Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsvraag.
De bewezenverklaring.
- ‘ [naam] ’ in plaats van ‘ [naam] ’;
- ‘202’ in plaats van ‘2022’ (zaak 3);
- ‘ [slachtoffer 8] ’ in plaats van ‘ [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] ’ (zaak 6);
- ‘ [slachtoffer 9] ’ in plaats van ‘ [slachtoffer 9] ’ (zaak 7)
- ‘24 januari 2023’ in plaats van ‘31 januari 2023’ (zaak 9);
- ‘ [slachtoffer 17] ’ in plaats van ‘ [slachtoffer 16] en [slachtoffer 17] ’ (zaak 15);
- ‘8 november 2022’ in plaats van ‘4 november 2022’ (zaak 16);
- ‘ [slachtoffer 26] ’ in plaats van ‘ [slachtoffer 26] ’ (zaak 25);
- ’24 november 2022’ in plaats van ‘23 november 2022’ (zaak 27);
- ‘ [slachtoffer 33] ’ in plaats van ‘ [slachtoffer 33] ’ (zaak 34);
- ‘ [slachtoffer 38] ’ in plaats van ‘ [slachtoffer 38] ’ (zaak 36).
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
35 slachtoffers op geniepige wijze grote geldbedragen en sieraden afhandig gemaakt. Zij hebben zich daarbij bewust gericht op oudere mensen. Verdachte en zijn mededaders hebben de slachtoffers, die zoals gezegd vrijwel allemaal op leeftijd zijn, hiermee niet alleen financiële schade toegebracht, maar ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig geschaad. Dit komt tot uitdrukking in de vorderingen benadeelde partij die in deze zaak zijn ingediend. Daar komt bij dat zij sommige slachtoffers ook sieraden, die een grote emotionele waarde vertegenwoordigden, afhandig hebben gemaakt. Dit alles vond plaats in de woning van slachtoffers, hetgeen bij uitstek de plek is waar iemand zich veilig zou moeten kunnen voelen. Verdachte was enkel gericht op eigen financieel gewin. Daarbij heeft hij geen rekening gehouden met de schade die hij bij de slachtoffers heeft veroorzaakt en de maatschappelijke onrust die hij daarmee heeft veroorzaakt. De rechtbank neemt de verdachte dit allemaal zeer kwalijk.
11 oktober 2023, waardoor artikel 63 Sr Pro van toepassing is. Wel vindt de rechtbank dat, gelet op de grootschaligheid van fraude die in deze zaak aan de orde is, artikel 63 Sr Pro maar een zeer beperkte invloed heeft op de strafoplegging.
- € 27.199,- (schadeloosstellingen);
- € 2.040,- (onderzoekskosten).
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
taakstrafvoor de duur van
240 urensubsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 5] , van een bedrag van
1.450,- euro, bestaande uit 700,- euro materiële schadevergoeding en 750,- euro immateriële schadevergoeding. De vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [slachtoffer 5] , van een bedrag van
1.450,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 14 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 8] , van een bedrag van
750,- euro, bestaande uit immateriële schadevergoeding. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [slachtoffer 8] , van een bedrag van
750,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 15] , van een bedrag van
750,- euro, bestaande uit immateriële schadevergoeding. De vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [slachtoffer 15] , van een bedrag van
750,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 7 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding en veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 31] , van een bedrag van
1.000,- euro, bestaande uit materiële schadevergoeding. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [slachtoffer 31] , van een bedrag van
1.000,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde 1] , van een bedrag van
4.437,- euro, bestaande uit materiële schadevergoeding. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 februari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [benadeelde 1] , van een bedrag van
4.437,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 44 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde 2] , van een bedrag van
27.199,- euro, bestaande uit materiële schadevergoeding. De vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
verplichting tot betaling aan de Staatten behoeve van [benadeelde 2] , van een bedrag van
27.199,- euro. De rechtbank bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 148 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.