ECLI:NL:RBOBR:2026:5471

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
01/166206-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijk geweldplegen in vereniging

De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van openlijk geweldplegen in vereniging tegen een slachtoffer op 11 april 2022 in Eindhoven. De officier van justitie stelde dat verdachte als “man 1” op camerabeelden te zien was terwijl hij het slachtoffer met een hard voorwerp sloeg. De verdediging betwistte dit en voerde aan dat verdachte weliswaar aanwezig was, maar niet betrokken bij het geweld.

Tijdens de terechtzitting op 14 juli 2026 werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en de rechtbank bevoegd. De herkenning van verdachte als “man 1” door een verbalisant was gebaseerd op vage en onvoldoende duidelijke camerabeelden en een algemeen signalement, waardoor de bewijswaarde onvoldoende werd geacht.

Hoewel vaststond dat er een conflict en geweldpleging plaatsvond waarbij ook de zwager van verdachte betrokken was, ontbrak het aan wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zelf het geweld heeft gepleegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.

De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 28 juli 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van openlijk geweldplegen in vereniging.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.166206.22
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1994] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 juli 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 juni 2026.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 11 april 2022 te Eindhoven, althans in Nederland,
openlijk, te weten op/aan de Nieuwe Fellenoord en/of Kruisstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] , door:
-meerdere malen, althans eenmaal op/tegen het gezicht en/of hoofd, althans op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of stompen en/of
-meerdere malen, althans eenmaal op/tegen het gezicht en/of hoofd, althans op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te schoppen en/of trappen en/of
-meerdere malen, althans eenmaal met een pijp en/of stok en/of staaf en/of hamer, althans met een zwaar en/of hard en/of stomp voorwerp op/tegen het hoofd en/of gezicht, althans op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of stompen en/of
-achter die [slachtoffer] aan te rennen en/of die [slachtoffer] op te jagen en/of te duwen, waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of
-(terwijl die [slachtoffer] op de grond ligt) meerdere malen, althans eenmaal op/tegen het gezicht en/of hoofd, althans op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of stompen en/of
-(terwijl die [slachtoffer] op de grond ligt) meerdere malen, althans eenmaal op/tegen het gezicht en/of hoofd, althans op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te schoppen en/of trappen en/of
-(terwijl die [slachtoffer] op de grond ligt) meerdere malen, althans eenmaal met een (ijzeren) pijp en/of staaf en/of hamer, althans met een zwaar en/of hard en/of stomp voorwerp op/tegen het hoofd en/of gezicht, althans op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of stompen.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de openlijke geweldpleging in vereniging waarbij aangever [slachtoffer] is geworden. De officier van justitie heeft betoogd dat de verdachte de persoon is die op de camerabeelden is te zien als “man 1” die het slachtoffer met een hard en/of stomp voorwerp heeft geslagen.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdachte heeft betwist dat hij “man 1” is.
De verdediging heeft verder aangevoerd dat de verdachte op het moment van de geweldpleging weliswaar ter plaatse aanwezig was, maar dat geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat de verdachte – als onderdeel van een groep – de aangever heeft mishandeld. De herkenning door verbalisant [verbalisant] van bijna een jaar na het incident van de verdachte als “man 1” op basis van een te algemeen signalement en zeer vage “stills” van de camerabeelden, is niet bruikbaar voor het bewijs (aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 2 mei 2023).
Er is te veel twijfel of de verdachte “man 1” is en nu er verder geen wettig en overtuigend bewijs is voor concrete geweldshandelingen door de verdachte gepleegd, dient vrijspraak te volgen.

Vrijspraak.

Dat eerder op de avond een ruzie heeft plaatsgevonden tussen de verdachte en zijn zwager enerzijds en aangever [slachtoffer] anderzijds is vast komen te staan en zo ook dat zijn zwager daarbij gewond is geraakt. Dat de verdachte vervolgens samen met zijn zwager boven in een tandartspraktijk was waar de wond van zijn zwager werd verzorgd en waar gesproken is over een onderlinge oplossing voor het conflict met [slachtoffer] , is eveneens komen vast te staan. De verdachte is ook op enig moment weer naar beneden gegaan. Tot slot is ook komen vast te staan dat beneden op straat een groep mannen zich had verzameld, waarna er geweld is gepleegd tegen [slachtoffer] .
De kernvraag in deze zaak tegen de verdachte is of hij ook een rol heeft gespeeld in de geweldpleging tegen [slachtoffer] . Dat zou moeten blijken uit de camerabeelden waarop te zien is dat “man 1” betrokken is geweest bij deze geweldpleging, en uit de herkenning van verbalisant [verbalisant] van de verdachte als “man 1”. De rechtbank acht de bewijswaarde van de herkenning echter onvoldoende. De herkenning van verbalisant [verbalisant] is gebaseerd op in het donker opgenomen camerabeelden. Het beeld (van het gezicht) is kennelijk onvoldoende duidelijk om voldoende onderscheidende persoonskenmerken op te kunnen waarnemen, althans deze worden niet beschreven. Er wordt enkel opgemerkt dat de haarlijn en de haarkleur overeenkomen met die van de verdachte. Verder wordt de herkenning gebaseerd op heel algemene kenmerken van de kleding, terwijl er een grote groep personen aanwezig en betrokken is geweest.
Nu ander wettig en overtuigend bewijs voor een bijdrage aan het openlijk en in vereniging gepleegde geweld van de verdachte ontbreekt, zal de rechtbank de verdachte vrijspreken.

De vordering van de benadeelde partij.

Nu verdachte van het hem ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken, dient de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
De benadeelde partij zal worden verwezen in de kosten door de verdachte in deze strafzaak gemaakt.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

acht niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte is ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :
Bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.C. Palmboom, voorzitter,
mr. M. Langstraat en mr. E.H. Groen, leden,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. van der Sluijs, griffier,
en is uitgesproken op 28 juli 2026.