ECLI:NL:RBOBR:2026:5047

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
01/371750-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 47 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77m Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugdstrafrechtelijke veroordeling voor bankhelpdeskfraude, diefstal met geweld en poging tot diefstal met valse sleutel

De rechtbank Oost-Brabant heeft op 20 juli 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een minderjarige verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder bankhelpdeskfraude, diefstal met geweld en poging tot diefstal met een valse sleutel. De feiten vonden plaats in augustus 2024 en betroffen onder meer het misleiden van oudere slachtoffers om waardevolle spullen en pinpassen af te geven, gevolgd door diefstal.

De rechtbank heeft de tenlasteleggingen grotendeels bewezen verklaard op basis van bekentenissen van verdachte en diverse proces-verbalen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot diefstal met een valse sleutel, diefstal met geweld, medeplegen van oplichting en diefstal met een valse sleutel. De rechtbank heeft de strafbaarheid van verdachte bevestigd en geen strafuitsluitingsgronden vastgesteld.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van de slachtoffers, het berouw en de jonge leeftijd van verdachte (13 jaar ten tijde van de feiten), en de overschrijding van de redelijke termijn met drie maanden. De rechtbank legde een leerstraf van 50 uren en een voorwaardelijke werkstraf van 100 uren op met een proeftijd van twee jaar, met bijzondere voorwaarden gericht op begeleiding en weerbaarheid.

De vorderingen van twee benadeelde partijen tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van rechtstreeks verband met het bewezen verklaarde en onvoldoende onderbouwing. De rechtbank gelastte de teruggave van een inbeslaggenomen gouden ketting aan de rechthebbende. Het vonnis werd gewezen door drie rechters, waaronder een kinderrechter.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een leerstraf van 50 uren en een voorwaardelijke werkstraf van 100 uren met een proeftijd van twee jaar wegens bankhelpdeskfraude, diefstal met geweld en poging tot diefstal met valse sleutel.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummers: 01.371750.24 en 03.254135.25 (ter terechtzitting gevoegd)
Datum uitspraak: 20 juli 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2010] ,
wonende te [adres 1] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 juli 2026.
Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 11 juni 2026.
01.371750.24
De officier van justitie beschuldigt verdachte ervan dat hij – samengevat – op
17 augustus 2024 in Eindhoven samen met anderen heeft geprobeerd geldbedragen op te nemen met de pinpas van [slachtoffer 1] , terwijl hij niet bevoegd was om deze pinpas te gebruiken.
03.254135.25
De verdachte wordt er primair van beschuldigd dat hij – samengevat – op 13 augustus 2024 samen met anderen:
  • [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] samen met anderen met geweld heeft bestolen van een sieradenkist met sieraden door die [slachtoffer 2] te duwen (feit 1 primair) of anders samen met anderen hen heeft bewogen tot afgifte van de sieradenkist met sieraden (feit 1 subsidiair);
  • [slachtoffer 4] heeft bewogen tot afgifte van een ketting en/of een pinpas (feit 2) en [slachtoffer 5] heeft bewogen tot afgifte van een envelop met pinpas (feit 3),
door – kort samengevat – die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (feit 1 subsidiair), [slachtoffer 4] (feit 2) en [slachtoffer 5] (feit 3) op te bellen en zich voor te doen als een ander, te zeggen dat er geld van hun rekening was gehaald of dat dit was geprobeerd, te zeggen dat er iemand langskomt bij hun woning, naar hun woning te gaan en spullen uit de woning mee te nemen;
- van [slachtoffer 5] geld heeft gestolen, door onbevoegd gebruik te maken van haar bankpas en pincode (feit 4).
De volledige beschuldiging (tenlastelegging) staat in bijlage I.
Door een kennelijke schrijffout in de tenlastelegging met zaaknummer 03.254132.25 staat bij de feiten 1 subsidiair, 2 en 3 geen jaartal vermeld. De officier van justitie heeft daarover opgemerkt dat dit schrijffouten betreffen en dat hier steeds 2024 dient te worden gelezen. De rechtbank herstelt deze schrijffout en leest de tenlastelegging zo dat aan de data het jaartal 2024 is toegevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging verder nog taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd.

