ECLI:NL:RBOBR:2026:56
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verzoekster in verzoek tot ontslag bewindvoerder
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Oost-Brabant op 5 januari 2026 een beschikking gegeven in een verzoek tot ontslag van de huidige bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder. Verzoekster, een maatschappelijk werkster verbonden aan een instelling, heeft op 29 september 2025 een verzoek ingediend. Echter, de kantonrechter heeft vastgesteld dat verzoekster niet bevoegd is om dit verzoek in te dienen, omdat zij niet tot de kring van personen behoort die in artikel 1:432 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt genoemd.
De kantonrechter heeft op 17 oktober 2025 telefonisch contact opgenomen met verzoekster om ontbrekende stukken, zoals een uittreksel uit de Kamer van Koophandel en een volmacht, op te vragen. Verzoekster heeft hier echter niet op gereageerd. Ook een e-mail op 26 november 2025 met een verzoek om de ontbrekende stukken in te dienen, heeft geen respons opgeleverd.
Gelet op deze omstandigheden heeft de kantonrechter geoordeeld dat verzoekster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar verzoek. De beschikking is openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.