ECLI:NL:RBOBR:2026:5490

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
01-049046-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit van hard- en softdrugs en verboden wapens met 3D-geprinte onderdelen

Op 13 februari 2025 werd bij een politie-inval in een woning te Leende hard- en softdrugs aangetroffen, waaronder 8,15 gram amfetamine en 12 gram hennep, alsmede verschillende wapens waaronder een Remington revolver, onderdelen van Glock-pistolen, een busje CS-gas en een stroomstootwapen. Tevens werden twee 3D-printers en 3D-geprinte wapens in beslag genomen.

De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van deze drugs en wapens, en van het vervaardigen van wapens zonder erkenning. De rechtbank sprak verdachte vrij van het feit van het vervaardigen van wapens omdat niet kon worden vastgesteld wanneer deze waren gemaakt. Voor de overige feiten werd verdachte schuldig bevonden op basis van bekentenissen en diverse proces-verbalen.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 dagen op, waarvan 26 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en gaf toepassing aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht voor de overtreding met betrekking tot hennep. De rechtbank achtte de combinatie van hard- en softdrugs en wapens, waaronder zelf geprinte wapens, ernstig en strafverzwarend, mede gezien eerdere veroordelingen van verdachte voor wapenbezit.

De inbeslaggenomen 3D-printers werden verbeurd verklaard. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie, maar wordt geacht de ernst van de feiten voldoende te weerspiegelen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 dagen gevangenisstraf waarvan 26 dagen voorwaardelijk en verbeurdverklaring van 3D-printers.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.049046.25
Datum uitspraak: 29 juli 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1986] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres 1] .
Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 juli 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie.

De tenlastelegging

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 juni 2026.
Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 15 juli 2026, ten laste gelegd dat:
Feit 1:
hij op of omstreeks 13 februari 2025 te Leende, gemeente Heeze-Leende
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 8,15 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende amfetamine, zijnde amfetamine
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Feit 2 primair:
hij op of omstreeks 13 februari 2025 te Leende, gemeente
Heeze-Leende,
(telkens) zonder erkenning, een aantal, in elk geval een, wapen(s) van categorie I en/of IV (waaronder meerdere wapens die zodanig op een echt vuurwapen lijken dat het daarmee geschikt is voor de bedreiging of afdreiging van personen) en/of een aantal, althans meerdere wapens en/of hulpstukken voor dit/deze wapen(s), heeft vervaardigd terwijl, verdachte, daar een gewoonte en/of beroep van heeft gemaakt;
Feit 2 subsidiair:
hij op of omstreeks 13 februari 2025 te Leende, gemeente
Heeze-Leende, een of meerdere wapens van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk wapens gelijkend op
- een revolver van het merk Remington 1858, kaliber .44 (goednummer 2308020) en/of
- (onderdelen van) een of meerder pistolen van het merk Glock, model 26, kaliber 9x19 (goednummers 2308013, 2308268)

voorhanden heeft gehad;