De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Verder zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle (primair) ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen bewezenverklaring van de feiten.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal voor de feiten in beide zaaknummers met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsvrouw geen vrijspraak bepleit.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
01.371750.24
Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, genummerd OB2R024124.
1. De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 6 juli 2026;
2. Het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] , opgemaakt op 21 augustus 2024, p. 31-45;
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 9 oktober 2024 (p. 64-65).
De rechtbank concludeert op basis van de gebezigde bewijsmiddelen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot diefstal met een valse sleutel in vereniging.
03.254135.25
Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, genummerd LB1R024087.
Feit 1 primair
1. De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 6 juli 2026;
2. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , opgemaakt op 15 augustus 2024 (p. 20-27):
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 1 september 2024 (p. 57-61);
Feit 2
1. De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 6 juli 2026;
2. Het proces-verbaal van aangifte door [naam 1] namens [slachtoffer 4] , opgemaakt op 13 augustus 2024 (p. 70-73);
Feit 3
1. De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 6 juli 2026;
2. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , opgemaakt op 14 augustus 2024 (p. 96-100);
Feit 4
1. De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 6 juli 2026;
2. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , opgemaakt op 14 augustus 2024 (p. 96-100);
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 12 september 2024 (p. 102-104).
De rechtbank concludeert op basis van de gebezigde bewijsmiddelen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging (feit 1 primair), medeplegen van oplichting (feit 2 en 3) en diefstal met een valse sleutel in vereniging (feit 4).

De bewezenverklaring

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte
01.371750.24
op 17 augustus 2024 te Eindhoven tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om uit een geldautomaat aan de Heezerweg een hoeveelheid geld, die aan [slachtoffer 1] toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat weg te nemen goed onder hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, een aan die [slachtoffer 1] toebehorende pinpas, tot welk gebruik hij, verdachte, en zijn mededaders niet gerechtigd waren, in die geldautomaat heeft ingevoerd en getracht heeft daarmee geld op te nemen via die geldautomaat, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
03.254135.25
1. primair

op 13 augustus 2024 te Heythuysen, in de gemeente Leudal tezamen en in vereniging met anderen een sieradenkist met sieraden, die aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door die [slachtoffer 2] te duwen waardoor die [slachtoffer 2] tegen de kast aanviel;

2

op 13 augustus 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van een ketting, door

- voornoemde [slachtoffer 4] op te bellen en zich voor te stellen als medewerker van de Rabobank,
- tijdens dat telefoongesprek tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat er 800 euro van haar rekening was afgehaald en die [slachtoffer 4] te vragen naar haar geld, juwelen en pinpas,
- vervolgens tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat ze haar geld en juwelen klaar moest leggen,
- vervolgens tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat er iemand langskomt om de spullen op te halen,
- zich naar de woning van die [slachtoffer 4] te begeven en
- een ketting aan te nemen van die [slachtoffer 4] ;
3

op 13 augustus 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van een envelop met pinpas, door

- voornoemde [slachtoffer 5] op te bellen en zich voor te stellen als [naam 2] ,
- tijdens dat telefoongesprek tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat er geprobeerd was geld afhandig van haar te maken en dat zij dit hadden voorkomen,
- vervolgens tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat hij haar wil helpen en dat zij de bankpas in een envelop moest doen,
- vervolgens tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat er iemand langskomt om de envelop op te halen,
- zich naar de woning van die [slachtoffer 5] te begeven en aan te bellen en
- een envelop met pinpas aan te nemen van die [slachtoffer 5] ;
4

op 13 augustus 2024 in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, geldbedragen die aan [slachtoffer 5] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankpas en pincodes van die [slachtoffer 5] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf

