Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte],
De tenlastelegging
De formele voorvragen
Bewijs
De bewezenverklaring
De strafbaarheid van het feit
De strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
- het contante geld ter hoogte van € 630,00. De benadeelde partij heeft in zijn verhoor op 21 augustus 2024 al aangegeven dat de hoogte van het bedrag dat de daders uit zijn portemonnee hadden gepakt ongeveer € 630,00 was;
- het eigen risico van de zorgverzekering ter hoogte van € 786,63. Deze post is voldoende onderbouwd en niet betwist;
- de sieraden ter hoogte van € 2.160,00. Hoewel gebaseerd op een schatting, is de berekening van dit bedrag helder onderbouwd en heeft de benadeelde partij in zijn verhoor op 21 augustus 2024 al genoemd dat zijn gestolen sieraden ongeveer € 1.900,00 waard waren. Het gevorderde bedrag ligt daar niet ver vanaf. Door de verdediging is niet betwist dat het ging om een zegelring, een ketting en oorhangers en evenmin is het opgegeven gewicht en de gehanteerde goudprijs betwist. De rechtbank acht deze post voldoende onderbouwd;
- de taxikosten ter hoogte van € 200,00. Het gevorderde bedrag betreft, blijkens de overgelegde factuur, de daadwerkelijke schade die de benadeelde partij heeft geleden. Dat de benadeelde partij mogelijk een lagere ritprijs had kunnen bedingen doet daar niet aan af. Ook deze post is voldoende onderbouwd.