ECLI:NL:RBOBR:2026:5548

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
31 juli 2026
Zaaknummer
C/01/426254 / JE RK 26-711
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 278 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontwikkelingsbedreiging en fysieke onveiligheid

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van een jaar, met onmiddellijke uitvoerbaarheid. De moeder voerde verweer dat het verzoekschrift onvoldoende onderbouwd was, omdat het enkel verwees naar het raadsrapport, waardoor zij niet adequaat kon reageren. De kinderrechter oordeelde echter dat het verzoek en het raadsrapport samen gelezen moeten worden en dat dit voldoende duidelijkheid biedt.

De feiten tonen dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door zorgen over gehechtheidsrelaties met beide ouders, fysieke onveiligheid en huiselijk geweld. Er is letsel vastgesteld zonder duidelijke verklaring, en recente meldingen bij Veilig Thuis bevestigen de problematiek. De vrijwillige hulpverlening blijkt onvoldoende effectief en de samenwerking tussen ouders is gebrekkig.

De kinderrechter concludeert dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de veiligheid en ontwikkeling van het kind te waarborgen. De beschikking wordt voor de duur van een jaar gegeven en is direct uitvoerbaar, zodat een jeugdbeschermer de regie kan voeren over de hulpverlening en veiligheidsafspraken. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor de duur van een jaar wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en fysieke onveiligheid.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/426254 / JE RK 26-711
Datum uitspraak: 3 juli 2026
beschikking ondertoezichtstelling
in de zaak van
de
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, locatie Eindhoven,
hierna te noemen: de raad,
over
[voornaam en achternaam kind], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[voornamen en achternaam moeder], hierna te noemen de moeder,
wonend in [woonplaats],
advocaat mr. I.W.A.J. van Pelt,
[voornamen en achternaam vader], hierna te noemen de vader,
wonend in [woonplaats],
[voornamen en achternaam stiefvader], hierna te noemen; de stiefvader,
wonend in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, statutair gevestigd te
‘s-Hertogenbosch, vestiging Helmond, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI).

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 mei 2026;
  • een verweerschrift van de moeder van 5 juni 2026, ontvangen op 9 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
  • de moeder met haar advocaat;
  • de stiefvader;
- [ [naam 1] namens de raad;
- [ [naam 2] namens de GI.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [naam kind]. De vader heeft [naam kind] erkend.
2.2. [
[naam kind] woont bij zijn moeder.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De raad verzoekt om de ondertoezichtstelling van [naam kind] voor de duur van een jaar en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Moeder voert verweer tegen het verzoek. Aangevoerd is dat de enkele verwijzing in het verzoekschrift naar het bijgevoegde raadsrapport juridisch niet volstaat. Verwijzingen naar een bijlage, zoals het raadsrapport, voldoen niet aan de eisen van een behoorlijke rechtspleging. Indien de raad een beroep doet op specifieke feiten en omstandigheden, dient zij dit op een zodanige manier te doen dat duidelijk is welke stellingen voor beoordeling aan de rechter worden voorgelegd en waartegen de wederpartij, de moeder, zich moet verweren. Door dit na te laten, wordt de moeder belemmerd in haar recht op een adequaat verweer. In dit kader stelt de moeder dat de raad zijn verzoek dient aan te vullen en dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden.
In het verzoekschrift wordt verder niet concreet onderbouwd waaruit de gestelde ontwikkelingsbedreiging van [naam kind] zou bestaan. Evenmin wordt toegelicht waarom een ondertoezichtstelling, die naar haar aard als ultimum remedium dient te worden beschouwd, in dit geval noodzakelijk zou zijn. Volgens de moeder is een ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar niet noodzakelijk, nu reeds passende hulpverlening betrokken is en zij volledig meewerkt aan de ingezette begeleiding.