De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot oplegging van de leerstraf [adres 2] verlengd (50 uren) en een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 150 uren, met aftrek van het voorarrest, een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft oplegging van de voorgestelde leerstraf en een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 100 uren met een proeftijd en de bijzondere voorwaarden bepleit.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging om geld te stelen door met een door anderen gestolen pinpas van slachtoffer [slachtoffer 1] geld te pinnen. Verdachte werd gevraagd om te pinnen en kreeg deze pinpas van de medeverdachten, die met balaclavas op in een auto zaten. Hierbij moet verdachte hebben geweten dat het niet legaal was wat van hem werd gevraagd en dat de rechtmatige eigenaar van de pinpas bestolen zou worden van het gepinde geld.
Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het stelen van een sieradenkist uit de woning van slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , waarbij hij slachtoffer [slachtoffer 2] heeft geduwd toen deze hem probeerde tegen te houden. Uit de woning van slachtoffer [slachtoffer 4] heeft hij een ketting meegenomen en uit de woning van slachtoffer [slachtoffer 5] een envelop met een pinpas. Verdachte is op een listige manier de woningen in gekomen, waarbij hij en zijn medeverdachten misbruik hebben gemaakt van het vertrouwen en de kwetsbaarheid van slachtoffers op hoge leeftijd. De slachtoffers werden voorafgaand aan zijn bezoek gebeld door iemand die meldde dat er iets mis was gegaan met hun bankrekening. Zij moesten hun waardevolle spullen en/of pinpas klaarleggen, waarna verdachte aan de deur kwam om deze op te halen.
Door op deze manier te handelen heeft verdachte op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het veiligheidsgevoel van de slachtoffers. Juist de eigen woning hoort een plek te zijn waar mensen zich veilig en beschermd mogen voelen. Voor oudere slachtoffers geldt dat zij extra kwetsbaar zijn voor dit soort geraffineerde babbeltrucs. Deze feiten kunnen angstgevoelens, onzekerheid en wantrouwen veroorzaken, waardoor slachtoffers zich in hun eigen woning niet langer veilig voelen. Uit het dossier blijkt hoeveel impact de feiten op deze slachtoffers hebben gehad en de onrust die dit bij hen en hun familie heeft veroorzaakt.
De persoon van de verdachte
De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat verdachte er blijk van heeft gegeven dat hij de ernst van het door hem aan zijn slachtoffers aangedane leed inziet en oprecht berouw heeft getoond. Hij heeft in een vroeg stadium openheid van zaken gegeven bij de politie. Verdachte heeft lang onder toezicht gestaan tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis en heeft goed meegewerkt aan zijn schorsingsvoorwaarden. Het gaat nu dan ook beter met hem. Verdachte was erg jong toen hij de feiten pleegde, namelijk 13 jaar. Hij is weliswaar aangeduid als medepleger, maar het is voor de rechtbank duidelijk dat hij zich heeft laten gebruiken door zijn oudere medeverdachten. Dit past bij de door de Raad voor de Kinderbescherming geconstateerde kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid van verdachte.
Redelijke termijn
Als uitgangspunt heeft in deze zaak, waarin het strafrecht voor jeugdigen is toegepast, te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen zestien maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen.
De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn op 21 november 2024 is aangevangen, omdat verdachte op die dag in verzekering is gesteld. De redelijke termijn voor berechting van minderjarigen is daarmee op de dag van de uitspraak (20 juli 2026) overschreden met 3 maanden, welke overschrijding niet aan de verdediging te wijten is.
De rechtbank houdt op na te melden wijze bij het bepalen van de straf in het voordeel van verdachte rekening met deze overschrijding van de redelijke termijn.
Straf
De rechtbank ziet het belang van de door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerde leerstraf [adres 2] Verlengd voor de duur van 50 uren en zal deze aan verdachte opleggen.
Daarnaast acht de rechtbank een voorwaardelijke straf op zijn plaats. Hoewel de rechtbank in beginsel voor dergelijke feiten een (voorwaardelijke) jeugddetentie een passende sanctie vindt, zal de rechtbank in dit geval volstaan met het opleggen van een (voorwaardelijke) werkstraf in verband met de overschrijding van de redelijke termijn van 3 maanden. De rechtbank legt aan verdachte een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 100 uren op, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren. De bijzondere voorwaarden die hieraan worden verbonden zijn de meldplicht bij de jeugdreclassering, het meewerken aan een positieve dagbesteding en het meewerken aan de begeleiding van de jeugdcoach. Met deze voorwaarden en de leerstraf beoogt de rechtbank te bereiken dat verdachte weerbaarder wordt en bestand is en blijft tegen de invloed en verzoeken van anderen om iets strafbaars te doen.
De rechtbank zal hiermee een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

, wettelijk vertegenwoordigd door mr. N.J.C. van Dorsselaer-Spapen, heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert een vergoeding van schade van een bedrag van € 13.080,63, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering ziet op € 5.080,63 aan materiële schade en € 8.000,00 aan immateriële schade. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Ter terechtzitting heeft mr. N.J.C. van Dorsselaer-Spapen verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, nu de benadeelde partij niet door toedoen van verdachte materiële schade heeft geleden en het te complex is om de rol van verdachte te vertalen naar een gepast bedrag aan immateriële schade.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geen standpunt naar voren gebracht ten aanzien van de vordering.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, omdat er geen sprake is van rechtstreekse schade tussen de ten laste gelegde poging tot diefstal met behulp van de pinpas en de geclaimde schade.
Beoordeling
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien er geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade.
De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

, wettelijk vertegenwoordigd door [naam 1] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij vordert een vergoeding van schade van een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering ziet op materiële schade. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, wegens het ontbreken van onderbouwing van de schade.
Beoordeling
De rechtbank overweegt dat aan de gevorderde kosten van de gestolen ketting geen onderbouwing of bewijsstukken zijn toegevoegd. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van (dit deel van) de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering.
De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Beslag

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de goudkleurige ketting die verdachte in bezit had aan de rechthebbende, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de ketting.