Feit 3:
hij op of omstreeks 13 februari 2025 te Leende, gemeente Heeze-Leende
een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te
weten een busje CS gas,
zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige,
verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;
Feit 4:
hij op of omstreeks 13 februari 2025 te Leende, gemeente Heeze-Leende
een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te
weten een stroomstootwapen,
zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen
weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht
voorhanden heeft gehad;
Feit 5:
hij op of omstreeks 13 februari 2025 te Leende, gemeente Heeze-Leende
aanwezig heeft gehad ongeveer 12 gram,
in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram hennep, zijnde
hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Een kopie van de vordering tot wijziging van de tenlastelegging is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Inleiding
Op 13 februari 2025 heeft de politie een bezoek gebracht aan het adres [adres 2] voor de aanhouding van een persoon op grond van de Overleveringswet. In plaats van deze persoon heeft de politie onder andere verdachte aangetroffen. Bij de daaropvolgende doorzoeking van de woning heeft de politie hard- en softdrugs en verschillende soorten wapens, waaronder 3D-geprinte wapens, aangetroffen en in beslag genomen. Ook heeft de politie twee 3D-printers aangetroffen en in beslag genomen.
De verdachte wordt, kort gezegd, verweten dat hij hard- en softdrugs aanwezig heeft gehad (feit 1 en feit 5), dat hij verschillende wapens zonder erkenning heeft vervaardigd (feit 2 primair) en/of dat hij wapens voorhanden heeft gehad (feit 2 subsidiair, 3 en 4).
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
Het oordeel van de rechtbank [1]
Vrijspraak ten aanzien van feit 2 primair
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte onder feit 2 primair ten laste is gelegd. Uit het dossier volgt weliswaar dat de verdachte zonder erkenning meerdere wapens in de zin van de Wet wapens en munitie heeft vervaardigd, maar niet wanneer hij dat heeft gedaan. De omstandigheid dat op 13 februari 2025 door de politie 3D-printers en 3D-geprinte wapens worden aangetroffen, betekent nog niet dat deze wapens – zoals aan de verdachte ten laste is gelegd – ook op of omstreeks die datum zijn vervaardigd. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van dit feit.
Ten aanzien van feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 en feit 4
De verdachte heeft deze feiten bij de politie bekend. De verdachte en zijn raadsman zijn niet ter zitting verschenen. Daarom volstaat de rechtbank wat deze feiten betreft, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.
T.a.v. feit 1:
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 15 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , pagina 78-80.
Het proces-verbaal van bevindingen van 14 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 2] , pagina 96-97.
Het proces-verbaal van bevindingen van 19 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , pagina 157-158.
Een schriftelijk bescheid, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 19 februari 2025, opgesteld en ondertekend door ing. P.H. Wallinga, pagina 168.
T.a.v. feit 2 subsidiair:
5. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 15 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , pagina 78-79.
6. Een schriftelijk bescheid, te weten de kennisgeving van inbeslagneming van 14 februari 2025, pagina 218.
7. Een schriftelijk bescheid, te weten de kennisgeving van inbeslagneming van 14 februari 2025, pagina 213.
8. Een schriftelijk bescheid, te weten de kennisgeving van inbeslagneming van 14 februari 2015, pagina 240-241.
9. Het proces-verbaal van onderzoek wapen van 19 maart 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 5] , pagina 142-146.
T.a.v. feit 3 en 4:
10. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 15 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , pagina 78 en 81.
10. Het proces-verbaal van bevindingen van 14 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 2] , pagina 85-86.
10. Het proces-verbaal van bevindingen van 14 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 3] , pagina 184-185.
10. Het proces-verbaal van bevindingen van 14 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 3] , pagina 187-188.
Ten aanzien van feit 5:
De bewijsmiddelen
1.
Een proces-verbaal van bevindingen van 14 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 2] , pagina 96-97, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Op 13 februari 2025 werd een onderzoek ingesteld op kamer 5 van de bovenwoning op het adres [adres 2] . Tijdens de doorzoeking werd een zakje hennep in beslag genomen.
2)
Een proces-verbaal van bevindingen van 19 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , pagina 157-158, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Op 14 februari 2025 ontvingen wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , een hoeveelheid
vermoedelijke verdovende middelen. Het verzoek was deze te wegen, indicatief te
testen en indien van toepassing te bemonsteren in het kader van een onderzoek naar
een mogelijke overtreding van de Opiumwet.
Goednummer PL-2100-2025032597-2308019
Omschrijving : Gripzakje met daarin hennep
Nettogewicht : 12 gram
TruNarc resultaat : n.v.t. ambtshalve herkend aan geur, kleur en structuur (lijst II Opiumwet)
3)
Een proces-verbaal van verhoor van verdachte van 15 februari 2025, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , pagina 78 en 80, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
V: Wat is jouw slaapruimte?
A: Kamer 5.
V: Tevens werd er 12 gram hennep aangetroffen. Wat wil je hier over verklaren?
A: Ik wist van 4 gram. Ik rook joints elke dag na mijn werk.
De bewijsoverweging
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte naar eigen zeggen wist van de aanwezigheid van hennep die in de kamer waar hij sliep werd aangetroffen en dat hij elke dag na zijn werk joints rookte. Hoewel de verdachte ook heeft verklaard dat hij wist van (slechts) 4 gram, neemt dat niet weg dat de aangetroffen hennep door de politie is onderzocht en dat uit dat onderzoek is gebleken dat het een hoeveelheid van 12 gram betrof. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de uitkomst van dat onderzoek te twijfelen. Gelet daarop is naar het oordeel van de rechtbank sprake van voldoende wettig en overtuigend bewijs voor het onder feit 5 ten laste gelegde.

De bewezenverklaring

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:
Feit 1:
op 13 februari 2025 te Leende, gemeente Heeze-Leende, opzettelijk aanwezig heeft gehad 8,15 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Feit 2 subsidiair:
omstreeks 13 februari 2025 te Leende, gemeente Heeze-Leende, wapens van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen konden vormen en/of die zodanig op een wapen geleken dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt waren, namelijk wapens gelijkend op
- een revolver van het merk Remington 1858, kaliber .44 (goednummer 2308020) en
- onderdelen van pistolen van het merk Glock, model 26, kaliber 9x19 (goednummers 2308013, 2308268) voorhanden heeft gehad.
Feit 3:
op 13 februari 2025 te Leende, gemeente Heeze-Leende, een wapen van categorie II, onder 6° van de Wet wapens en munitie, te weten een busje CS gas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
Feit 4:
op 13 februari 2025 te Leende, gemeente Heeze-Leende, een wapen van categorie II, onder 5° van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad.
Feit 5:
op 13 februari 2025 te Leende, gemeente Heeze-Leende, aanwezig heeft gehad ongeveer 12 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf

De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, waarvan 54 dagen voorwaardelijk met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van 2 jaar.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.
Het oordeel van de rechtbank
Algemene overweging
Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het al dan niet opzettelijk aanwezig hebben van hard- en softdrugs, te weten 8,15 gram amfetamine en 12 gram hennep. Hiermee heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van het criminele circuit met betrekking tot drugs en daarmee gevaar, schade en overlast voor de samenleving veroorzaakt. De handel in drugs gaat immers steeds vaker gepaard met andere vormen van criminaliteit. Bovendien is algemeen bekend dat het gebruik van drugs schade kan toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers daarvan.
Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van verschillende wapens, te weten een busje CS gas, een stroomstootwapen en (onderdelen van) 3D-geprinte wapens. Het ongecontroleerde bezit van wapens levert een onaanvaardbaar risico op voor de veiligheid van personen, hetgeen eveneens leidt tot gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.
De bij de verdachte aangetroffen (onderdelen van) 3D-geprinte wapens heeft de verdachte zelf geprint. Niet alleen kunnen deze (onderdelen van) wapens een ernstige bedreiging voor personen vormen. Zij zijn ook voor bedreiging of afdreiging geschikt, omdat zij sprekend lijken op een bestaand vuurwapen. Het bezit van dergelijke wapens is niet alleen verboden maar ook riskant, omdat het gebruik ervan tot lichamelijk letsel kan leiden. In gewelddadige reactie op gebruik van het wapen kan zelfs fataal letsel ontstaan voor de verdachte of anderen. De rechtbank rekent dit alles de verdachte aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie van de verdachte van 15 juli 2026, waaruit volgt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het in bezit hebben van een wapen, te weten een slag- en stootwapen. De verdachte is dus eerder veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit en toch heeft hij ervoor gekozen wapens te 3D-printen en voorhanden te hebben. Dat zal de rechtbank dan ook in strafverzwarende zin meewegen.
Straftoemeting
Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Uitgangspunt voor het voorhanden hebben van hard- en softdrugs en wapens als in onderhavige zaak het geval is, zijn geldboetes van enkele honderden euro’s per feit.
Gelet op de combinatie van aangetroffen hard- en softdrugs en verschillende wapens, waarvan sommige bovendien door de verdachte zelf zijn geprint, terwijl de verdachte al eerder is veroordeeld voor het in bezit hebben van een wapen, acht de rechtbank een geldboete in dit geval niet passend.
De rechtbank zal aan de verdachte voor de feiten 1, 2 subsidiair, 3 en 4 een gevangenisstraf opleggen van 30 dagen, waarvan 26 dagen voorwaardelijk met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten en met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank verbindt aan het voorwaardelijke strafdeel de algemene voorwaarde dat de verdachte zich niet opnieuw schuldig maakt aan het plegen van een strafbaar feit. Met betrekking tot de bewezenverklaarde overtreding (feit 5) zal de rechtbank toepassing geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht aangezien de rechtbank deze overtreding reeds heeft meegewogen.
De straf valt lager uit dan de eis van de officier van justitie. De rechtbank is echter van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan de verdachte toebehoorden.

Toepasselijke wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen:
14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57 Wetboek van Strafrecht
2, 3, 10, 11 Opiumwet
13, 26, 55 Wet wapens en munitie.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:
- verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 2 primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het ten laste gelegde voor het overige bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:
Feit 1:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Feit 2, subsidiair:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.
Feit 3:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.
Feit 4:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.
Het bewezenverklaarde levert op de overtreding:
Feit 5:

handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

  • verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
  • verklaart verdachte met betrekking tot de bewezenverklaarde overtreding schuldig zonder oplegging van straf of maatregel;
  • legt voor de bewezenverklaarde misdrijven op:
  • een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarvan 26 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar. Voorwaarde is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
  • verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: twee printers
(goednummers: PL2100-2025032602-G2308018 3D PRINTER en PL2100-2025032602-G2308016).
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.W.M. Bankers, voorzitter,
mr. J.H.P.G. Wielders en mr. M.J.C. van der Vegte, leden,
in tegenwoordigheid van mrs. R.H.A. de Poot en F.J.J. Weerts, griffiers,
en is uitgesproken op 29 juli 2026.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, afgesloten op 26 maart 2025, genummerd PL2100-2025032605, doorgenummerd pagina 1 t/m 313.