Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging
voorhanden heeft gehad;
De formele voorvragen
Bewijs
Een proces-verbaal van bevindingen van 14 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 2] , pagina 96-97, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Een proces-verbaal van bevindingen van 19 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , pagina 157-158, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Een proces-verbaal van verhoor van verdachte van 15 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , pagina 78 en 80, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
De bewezenverklaring
De strafbaarheid van het feit
De strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Beslag
Toepasselijke wetsartikelen
DE UITSPRAAK
handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
- verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
- verklaart verdachte met betrekking tot de bewezenverklaarde overtreding schuldig zonder oplegging van straf of maatregel;
- legt voor de bewezenverklaarde misdrijven op:
- een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarvan 26 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar. Voorwaarde is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
- verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: twee printers