Toepasselijke wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen:
45, 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311, 312, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:
bewezenverklaring
verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificatie en strafbaarheid
het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
01.371750.24
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
03.254135.25
feit 1 primair
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 2 en 3, telkens:
medeplegen van oplichting;
feit 4
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
strafoplegging
legt op de volgende straf:
een taakstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen jeugddetentie, bestaande uit:
een leerstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen jeugddetentie,
bestaande uit [adres 2] Verlengd;
een werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht en een proeftijd van 2 jaren;
bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht zal geschieden op 2 uur per dag;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
1. zich meldt op afspraken met de jeugdreclassering, zo vaak en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt. De jeugdreclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
2. meewerkt aan dagbesteding in de vorm van onderwijs (of werk, stage of een alternatieve dagbesteding) welke door de jeugdreclassering als passend wordt ervaren;
3. meewerkt aan hulpverlening van Stichting Jeugdcoach of een soortgelijke organisatie, welke door de jeugdreclassering als passend wordt ervaren;
geeft aan Stichting Jeugdbescherming Brabant te Helmond, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
vordering benadeelde partij [slachtoffer 4](03.254135.25 feit 2)
bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
vordering benadeelde partij [slachtoffer 1](01.371750.24)
bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
beslag
gelast de teruggave van het inbeslaggenomen goed, te weten:
ketting goudkleurig, goednummer PL2300-2024131889-1800182,
aan de rechthebbende.
bevel voorlopige hechtenis
heft op het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. I.M. Rinzema, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. H.M. Hettinga en mr. E.M.J. Raeijmaekers, leden,
in tegenwoordigheid van mr. R. van Warners, griffier.
en is uitgesproken op 20 juli 2026.
Bijlage I

Tenlastelegging

01.371750.24
1
hij op of omstreeks 17 augustus 2024 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een geldautomaat aan de Heezerweg een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, een aan die [slachtoffer 1] toebehorende pinpas, tot welk gebruik hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd waren, in die geldautomaat heeft ingevoerd en/of getracht heeft daarmee geld op te nemen via die geldautomaat, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
03.254135.25
1
primair
hij op of omstreeks 13 augustus 2024 te Heythuysen, in de gemeente Leudal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een sieradenkist met sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 2] met kracht te duwen waardoor die [slachtoffer 2] tegen de kast aanviel;
subsidiair
hij, op of omstreeks 13 augustus in de gemeente Leudal, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bewogen tot
de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een sieradenkist met sieraden, in ieder geval enig goed, door
- voornoemde [slachtoffer 3] op te bellen en zich voor te stellen als medewerker van de bank,
- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat er geprobeerd was om 800 euro van haar rekening weg te nemen,
- ( vervolgens) zich naar de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te begeven,
- ( vervolgens) de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] binenn te gaan en te zeggen dat hij van de bank is, dat er een fout is gemaakt en dat hij dit in orde komt maken,
- ( vervolgens) een sieradenkist met sieraden te pakken en de woning te verlaten;
2
hij, op of omstreeks 13 augustus in de gemeente Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een ketting en/of een pinpas, in ieder geval enig goed, door
- voornoemde [slachtoffer 4] op te bellen en zich voor te stellen als medewerker van de Rabobank,
- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat er 800 euro van haar rekening was afgehaald en die [slachtoffer 4] te vragen naar haar geld, juwelen en pinpas,
- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat ze haar geld en juwelen klaar moest leggen,
- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat er iemand langskomt om de spullen op te halen,
- zich naar de woning van die [slachtoffer 4] te begeven en aan te bellen en/of
- een pinpas en/of ketting aan te nemen van die [slachtoffer 4] ;
3
hij, op of omstreeks 13 augustus in de gemeente Venlo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een envelop met pinpas, in ieder geval enig goed, door
- voornoemde [slachtoffer 5] op te bellen en zich voor te stellen als [naam 2] ,,
- ( tijdens dat telefoongesprek) tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat er geprobeerd was geld afhandig van haar te maken en dat zij dit hadden voorkomen,
- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat hij haar wil helpen en dat zij de bankpas in een envelop moest doen,
- ( vervolgens) tegen die [slachtoffer 5] te zeggen dat er iemand langskomt om de envelop op te halen,
- zich naar de woning van die [slachtoffer 5] te begeven en aan te bellen en/of
- een envelop met pinpas aan te nemen van die [slachtoffer 5] ;
4
hij op of omstreeks 13 augustus 2024 in de gemeente Venlo, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankpas(sen) en pincode(s) van die [slachtoffer 5] .