mei 2026.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
T.a.v. 01.295451.25, nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 8 mei 2026 is gewijzigd:
feit 1
hij op of omstreeks 4 november 2025 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
-ongeveer 96 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, en/of
-ongeveer 215 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevatten amfetamine, en/of
-ongeveer 268 pillen in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B en/of
-ongeveer 17 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of
-ongeveer 261 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of
-ongeveer 0,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD,
zijnde MDMA en/of amfetamine en/of 2C-B en/of cocaïne en/of LSD
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 2
hij op of omstreeks 4 november 2025 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 3021 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende amfetamine, zijnde amfetamine
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
T.a.v. 01.095171.24, nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 30 juni 2026 is gewijzigd:
feit 1
hij op of omstreeks 27 juni 2023 te Helmond, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer (onbekend gebleven) anderen, althans alleen,
een personenauto (te weten Audi A3 met kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [betrokkene 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden,
hij op of omstreeks 27 juni 2023 te Helmond en/of Veghel, gemeente Meierijstad, althans in Nederland
een personenauto (te weten Audi A3 met kenteken [kenteken 1] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
feit 2
hij op of omstreeks 27 juni 2023 te Helmond, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer (onbekend gebleven) anderen, althans alleen,
een of meerdere (Poolse) kentekenpla(a)t(en) (te weten [kenteken 2] ), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [betrokkene 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn (onbekend gebleven) mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden,
hij op of omstreeks 27 juni 2023 te Helmond en/of Veghel, gemeente Meierijstad, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer (onbekend gebleven) anderen, althans alleen,
een of meerdere (Poolse) kentekenpla(a)t(en) (te weten [kenteken 2] ), althans een of meerdere goed(eren) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,
terwijl hij en/of zijn (onbekend gebleven) mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/deze goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof(fen);
feit 3
hij op of omstreeks 27 juni 2023 te Veghel, gemeente Meierijstad, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om enig(e) goed/goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] en/of [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden,
hij op of omstreeks 27 juni 2023 te Veghel, gemeente Meierijstad, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
opzettelijk en wederrechtelijk een deur en/of kozijn en/of slot, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] en/of [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)
heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
T.a.v. 01.127695.24:
hij, op of omstreeks 21 december 2023, te Helmond,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkaanwezig heeft gehadongeveer 0.85 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne, zijnde cocaïneeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
T.a.v. 05.193693.24:
hij, op of omstreeks 16 november 2023 te Nijmegenopzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,28 gram, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij deOpiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel3a van die wet.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 20.000300.18 is aangebracht bij vordering van 25 november 2025. Deze vordering heeft betrekking op het arrest van het Gerechtshof te
's-Hertogenbosch van 28 april 2023. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsvraag.

Inleiding.
Verdachte wordt – kort samengevat – verweten dat hij diverse soorten harddrugs voorhanden heeft gehad (parketnummers 01.295451.25, 01.127695.24 en 05.193693.24). Het gaat in totaal om ruim 3,5 kilo.
Daarnaast wordt verdachte beschuldigd van diefstal van een auto en kentekenplaten, dan wel van heling van die goederen (01.095171.24 feiten 1 en 2) en een poging tot inbraak, dan wel een vernieling (01.095171.24 feit 3).
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie acht de feiten die zien op het voorhanden hebben van harddrugs wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie acht ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een auto en kentekenplaten en een poging tot inbraak.
Het standpunt van de verdediging.
Ten aanzien van de feiten die zien op het voorhanden hebben van harddrugs heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De raadsman heeft – op de gronden zoals verwoord in de pleitaantekeningen – vrijspraak bepleit van de diefstal dan wel heling van een auto en kentekenplaten en van de poging tot inbraak. De verdediging refereert zich ten aanzien van de vernieling aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank.
Vrijspraakoverweging 01.295451.25 feit 1, 261 gram amfetamine.
De rechtbank stelt op basis van de identificatierapporten van het NFI vast dat de tenlastegelegde 261 gram amfetamine geen amfetamine betrof, maar dat het ging om 261 gram MDMA. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het voorhanden hebben van 261 gram amfetamine.
Vrijspraakoverweging 01.095171.24 feit 1, feit 2.
De rechtbank stelt vast dat het dossier in het geheel geen bewijs bevat voor betrokkenheid van verdachte bij de diefstal van de auto en de kentekenplaten en zal verdachte daarom vrijspreken van de onder feit 1 en 2 primair ten laste gelegde diefstallen.
Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde heling van de auto en de kentekenplaten stelt de rechtbank op basis van het dossier het volgende vast. Aangeefster [aangever] (hierna: [aangever] ) verklaart dat zij op 27 juni 2023 vroeg in de ochtend met een auto Audi A3 naar het huis van [betrokkene 3] is gereden. Zij heeft de auto geparkeerd en is vervolgens bij [betrokkene 3] naar binnen gegaan. In de middag is zij daar in slaap gevallen. [aangever] wordt wakker gebeld door de eigenaar van de auto (getuige [getuige] ) en [aangever] merkt dan dat haar autosleutels weg zijn. Getuige [getuige] verklaart dat hij een persoon bij de auto heeft zien staan en dat kort daarna de auto weg is. Hij ziet vervolgens verdachte voorbijrijden in een andere auto.
Verdachte verklaart ter terechtzitting dat hij op 27 juni 2023 op enig moment bij [betrokkene 3] in een auto is gestapt. Hij had [betrokkene 3] al vaker in die auto zien rijden. Verdachte herkende de auto als de auto van de vriendin van [betrokkene 3] . De vriendin van [betrokkene 3] heet volgens verdachte [aangever] . Hij heeft niet gezien dat er Poolse kentekenplaten op de auto bevestigd waren en hij kan zich niet herinneren dat iemand met kentekenplaten bezig is geweest.
De rechtbank is van oordeel dat de juistheid van de verklaring van verdachte gelet op de inhoud van het dossier niet kan worden uitgesloten en acht deze verklaring, anders dan de officier van justitie, niet onaannemelijk. Dat verdachte wetenschap had of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de auto en de kentekenplaten van diefstal afkomstig waren, kan daarom niet worden bewezen. De rechtbank acht de onder feit 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde heling niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken.
Vrijspraakoverweging 01.095171.24 feit 3 primair.
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte op 27 juni 2023 te Veghel samen met zijn oom (hierna: medeverdachte) hard en met kracht aan de deur van ijssalon [bedrijf] heeft getrokken. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij en medeverdachte kattenkwaad uit wilden halen. Medeverdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij de deur van de ijssalon open wilde maken om daar te gaan slapen.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op het voorgaande niet wettig overtuigend bewezen kan worden dat bij verdachte en zijn medeverdachte het oogmerk bestond om zich wederrechtelijk enig goed toe te eigenen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de onder feit 3 primair ten laste gelegde poging tot inbraak.
De bewijsmiddelen.
De rechtbank volstaat gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen, nu verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en namens hem ook geen vrijspraak is bepleit.
T.a.v. 01.295451.25 [1] :
feit 1:
  • de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 30 juni 2026;
  • een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving inbeslagneming, pag. 350 tot en met 356;
  • een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 20 november 2025, pag. 72 tot en met 76;
  • een schriftelijk bescheid​​​​​​, te weten een rapport NFiDENT d.d. 10 december 2025 zaaknummer 2025.12.09.081 (aanvraag 013), pag. 111;
  • ​een schriftelijk bescheid​​​​​​, te weten een rapport NFiDENT d.d. 9 december 2025 zaaknummer 2025.12.09.081 (aanvraag 002), pag. 106;
  • een schriftelijk bescheid​​​​​​, te weten een rapport NFiDENT d.d. 9 december 2025 zaaknummer 2025.12.09.081 (aanvraag 003), pag. 107;
  • een schriftelijk bescheid​​​​​​, te weten een rapport NFiDENT d.d. 9 december 2025 zaaknummer 2025.12.09.081 (aanvraag 004), pag. 109;
  • een schriftelijk bescheid​​​​​​, te weten een rapport NFiDENT d.d. 10 december 2025 zaaknummer 2025.12.09.081 (aanvraag 014), pag. 104;
  • een schriftelijk bescheid​​​​​​, te weten een rapport NFiDENT d.d. 9 december 2025 zaaknummer 2025.12.09.081 (aanvraag 005), pag. 108;
  • een schriftelijk bescheid, te weten een rapport Identificatie drugs van het NFI
d.d. 5 februari 2026 zaaknummer 2025.12.09.081 (aanvraag 015), pag. 118.
feit 2:
  • de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 30 juni 2026;
  • een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 12] op 5 november 2025, pag. 31 en 32;
  • een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] op 1 januari 2026, pag. 127 tot en met 129 en bijlage pag. 192;
  • een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 20 november 2025, pag. 71 en fotobijlage pag. 83;
  • een schriftelijk bescheid, te weten een rapport NFiDENT d.d. 9 december 2025 zaaknummer 2025.12.09.081 (aanvraag 001), pag. 110.
T.a.v. 01.095171.24 feit 3 subsidiair [2] :
  • een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 18] op 28 juni 2023, pag. 70;
  • een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] namens [bedrijf] , opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] op 28 juni 2023, pag. 18;
  • een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] op 28 juni 2023, pag. 44.
T.a.v. 01.127695.24 [3] :
  • een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6] op 22 december 2023, pag. 94 en 95;
  • een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] op 22 december 2023, pag. 10 en 11;
  • een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 21 december 2023, pag. 108;
  • een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 21 december 2023, pag. 114;
  • een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 10] op 22 december 2023, pag. 83 en 84;
  • een schriftelijk bescheid, te weten een rapport NFiDENT d.d. 3 januari 2024 met zaaknummer 2024.01.03.151 (aanvraag 001), pag. 22;
  • een schriftelijk bescheid, te weten een rapport NFiDENT d.d. 3 januari 2024 met zaaknummer 2024.01.03.151 (aanvraag 002), pag. 23.
T.a.v. 05.193693.24 [4] :
  • een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 13] op 17 november 2023, pag. 30;
  • een proces-verbaal van aanhouding verdachte, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 14] en [verbalisant 15] op 16 november 2023, pag. 7 en 8;
  • een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, pag. 17;
  • een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 16] en [verbalisant 17] op 20 december 2023, pag. 23;
  • een schriftelijk bescheid, te weten een rapport NFiDENT d.d. 20 december 2023 met zaaknummer 2023.12.20.090 (aanvraag 001), pag. 26.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven opgesomde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:
T.a.v. 01.295451.25:
feit 1:
op 4 november 2025 te Gemert,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
- 96 pillen bevattende MDMA, en
- 215 pillen bevattende amfetamine, en
- 268 pillen bevattende 2C-B en
- 17 gram cocaïne, en
- 0,8 gram LSD,
zijnde MDMA en amfetamine en 2C-B en cocaïne en LSD
telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 2:
op 4 november 2025 te Beek en Donk
tezamen en in vereniging met een ander
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
3021 gram, amfetamine
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
T.a.v. 01.095171.24:
feit 3 subsidiair
op 27 juni 2023 te Veghel
tezamen en in vereniging met een ander
opzettelijk en wederrechtelijk een deur en slot, die aan [bedrijf] toebehoorden
heeft beschadigd;
T.a.v. 01.127695.24:
op 21 december 2023, te Helmond,opzettelijkaanwezig heeft gehad0.85 gram cocaïneeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
T.a.v. 05.193693.24:
op 16 november 2023 te Nijmegenopzettelijk aanwezig heeft gehad 1,28 gram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij deOpiumwet behorende lijst I.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor wat bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Daarnaast heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen gevorderd.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging heeft gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de ouderdom van enkele feiten en de overschrijding van de redelijke termijn, verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van gelijke duur aan het voorarrest. Daarnaast kan dan een fors voorwaardelijk strafdeel worden opgelegd met de voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de feiten.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van verschillende soorten harddrugs. Dit zijn ernstige strafbare feiten. Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen schade kan toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Bovendien gaat handel in dergelijke middelen veelal gepaard met verschillende vormen van criminaliteit, waardoor schade en overlast kan worden toegebracht aan anderen.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een vernieling. Door zijn handelen heeft verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen.
Ad informandum feit.
Verdachte heeft ter terechtzitting toegegeven dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het
strafbare feit dat ad informandum is vermeld op de dagvaarding met parketnummer 01.095171.24, voor welk feit verdachte niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd. Het betreft het niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden.
De persoon van verdachte.
Verdachte was geen onbekende op het gebied van Opiumwetdelicten. Hij heeft een uitgebreid strafblad en liep ten tijde van het plegen van onderhavige strafbare feiten in een proeftijd van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit heeft hem niet weerhouden de hiervoor bewezenverklaarde feiten te plegen. Dit weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee.
In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij ter zitting open kaart heeft gespeeld en verantwoordelijkheid voor zijn gedragingen lijkt te nemen. Verdachte heeft verklaard over de door hem begane strafbare feiten en zijn verslavingsproblematiek. De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsrapport van 18 juni 2026. Uit dit rapport volgt dat er op meerdere leefgebieden problemen zijn, met name op het gebied van verslavingen, psychosociaal functioneren en het sociaal netwerk van verdachte. Verdachte kampt al jaren met een alcohol- en drugsverslaving. Er zijn in het verleden diverse ambulante en klinische interventies ingezet, maar deze hebben destijds niet tot langdurige abstinentie en recidivevermindering geleid. Verdachte stond eerder niet altijd open voor reclasseringsbemoeienis, recidiveerde in delictgedrag en heeft zich ook meermaals onttrokken aan bijzondere voorwaarden. De reclassering benoemt dat verdachte nu wel hulpverlening wil accepteren. Hij staat open voor diagnostiek en behandeling om toe te werken naar stabiliteit en abstinentie. Zijn moeder en stiefvader zijn hierbij een belangrijke bron van steun. Hij kan altijd bij hen terecht en heeft bij hen ook onderdak na detentie. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met een aantal bijzondere voorwaarden die bestaan uit een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling in de vorm van begeleiding, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, dagbesteding en beheersing van middelengebruik.
Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven volledig mee te willen werken aan de voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd. De rechtbank heeft tevens acht geslagen op de positieve stappen die verdachte tijdens zijn detentie zet, en die lijken te zijn gericht op het vormgeven van zijn toekomst.
De op te leggen straf.
Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Bij het aanwezig hebben van ongeveer 3,5 kilo harddrugs gaat het oriëntatiepunt uit van een gevangenisstraf van 12 maanden onvoorwaardelijk.
De hoogte van de straf wordt in grote mate bepaald door de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van de ongeveer 3,5 kilo harddrugs op 4 november 2025. De rechtbank stelt verder vast dat ten aanzien van de overige bewezenverklaarde feiten de redelijke termijn is geschonden.
De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf. Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht en met een proeftijd van 2 jaar. Aan het voorwaardelijke strafdeel zullen de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld. Het voorwaardelijke deel dient enerzijds als stevige stok achter de deur – om verdachte te laten beseffen dat hij zich geen strafbare feiten kan veroorloven – en anderzijds om de behandeling en overige geadviseerde voorwaarden mogelijk te maken zodat verdachte zijn leven op de rit kan krijgen.
De rechtbank zal hiermee een kortere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd omdat de rechtbank minder feiten bewezen acht. De rechtbank is verder van oordeel dat de op te leggen gevangenisstraf de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 20.000300.18.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbare feiten heeft schuldig gemaakt.
In wat ter terechtzitting aan de orde is gekomen en in de persoon van verdachte ziet de rechtbank aanleiding te gelasten dat slechts een gedeelte van de straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd. Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging van dat gedeelte in de weg zouden staan zijn niet aanwezig. De rechtbank ziet enerzijds geen ruimte om de vordering af te wijzen, mede omdat de proeftijd al eerder is verlengd. Anderzijds acht de rechtbank het van belang dat verdachte zo spoedig mogelijk aan de slag kan met het werken aan zijn eerder omschreven problematiek zodat mogelijk recidive kan worden voorkomen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:
14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 350 Wetboek van Strafrecht
2, 10 Opiumwet.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:
- verklaart niet bewezen wat ten laste is gelegd onder 01.095171.24 feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 2 subsidiair, feit 3 primair en spreekt hem daarvan vrij;
- vernietigt t.a.v. 01.127695.24 de eerder uitgevaardigde strafbeschikking;
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:
T.a.v. 01.295451.25 feit 1:
Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
T.a.v. 01.295451.25 feit 2:
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
T.a.v. 01.095171.24 feit 3 subsidiair:
Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.
T.a.v. 01.127695.24:
Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
T.a.v. 05.193693.24:
Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf.
T.a.v. 01.295451.25 feit 1, feit 2, 01.095171.24 feit 3 subsidiair, 01.127695.24, 05.193693.24:
Een
gevangenisstrafvoor de duur van
18 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht waarvan
9 maanden voorwaardelijken een
proeftijd van 2 jaren.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
En stelt als bijzondere voorwaarden:
- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Novadic-Kentron verslavingsreclassering op het adres Dr. Poletlaan 74-76 te Eindhoven;
- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door Unitio of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de begeleiding nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van begeleiding;
- dat de veroordeelde meewerkt aan diagnostiek en zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Novadic-kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, sociaal netwerk, en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de veroordeelde dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
- dat veroordeelde zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
- dat veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan controle om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik leren te beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welke controlemiddelen wordt gecontroleerd.
Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Verbeurdverklaringvan de onder parketnummer 01.295451.25 inbeslaggenomen goederen, te weten:
1. STK Mixer
1. STK Zak;
1. STK Plasticzakje;
1. STK Plasticzakje;
1. STK Plasticzakje;
17 STK Plasticzakje.
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:
Beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch d.d. 28 april 2023 gewezen onder parketnummer 20.000300.18, te weten:
een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 maanden.
De rechtbank beveelt de opheffing van het tegen de verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsstraf.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.H.J.J. van de Wetering, voorzitter,
mr. G.M. Blanken en mr. S.V. Vullings, leden,
in tegenwoordigheid van mr. N.P.M. van de Wouw, griffier,
en is uitgesproken op 14 juli 2026.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Oost-Brabant, genummerd PL2100-2025248866.
2.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Oost-Brabant, genummerd PL2100-2023140880.
3.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Oost-Brabant, genummerd PL2100-2023278324.
4.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie, genummerd PL0600-2023531570.