ECLI:NL:RBOBR:2026:5417

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
SHE 26/1581 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie van uitspraak voorlopige voorziening inzake bestuursrechtelijke zaak Noord-Brabant

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant heeft op 23 juli 2026 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 10 juli 2026 in de bestuursrechtelijke zaken met zaaknummers SHE 26/1581 OW NA en SHE 26/1433 OW NA. Deze rectificatie betreft een kennelijke verschrijving in de datum waarop de voorlopige voorziening uit de uitspraak van 2 juni 2026 zou zijn opgeheven.

Naar aanleiding van een e-mail van een jurist van de Omgevingsdienst Brabant Noord werd vastgesteld dat in de eerdere uitspraak ten onrechte stond dat de voorlopige voorziening per 17 juli 2026 zou zijn opgeheven, terwijl dit volgens de rechtsoverwegingen 7.3 anders was bedoeld. De voorzieningenrechter erkende dat sprake was van een typefout die zich leent voor rectificatie.

De beslissing werd daarom gewijzigd en de voorlopige voorziening uit de uitspraak van 2 juni 2026 werd correct opgeheven met ingang van 27 juli 2026. De rectificatie werd openbaar uitgesproken en een afschrift van de uitspraak is aan de betrokken partijen verzonden.

De zaak betrof een bestuursrechtelijke procedure tussen het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant en eiseres, met deelname van een derde partij, de Werkgroep [naam]. De voorzieningenrechter was niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen.

Uitkomst: De voorlopige voorziening uit de uitspraak van 2 juni 2026 wordt opgeheven met ingang van 27 juli 2026, rectificatie van de eerdere foutieve datum.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
Zaaknummers: SHE 26/1581 R en SHE 26/1433 R
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 juli 2026 tot rectificatie van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 juli 2026
in de zaken tussen

[eiseres 1] , uit [eiseres 2] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.L. Stoop),
en

het college van Gedeputeerde Staten van Noord Brabant, het college

(gemachtigden: mr. E.C.S.F. Frenken, mr. L.M.C. Cloodt en. J. Coenen).
Als derde-partij neemt aan de zaken deel: Werkgroep [naam] , uit [vestigingsplaats] .

Procesverloop

1. De voorzieningenrechter heeft op 10 juli 2026 uitspraak gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep, met zaaknummers SHE 26/1581 OW NA en SHE 26/1433 OW NA.

Overwegingen

2. Naar aanleiding van een e-mail van 22 juli 2026 van een jurist van de Omgevingsdienst Brabant Noord stelt de voorzieningenrechter vast dat de beslissing in voormelde uitspraak een typefout bevat. Ten onrechte is vermeld “heft de voorlopige voorziening in de uitspraak van 2 juni 2026 op met ingang van 17 juli 2026”. Dit moet zijn “heft de voorlopige voorziening in de uitspraak van 2 juni 2026 op met ingang van
27 juli 2026”, zoals ook is vermeld in rechtsoverweging 7.3 onder het kopje ‘Conclusie en gevolgen’.
3. Er is sprake van een kennelijke verschrijving die zich leent voor rectificatie.
4. Het voorgaande geeft de rechtbank aanleiding de uitspraak te wijzigen als hierna onder beslissing omschreven.

Beslissing

De voorzieningenrechter rectificeert haar uitspraak van 10 juli 2026 met de zaaknummers SHE 26/1581 OW NA en SHE 26/1433 OW NA als volgt:
Het vermelde onder beslissing
- heft de voorlopige voorziening in de uitspraak van 2 juni 2026 op met ingang van 17 juli 2026;
wordt vervangen door:
- heft de voorlopige voorziening in de uitspraak van 2 juni 2026 op met ingang van 27 juli 2026.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.H. Snoeij, griffier.
De voorzieningenrechter is niet in de
gelegenheid om deze uitspraak te ondertekenen.
Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2026
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bijlage: de gerectificeerde uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 juli 2026