Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
De formele voorvragen.
Bewijs.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] .
De benadeelde partij heeft een vordering ingediend strekkende tot vergoeding van € 350,- aan immaterieel geleden schade.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .
De benadeelde partij heeft een vordering ingediend en deze voorzien van een onderbouwing waarom hij schade heeft geleden. Echter, hij heeft het te bepalen bedrag aan vergoeding van (immaterieel geleden) schade aan het Openbaar Ministerie/de rechtbank overgelaten en geen bedragen ingevuld.
Motivering van de hoofdelijkheid.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
Ten aanzien van feit 2:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
taakstrafvoor de duur van
220 urensubsidiair
110 dagen hechtenismet aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van
7.565,36 euro.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van
[slachtoffer 5], van een bedrag van
350,00 euro.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [slachtoffer 2] , van een bedrag van
1.000,00 euro.