ECLI:NL:RBOBR:2026:4972
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Kooijman
- J.H.P.G. Wielders
- M.W.M. Bankers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen handel in harddrugs met procesafspraken
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 1 juli 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die wordt verdacht van medeplegen van handel in harddrugs, specifiek cocaïne, in de periode van januari tot juni 2022 te Oss. De zaak is behandeld op basis van een overeenkomst tussen verdachte en het Openbaar Ministerie waarin proces- en vonnisafspraken zijn gemaakt.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is om kennis te nemen van de tenlastelegging. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk verkopen, afleveren en verstrekken van cocaïne, een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet. Er zijn geen omstandigheden die de strafbaarheid uitsluiten.
De procesafspraken hielden in dat verdachte geen bewijsverweren zou voeren, geen onderzoekswensen zou indienen en zich niet aan de strafuitvoering zou onttrekken. De rechtbank heeft de afspraken met verdachte besproken en vastgesteld dat hij vrijwillig en bewust instemde met de inhoud en gevolgen daarvan.
De rechtbank heeft de strafeis van het Openbaar Ministerie overgenomen, met een lichte aanpassing in het aantal dagen voorwaardelijke gevangenisstraf vanwege een correctie in de duur van het voorarrest. De opgelegde straf bestaat uit 180 dagen gevangenisstraf waarvan 161 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar, en een taakstraf van 150 uur, subsidiair 75 dagen hechtenis. De rechtbank acht deze straf passend gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf waarvan 161 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 150 uur wegens medeplegen van handel in cocaïne.