Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De inhoud van de vordering
3.De grondslag voor ontneming
mensenhandel.
4.De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
bijlageaan dit vonnis gehecht (hierna: de Bijlage). De voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel redengevende feiten en omstandigheden ontleent de rechtbank rechtstreeks aan deze bewijsmiddelen. In de ontnemingszaak verbindt de rechtbank op grond van dezelfde overwegingen dezelfde gevolgtrekkingen aan die bewijsmiddelen als in de strafzaak.
€ 46.800,- aan financieel voordeel door huurinkomsten dan ook niet aanmerken als wederrechtelijk verkregen voordeel.
5.De vaststelling van de betalingsverplichting
6.Het toepasselijke wetsartikel
7.De beslissing
- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 249.937,14.
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 249.937,14 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
- waarbij geldt dat indien een andere veroordeelde geheel of gedeeltelijk betaalt, de veroordeelde in zoverre van deze betalingsverplichting zal zijn bevrijd;
- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.