ECLI:NL:RBOBR:2026:5471
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. Palmboom
- M. Langstraat
- E.H. Groen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijk geweldplegen in vereniging
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van openlijk geweldplegen in vereniging tegen een slachtoffer op 11 april 2022 in Eindhoven. De officier van justitie stelde dat verdachte als “man 1” op camerabeelden te zien was terwijl hij het slachtoffer met een hard voorwerp sloeg. De verdediging betwistte dit en voerde aan dat verdachte weliswaar aanwezig was, maar niet betrokken bij het geweld.
Tijdens de terechtzitting op 14 juli 2026 werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en de rechtbank bevoegd. De herkenning van verdachte als “man 1” door een verbalisant was gebaseerd op vage en onvoldoende duidelijke camerabeelden en een algemeen signalement, waardoor de bewijswaarde onvoldoende werd geacht.
Hoewel vaststond dat er een conflict en geweldpleging plaatsvond waarbij ook de zwager van verdachte betrokken was, ontbrak het aan wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zelf het geweld heeft gepleegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 28 juli 2026.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van openlijk geweldplegen in vereniging.