ECLI:NL:RBOBR:2026:5516

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
12211858
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:391 BWArt. 1:441 BWRegeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opheffing bewind en benoeming opvolgend bewindvoerder wegens onvoldoende zelfredzaamheid

Betrokkene, sinds zijn 18e onder bewind gesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand, verzoekt om opheffing van het bewind of ontslag van de huidige bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder. Hij stelt dat hij financieel zelfstandig is en wil zelf zijn geldzaken regelen, mede ondersteund door familie en vrienden. De huidige bewindvoerder is van mening dat het bewind nog noodzakelijk is, maar stemt in met een opvolgend bewindvoerder.

De kantonrechter oordeelt dat het te vroeg is om het bewind op te heffen omdat betrokkene onvoldoende heeft aangetoond zelfstandig zijn vermogensrechtelijke belangen te kunnen behartigen. Eerdere verzoeken tot opheffing zijn ook afgewezen. Wel wordt het ontslag van de huidige bewindvoerder verleend vanwege het ontbreken van vertrouwen tussen betrokkene en deze bewindvoerder. Een opvolgend bewindvoerder wordt benoemd om betrokkene te begeleiden in een zelfredzaamheidstraject.

Dit traject moet betrokkene stapsgewijs begeleiden naar financiële zelfstandigheid, waarbij wederzijds vertrouwen tussen betrokkene en bewindvoerder essentieel is. Pas na succesvolle afronding kan een nieuw verzoek tot opheffing worden ingediend. De kantonrechter wijst erop dat betrokkene zelf moet aantonen dat hij zijn financiële zaken zelfstandig kan regelen. De beloning van de bewindvoerder wordt vastgesteld conform de geldende regeling.

Uitkomst: Verzoek tot opheffing bewind afgewezen, huidige bewindvoerder ontslagen en opvolgend bewindvoerder benoemd.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats Eindhoven
zaaknummer : 12211858 TE VERZ 26-236
dossiernummer : BM 31222
datum : 6 juli 2026
[griffier]
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind of ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder
op verzoek van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder Dinamis Bewind B.V.,
wonende te 5660 AC Geldrop, Postbus 107.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 1 mei 2026;
  • de aanvullende informatie, ontvangen op 17 juni 2026;
  • de bereidverklaring van de voorgestelde opvolgende bewindvoerder;
  • de schriftelijke reactie van de huidige bewindvoerder.
Het verzoek is mondeling behandeld op 25 juni 2026. Ter zitting zijn betrokkene, zijn moeder, pleegvader, de bewindvoerder en de beoogd bewindvoerder verschenen.

beoordeling

Bij beschikking van 4 oktober 2017 is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld. De grondslag van het bewind is de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene. Het bewind is ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind of, als het bewind niet zou worden opgeheven, ontslag van de huidige bewindvoerder en om [bewindvoerder] , met postadres te [postcode] [vestigingsplaats] , Postbus [postbus] , te benoemen tot opvolgend bewindvoerder.
Aan het verzoek wordt ten grondslag gelegd dat betrokkene sinds zijn 18e verjaardag onder bewind heeft gestaan, nooit schulden heeft gehad en een vaste baan met een goed inkomen heeft. Betrokkene voelt zich financieel beperkt en wil zelf de verantwoordelijkheid krijgen over zijn geldzaken. Hij heeft er vertrouwen in dat hij zijn zaken intussen zelf kan regelen en kan bovendien terugvallen op familie en vrienden. Met de huidige bewindvoerder is de band niet meer positief door gebeurtenissen uit het verleden.
De bewindvoerder is van mening dat het bewind nog noodzakelijk is en verwijst daarbij naar eerder behandelde verzoeken tot opheffing. De bewindvoerder gaat wel akkoord met de overstap naar een andere bewindvoerder.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de kantonrechter van oordeel dat het te vroeg is om het bewind op te heffen. Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren gekomen waaruit kan worden afgeleid dat betrokkene op dit moment zelfstandig in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen waar te nemen. De kantonrechter zal het verzoek om opheffing daarom afwijzen. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om een opvolgend bewindvoerder te benoemen. Dit wordt hierna toegelicht.
De bewindvoerder was tot voor kort ook mentor van betrokkene. Per 28 mei 2026 is het mentorschap opgeheven, omdat de mentor in de praktijk geen toegevoegde waarde meer zag in het mentorschap. Betrokkene is intussen in staat zijn niet-financiële zaken zelfstandig te regelen en daarin eigen keuzes te maken. Voor de financiële zaken is dit echter tot nu toe niet gebleken. De kantonrechter heeft om die reden eerdere verzoeken tot opheffing afgewezen in beschikkingen van 16 januari 2021, 15 december 2021, 2 november 2022 en 22 november 2023.
Voor het bewind kan worden opgeheven, moet betrokkene aantonen dat hij zelfstandig zijn financiële zaken kan regelen. De kantonrechter acht het daarom van belang dat betrokkene succesvol een zelfredzaamheidstraject doorloopt. Dit traject is erop gericht betrokkene stapsgewijs te begeleiden naar financiële zelfredzaamheid. Juist wanneer iemand al geruime tijd onder bewind staat, zoals in dit geval, is een zorgvuldig gefaseerde overgang naar zelfstandig financieel beheer noodzakelijk.
Betrokkene moet de kans krijgen een mogelijke weg naar meer zelfstandigheid samen met zijn bewindvoerder (opnieuw) te onderzoeken. Hiervoor is noodzakelijk dat betrokkene en de bewindvoerder over en weer vertrouwen hebben dat ze goed kunnen samenwerken en dat zij elkaar begrijpen als wordt besproken wat wel en niet mogelijk is. Tijdens de zitting is gebleken dat bij betrokkene en zijn familie dit vertrouwen in de huidige bewindvoerder, die al sinds het begin van het bewind betrokken is, niet meer aanwezig is. Hoewel er geen enkele aanwijzing is dat de huidige bewindvoerder haar werk niet goed heeft gedaan, ziet de kantonrechter hierin toch aanleiding om het gevraagde ontslag te verlenen.
De kantonrechter zal de voorgestelde opvolgend bewindvoerder benoemen, nu daartegen geen bezwaar is.
Wanneer een mogelijk zelfstandigheidstraject naar tevredenheid zou zijn afgerond, kunnen de bewindvoerder en betrokkene, bij voorkeur gezamenlijk, opnieuw een verzoek tot opheffing van het bewind indienen. De kantonrechter wijst betrokkene erop dat het aan hem is om aan te tonen dat hij zelfstandig zijn financiële zaken kan regelen. Een volgend verzoek tot opheffing is pas zinvol als sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat dit het geval is.
Betrokkene is (op dit moment) niet in staat om de rekening en verantwoording te beoordelen en niet in staat om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 Burgerlijk Pro Wetboek.
De kantonrechter zal de beloning voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 5 sub d van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
De kantonrechter zal de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig het eerstgenoemde bedrag in artikel 3 lid 5 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
De kantonrechter zal de jaarbeloning vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is inclusief onkostenvergoeding.

beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot opheffing bewind af;
- ontslaat met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking als bewindvoerder
Dinamis Bewind B.V., wonende te 5660 AC Geldrop, Postbus 107;
- benoemt met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking tot bewindvoerder
[bewindvoerder], met postadres te [postcode] [vestigingsplaats] , Postbus [postbus] ;
- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.M. Morel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.