ECLI:NL:RBOBR:2026:5464

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
27 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
01/036005-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijk geweld bij vechtpartij in Deurne

Op 14 november 2022 vond in Deurne een vechtpartij plaats na een evenement in een bedrijfspand aan de Blasiusstraat, waarbij meerdere personen werden geslagen en een ruit van een bedrijf werd vernield. Verdachte werd ervan beschuldigd openlijk geweld te hebben gepleegd tegen meerdere slachtoffers en het vernielen van een ruit.

Tijdens de terechtzitting op 13 juli 2026 bleek uit het dossier en videobeelden dat verdachte bewusteloos op de grond lag tijdens het incident en geen directe geweldshandelingen heeft verricht. Hoewel verdachte aanwezig was, kon niet worden vastgesteld dat hij een wezenlijke bijdrage leverde aan het openlijk geweld.

De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen en sprak hem vrij. Tevens werden de schadevorderingen van de benadeelde partijen afgewezen en werden zij in de proceskosten veroordeeld.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van openlijk geweldplegen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.036005.23
Datum uitspraak: 27 juli 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1999] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 juli 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 17 juni 2026.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 14 november 2022 te Deurne
openlijk, te weten op/aan de Blasiusstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of een goed, te weten een ruit van [bedrijf 1] ,
door:
- Die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 6] in/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of tegen het lichaam te slaan en/of te schoppen (terwijl deze [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 6] op de grond lagen),
- Die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] in/tegen het gezicht en/of het hoofd te slaan en/of
- De ruit van de voordeur van [bedrijf 1] in te trappen;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
De bewijsvraag.
Inleiding.
Op 14 november 2022 vond in Deurne in [bedrijf 2] aan de Blasiusstraat het jaarlijkse feest genaamd "Schijt aan de baas" plaats. Na afloop van het feest, rond 16:00 uur, vond er in dezelfde straat een vechtpartij plaats waarbij onder andere de eigenaar en een medewerker van [bedrijf 1] werden geslagen. De eigenaar sloot hierop de deur van [bedrijf 1] waarna een of meerdere personen de ruit van de deur van [bedrijf 1] kapot sloegen
(incident 1).
Hierna volgde een vechtpartij tussen de personen die op dat moment buiten [bedrijf 1] stonden
(incident 2). De politie is ter plaatse gekomen en heeft drie personen aangehouden (zijnde medeverdachten [medeverdachte 1] [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ). Een vierde persoon (verdachte [verdachte] ) heeft zich na te zijn ontboden ruim een week later gemeld op het politiebureau. Door zes personen werd aangifte gedaan van (een poging tot) zware mishandeling dan wel openlijke geweldpleging.
Aan alle vier de verdachten is het plegen van openlijk geweld tegen personen en goederen ten laste gelegd.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van hetgeen hem ten laste is gelegd. Uit het dossier blijkt niet welke rol verdachte bij het incident op 14 november 2022 heeft gehad.
Het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank dient te beoordelen of de gedragingen van verdachte en diens medeverdachten kunnen worden gekwalificeerd als openlijk geweld. Om geweld aan te merken als openlijk geweld moet er sprake zijn van het openlijk en met verenigde krachten plegen van geweld tegen in dit geval meerdere personen en een ruit. Enig resultaat is vereist. Niet is vereist dat verdachte zelf geweld heeft gepleegd. Het is voldoende dat wordt bewezen dat verdachte opzet op het in vereniging plegen van openlijk geweld heeft gehad en daaraan een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd.
De rechtbank stelt vast dat voornoemde gedragingen hebben plaatsgevonden aan de openbare weg en in het bijzijn van anderen. Hiermee is het openlijke handelen gegeven.
Op grond van de bewijsmiddelen in het dossier kan worden vastgesteld dat verdachte, met zijn medeverdachten, op die bewuste dag het evenement in [bedrijf 2] in Deurne heeft bezocht. Na afloop van het evenement, wanneer er ongeregeldheden ontstaan bij [bedrijf 1] , is op de beelden van dat moment te zien dat verdachte bewusteloos op de grond ligt bij een geparkeerde auto. Enkele ogenblikken later, wanneer verdachte weer overeind is gekomen, pakt aangever [slachtoffer 3] verdachte vast en bewegen aangevers [slachtoffer 3] en verdachte zich om een geparkeerde auto terwijl ze elkaar vasthouden. [slachtoffer 3] wordt op dat moment geschopt en geslagen door medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Niet vastgesteld kan worden dat verdachte zelf enige geweldshandeling heeft gepleegd of op andere wijze een voldoende significante bijdrage aan het openlijk geweld heeft geleverd. De rechtbank is daarom, net als de officier van justitie, van oordeel dat niet bewezen verklaard kan worden dat verdachte het feit heeft gepleegd zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

De vorderingen van de benadeelde partijen.

De benadeelde partijen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 1] hebben een verzoek tot schadevergoeding ingediend.
Nu verdachte van het hem ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken, dienen de benadeelde partijen in de vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.
De benadeelde partij zullen worden verwezen in de kosten door de verdachte in deze strafzaak gemaakt als na te melden.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:
Vrijspraak
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] :
Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] :
Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :
Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. H.M. Hettinga, voorzitter,
mr. E.C.L. Pechaczek en mr. I.M. Rinzema, leden,
in tegenwoordigheid van S.A. Nuyens, griffier,
en is uitgesproken op 27 juli 2026.