4.De standpunten

4.1.
De raad handhaaft het verzoek. De gronden voor een ondertoezichtstelling zijn terug te vinden in het raadsrapport. Er zijn zorgen over de gehechtheidsontwikkeling van [naam kind] met beide ouders. Er is sprake van fysieke onveiligheid en huiselijk geweld. Bij [naam kind] is letsel vastgesteld waar geen verklaring voor wordt gegeven. Aannemelijk is dat het toegebracht letsel is. De ouders hebben [naam kind] hier niet tegen kunnen beschermen. [naam kind] heeft op dit moment geen contact met zijn vader. Bij Veilig Thuis is kort geleden nog een zorgmelding gedaan over huiselijk geweld in de thuissituatie van moeder en stiefvader.
4.2.
Namens moeder stelt mr. Van Pelt dat in het verzoek niet is onderbouwd waarom een ondertoezichtstelling nodig is. Moeder doet wat nodig is. Als de ondertoezichtstelling wordt uitgesproken ervaart moeder dat als een straf. In het vrijwillig kader wil moeder overal aan meewerken. [naam kind] is veilig bij moeder en het gaat heel goed met hem. Een ondertoezichtstelling is een brug te ver. Eventueel kan moeder instemmen met een termijn van een half jaar. Moeder ziet geen ontwikkelingsbedreigingen.
4.3.
Vader is het eens met een ondertoezichtstelling.
4.4.
Wat de GI betreft is bij [naam kind] sprake van ontwikkelingsbedreigingen. Er moeten veiligheidsafspraken worden gemaakt en het contact tussen [naam kind] en vader moet worden hersteld. Het is goed dat moeder een en ander in gang heeft gezet maar er zijn meer zorgen.

5.De beoordeling

5.1.
Kort gezegd stelt de moeder dat het verzoekschrift geen onderbouwing bevat, waardoor het voor de moeder onduidelijk is waartegen zij zich dient te verweren. De kinderrechter deelt dit standpunt niet. Immers, in het verzoekschrift is vermeld dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat de zorg die nodig is om de bedreiging weg te nemen, niet of onvoldoende wordt geaccepteerd. Om die reden wordt een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar gevraagd. Daarbij heeft de raad in het verzoekschrift aangegeven:
“Bij dit verzoekschrift vindt u het raadsrapport met daarin de onderbouwing voor het verzoek.”
Voor eenieder, ook voor de moeder, was en is daarmee voldoende duidelijk waar de onderbouwing voor het verzoek van de raad te vinden is en dat het rapport in samenhang met het verzoek moet worden gelezen. Dat betekent dat de raad het verzoek niet behoeft aan te vullen, dat de behandeling van de zaak niet wordt aangehouden en dat de kinderrechter zal beoordelen of een ondertoezichtstelling nodig is.
5.2.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling van [naam kind]. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.3.
De ontwikkeling van [naam kind] wordt ernstig bedreigd. [naam kind] groeit op in een situatie waarin hij afwisselend bij moeder en vader verblijft. Er zijn zorgen over zijn hechtingsrelatie met beide ouders. Tijdens het onderzoek van de raad zijn daarnaast door beide ouders meerdere meldingen gedaan over letsel bij [naam kind], over het ontstaan waarvan vader noch moeder een duidelijke en consistente verklaring geeft. Zowel [instantie A] als [instantie B] zijn betrokken zonder dat dat tot een verbetering van de situatie heeft geleid. Er is onvoldoende zicht op de omstandigheden bij moeder en vader thuis. En er zijn grote zorgen over de fysieke veiligheid van [naam kind] in beide thuissituaties. Voor [naam kind] is het noodzakelijk dat hij opgroeit in een stabiele, voorspelbare en veilige woon- en opvoedsituatie waarin hij gezonde en veilige gehechtheidsrelaties kan aangaan.
5.4.
De kinderrechter heeft onder de huidige omstandigheden niet de verwachting en het vertrouwen dat de ouders de zorgen over de ontwikkeling van [naam kind] in het vrijwillig kader geheel onder eigen verantwoordelijkheid en op eigen kracht naar de achtergrond kunnen laten verdwijnen. Er is recent ook nog een nieuwe melding bij [instantie A] binnengekomen. De vrijwillige hulpverlening verkeert niet in een positie om inzet en continuïteit van de hulp te waarborgen en indien nodig dwingend bij te sturen. Omdat tussen de ouders sprake is van wantrouwen en een gebrekkige samenwerking en moeder geen ontwikkelingsbedreigingen ziet verwacht de kinderrechter niet dat de ouders er met elkaar zullen uitkomen en overeenstemming zullen bereiken over wat goed zou zijn voor [naam kind]. De kinderrechter zal [naam kind] daarom onder toezicht stellen voor de gevraagde en gerechtvaardigde duur van een jaar. Een jeugdbeschermer zal de regie en coördinatie over de noodzakelijk te achten hulpverlening in handen krijgen om ervoor te zorgen dat hulpverlening wordt ingezet en afgerond en dat gemaakte veiligheidsafspraken worden nagekomen.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beschikking direct uitgevoerd kan worden, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [naam kind] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 3 juli 2026 voor de duur van een jaar, dus tot 3 juli 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Brunt, kinderrechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.