ECLI:NL:RBOBR:2026:4939

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
C/01/424605 / HA ZA 26-175
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 224 RvArt. 17 Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954Art. 6:119 BWVerordening (EU) nr. 1215/2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot zekerheidsstelling buitenlandse partij op grond van Haags Rechtsvorderingsverdrag

In deze civiele bodemzaak vordert NaNa Bio dat MSH Group, een buitenlandse partij gevestigd in Bosnië en Herzegovina, zekerheid stelt voor proceskosten op grond van artikel 224 Rv Pro. MSH Group heeft geleverd volgens een koopovereenkomst, maar NaNa Bio weigert betaling van de factuur. De rechtbank beoordeelt eerst de rechtsmacht en toepasselijk recht, waarbij wordt vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van Verordening Brussel I-Bis.

De rechtbank overweegt dat de vordering tot zekerheidstelling uitsluitend op procesrecht berust en dat het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954, waarvan zowel Nederland als Bosnië en Herzegovina lid zijn, een verplichting tot zekerheidstelling voor proceskosten uitsluit. Daarom wordt de vordering afgewezen.

NaNa Bio wordt veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op €842,00, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten van betekening bij niet-tijdige betaling. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere procedurele stappen en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot zekerheidstelling af en veroordeelt NaNa Bio in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/424605 / HA ZA 26-175
Vonnis in incident van 1 juli 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
MSH GROUP D.O.O.,
te Serajevo (Bosnië en Herzegovina),
eisende partij in conventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: MSH Group,
advocaat: mr. N.P.O. Ruysch,
tegen
NANA BIO B.V.,
te Helmond,
gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,
eisende partij in reconventie in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: NaNa Bio,
advocaat: mr. J.F.M. Heuvelmans.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de incidentele conclusie tot zekerheidsstelling, tevens conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie
  • de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De beoordeling in het incident

Het geschil
2.1.
In de hoofdzaak is, samengevat en alleen voor zover van belang voor de beoordeling van het incident, het volgende aan de hand. MSH Group stelt dat zij met NaNa Bio een koopovereenkomst heeft gesloten, waarbij partijen hebben afgesproken dat MSH Group biologische aardbeien aan NaNa Bio zou leveren voor de in de overeenkomst genoemde prijs per kilogram. Volgens MSH Group heeft zij aan haar leveringsverplichting voldaan, maar weigert NaNa Bio de door MSH Group gezonden factuur voor de levering te betalen. MSH Group vordert daarom in de hoofdzaak dat de rechtbank NaNa Bio veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 88.064,00 in hoofdsom, te vermeerderen met rente en buitengerechtelijke kosten.
2.2.
NaNa Bio vordert in het incident dat de rechtbank MSH Group veroordeelt tot het stellen van zekerheid op grond van artikel 224 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voor een bedrag van € 13.000,00 (of een door de rechtbank te bepalen bedrag) in de vorm van een bankgarantie van een in Nederland te goeder naam en faam bekend staande bankrekening, binnen vier weken na het vonnis.
2.3.
MSH Group heeft daartegen verweer gevoerd.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.4.
Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat MSH Group is gevestigd in Bosnië en Herzegovina. De rechtbank moet daarom ambtshalve beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en welk recht van toepassing is.
2.5.
De rechtbank oordeelt hierover als volgt. Voor de vraag naar de rechtsmacht moet worden gekeken naar Verordening Brussel I-Bis [1] . Op grond van artikel 4 lid 1 van Pro deze verordening moet een gedaagde (in beginsel) worden opgeroepen voor een gerecht van de lidstaat waar hij woonplaats heeft. Een grondslag voor afwijking van deze hoofdregel is niet gesteld of gebleken. NaNa Bio is gevestigd in Nederland. De Nederlandse rechter is dus in deze procedure bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen.
2.6.
In dit incident moet worden beoordeeld of er grond bestaat om MSH Group te verplichten zekerheid te stellen voor proceskosten ten behoeve van NaNa Bio zoals bedoeld in artikel 224 Rv Pro. Dit is een beoordeling die uitsluitend is gebaseerd op procesrecht. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen, is het Nederlands procesrecht van toepassing op de onderhavige procedure.
Inhoudelijke beoordeling
2.7.
De incidentele vordering zal worden afgewezen. Op grond van artikel 17 van Pro het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954 [2] kan een partij uit een verdragsluitende staat, niet verplicht worden om zekerheid te stellen voor proceskosten. Bosnië en Herzegovina en Nederland zijn lid van dit verdrag. MSH Group voert daarom terecht als verweer aan dat op grond van het Haags Rechtsvorderingsverdrag aan haar geen verplichting tot zekerheidsstelling kan worden opgelegd.
Proceskosten
2.8.
NaNa Bio is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van MSH Group worden begroot op € 842,00 (€ 653,00 aan salaris advocaat (1 punt × € 653,00) en € 189,00 aan nakosten), plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing.
2.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
in het incident
3.1.
wijst de incidentele vordering af,
3.2.
veroordeelt NaNa Bio in de proceskosten van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als NaNa Bio niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt NaNa Bio tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
3.5.
verwijst de zaak naar de rol van
15 juli 2026voor beraad over het vervolg van de procedure,
3.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.

Voetnoten

1.de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)
2.Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering