ECLI:NL:RBOBR:2026:6

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
11595777 CV EXPL 25-1468 en 11596142 CV EXPL 25-1469
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot vergoeding van loon en schadevergoeding in het kader van een samenwerkingsovereenkomst

In deze civiele zaak, behandeld door de Rechtbank Oost-Brabant, zijn twee partijen betrokken bij een geschil over een samenwerking en de daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen. De eiser, vertegenwoordigd door mr. Ö. Kenç, vordert een verklaring dat er een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen, en vraagt om betaling van een bedrag van € 8.692,70 aan loon, alsook schadevergoeding en proceskosten. De gedaagde, vertegenwoordigd door mr. G. Debije, betwist deze vorderingen en stelt dat de eiser geld heeft verduisterd uit de kassa van de onderneming die hij tijdelijk heeft geëxploiteerd.

De kantonrechter heeft op 8 januari 2026 geoordeeld dat de samenwerking tussen partijen niet kan worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht. De rechter concludeert dat er geen (redelijk) loon verschuldigd is en dat er evenmin sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. De vordering tot vergoeding van de verduisterde omzet wordt afgewezen omdat de eiser niet heeft voldaan aan de stelplicht. In de tweede procedure, waarin de gedaagde vorderingen indient tegen de eiser, wordt eveneens geoordeeld dat de vorderingen worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaak-/rolnummers: 11595777 \ CV EXPL 25-1468 en 11596142 \ CV EXPL 25-1469
Vonnis van 8 januari 2026
in de zaak met zaak-/rolnummer: 11595777 \ CV EXPL 25-1468 van:
[eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] ,
gemachtigde: mr. Ö. Kenç,
tegen
[gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] H.O.D.N. [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] ,
gemachtigde: mr. G. Debije,
en in de daarmee gevoegde zaak met zaak-/rolnummer 11596142 \ CV EXPL 25-1469 van:
[gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] H.O.D.N. [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] ,
gemachtigde: mr. G. Debije
tegen
[eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] ,
gemachtigde: mr. Ö. Kenç.

1.De procedure

1.1.
Bij beschikking van 3 maart 2025 (zaaknummer 11400983 \ EJ VERZ 24-488) heeft de kantonrechter het primaire verzoek van [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] (gebaseerd op een arbeidsovereenkomst tussen [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] en [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] ) afgewezen. Ter zake van het subsidiaire verzoek (gebaseerd op een overeenkomst van opdracht tussen [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] en [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] ) en het meer subsidiaire verzoek (gebaseerd op een ongerechtvaardigde verrijking) heeft een spoorwissel plaatsgevonden. Deze procedure heeft zaak-/rolnummer 11595777 \ CV EXPL 1468 gekregen. In de beschikking heeft de kantonrechter tevens bepaald dat het tegenverzoek van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor een dagvaardingsprocedure. Deze procedure heeft zaak-/rolnummer 11596142 \ CV EXPL 1469 gekregen.
1.2.
Op 11 september 2025 is een vonnis in incident gewezen waarin de tot dan toe in het geding gebrachte processtukken staan vermeld.
1.3.
Op 24 november 2025 heeft de mondelinge behandeling van beide zaken tegelijkertijd plaatsgevonden. De kantonrechter heeft aan het begin van de zitting, gelet op de nauwe samenhang tussen de procedures, op de voet van artikel 222 lid 1 Rv bepaald dat de zaken gevoegd worden behandeld, zodat beide procedures worden beslecht in hetzelfde vonnis. Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht. Daarbij hebben zowel [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] als [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] zich bediend van pleitnotities die de twee zaken gezamenlijk bestrijken. Tevens is aan de zijde van [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] nog de beschikking van de afgegeven toevoeging overgelegd.
1.4.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] is de eenmanszaak van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] .
2.2.
In juni 2024 hebben [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] en [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] gesprekken gevoerd over een mogelijke overname van [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] door [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] .
2.3.
Op 24 juni 2024 liep [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] mee in [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] . Een aantal dagen later is [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] op vakantie gegaan en heeft [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] open gehouden. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] heeft aan [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] toegang verstrekt tot het kassasysteem en zijn bankgegevens. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] heeft zijn bankpassen aan [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] gegeven en de sleutels van het bedrijfspand.
2.4.
[eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] heeft vanuit de bankrekening van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] op 23 juli 2024 een bedrag van € 1.500,00 naar zichzelf overgemaakt en op 3 augustus 2024 een bedrag van € 300,00.
2.5.
Op 20 augustus 2024 is [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] teruggekeerd van vakantie waarna [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] op dezelfde voet voor [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] werkzaamheden is blijven verrichten.
2.6.
De samenwerking tussen partijen is op 13 september 2024 beëindigd evenals de overnameonderhandelingen.
2.7.
Op 16 en 18 oktober 2024 heeft [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] in totaal een bedrag van € 256,00 aan [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] overgemaakt.

3.Het geschil in de procedure met nummer 11595777 \ CV EXPL 25-1468

3.1.
[eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] vordert - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
PRIMAIR
I. voor recht te verklaren dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht ex artikel 7:400 BW tot stand is gekomen, welke ziet op het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] ;
II. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] te veroordelen tot betaling van € 8.692,70 aan loon;
III. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over het loon vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;
IV. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] te veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten van € 925,00;
V. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
SUBSIDIAIR:
I. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] te veroordelen tot betaling van € 8.692,70 aan schadevergoeding;
II. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over het schadebedrag vanaf het tijdstip van het ontstaan van de schade tot aan de dag van algehele voldoening;
III. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] te veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten van € 925,00;
IV. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] legt aan de primair ingestelde vordering ten grondslag dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen op grond waarvan [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] drie maanden [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] heeft geëxploiteerd. [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] maakt aanspraak op het overeengekomen uurtarief van € 13,27, dan wel een redelijk loon ex artikel 7:405 lid 2 BW. Ten aanzien van de subsidiaire vordering stelt [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] dat [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] , waardoor [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] op grond van artikel 6:212 BW verplicht is de schade van [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] te vergoeden tot het bedrag van de verrijking.
3.3.
[gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] voert verweer. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] .
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.Het geschil in de procedure met nummer 11596142 \ CV EXPL 25-1469

4.1.
[gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] vordert - samengevat - na vermeerdering van eis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] te veroordelen om aan [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] binnen 14 dagen na betekening van het vonnis een schadevergoeding te betalen van € 69.294,88, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de datum van het initiële verzoekschrift, dan wel de akte van spoorwissel, tot de dag der algehele voldoening;
II. [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
[gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] geld heeft verduisterd uit de kassa tijdens het waarnemen van [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] . Primair houdt hij [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) aansprakelijk voor de schade. Subsidiair stelt hij, dat voor zover sprake zou zijn van een overeenkomst van opdracht, [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] daarin ernstig tekortgeschoten is en [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] de schade op grond van artikel 6:74 BW dient te vergoeden. Meer subsidiair stelt [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] zich op het standpunt dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking en dat [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] het bedrag terug dient te betalen.
4.3.
[eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] voert verweer. [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] .
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan

5.De beoordeling

in de zaak met zaak-/rolnummer: 11595777 \ CV EXPL 25-1468
Overeenkomst van opdracht?
5.1.
Cruciaal is de vraag of tussen [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] en [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] een overeenkomst van opdracht met betrekking tot het tegen betaling verrichten van werkzaamheden tot stand is gekomen, hetgeen [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] stelt en [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] betwist. Voorop gesteld wordt dat op grond van de verklaringen en gedragingen van partijen (mede in het licht van de overige omstandigheden, beschouwd vanuit wat in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is) zal moeten worden bepaald of is beoogd dat hetgeen partijen hebben besproken en afgesproken rechtsgevolgen heeft.
5.2.
De overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich tegenover de andere partij, de opdrachtgever verbindt werkzaamheden te verrichten, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst. Daarbij is kenmerkend dat de opdrachtgever bepaalde verrichtingen aan de opdrachtnemer kan opdragen, die de opdrachtnemer moet uitvoeren en waarbij hij zich moet houden aan de gegeven aanwijzingen. De overeenkomst van opdracht is een overeenkomst tot dienstbetoon.
5.3.
Om te kunnen oordelen dat partijen bedoeld hebben een juridische binding tot stand te brengen, had het op de weg van [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] – op wie de stelplicht en bewijslast ligt – gelegen om te stellen wat er (al dan niet in algemene zin) met [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] was afgesproken over de aard, de omvang, de prijs van de te verrichten werkzaamheden en de aanwijzingen die waren gegeven. Hiertoe heeft [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] onvoldoende gesteld om daaruit een overeenkomst van opdracht af te kunnen leiden.
5.4.
Vaststaat dat partijen in onderhandeling waren omtrent de overname van [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] . Zij hadden daarover reeds een principe akkoord bereikt. Met het oog op de aanstaande overname heeft [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] toen [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] zes weken op vakantie ging zelfstandig de exploitatie van [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] overgenomen. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] dit voor eigen rekening en risico heeft gedaan en niet in de uitvoering van een overeenkomst van opdracht. [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] heeft de sleutels van het pand van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] gekregen en heeft van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] toegang gekregen tot de zakelijke betaalrekening en betaalpas van [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] . [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] heeft gehandeld alsof het zijn eigen onderneming was die hij zou gaan overnemen. Hij nam eigen personeel mee, gebruikte eigen materialen, deed inkopen naar eigen inzicht, beheerde de kassa en administratie, bereidde gerechten voor, stuurde werknemers aan, betaalde uitgaven en betaalde wat van de winst overbleef aan zichzelf uit. Dit alles heeft hij naar eigen inzicht gedaan. Het bewijst niet dat dit werkzaamheden zijn die [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] in opdracht en ten behoeve van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] heeft uitgevoerd en dat het de bedoeling was juridische verplichtingen hierover met elkaar aan te gaan. Voorts blijkt nergens uit dat [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] instructies gaf die hij moest opvolgen (artikel 7:402 BW), en dat [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] rekening en verantwoording schuldig was (artikel 7:403 lid 2 BW). Tevens speelt hierbij een rol dat [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] de exploitatie van [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] is blijven voortzetten nadat [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] terug was gekeerd van vakantie. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] hierover verklaard dat hij de overname door [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] wilde afronden, maar dat [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] hem aan het lijntje hield omdat hij geen geld had waardoor de overname telkens werd uitgesteld. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] heeft hierover verklaard dat er onenigheid tussen partijen ontstond omdat [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] na zijn vakantie de koopprijs verhoogde omdat de omzet gedurende de afwezigheid van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] was toegenomen en er nog openstaande schulden overgenomen moesten worden. Van een overname is het toen niet meer gekomen en [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] heeft [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] niet meer toegestaan de exploitatie van [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] voort te zetten.
5.5.
De conclusie uit het voorgaande is dat niet is komen vast te staan dat partijen een juridisch afdwingbare overeenkomst wilden aangaan op basis waarvan voor de verrichte werkzaamheden moest worden betaald. Dit betekent dat op de verhouding tussen [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] en [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] de relevante bepalingen van een overeenkomst van opdracht niet van toepassing zijn en [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] geen (redelijk) loon (als bedoeld in artikel 7:405 BW) verschuldigd is. Het primair gevorderde wordt dan ook afgewezen.
Ongerechtvaardigde verrijking?
5.6.
Subsidiair stelt [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] zich op het standpunt dat [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] ten koste van hem ongerechtvaardigd zou zijn verrijkt en op grond daarvan tot vergoeding van zijn schade verplicht zou zijn. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] heeft dit gemotiveerd bestreden.
5.7.
De kantonrechter is van oordeel dat van een verrijking aan de zijde van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] geen sprake is, evenmin van een verarming aan de zijde van [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] . [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] heeft [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] voor eigen rekening en risico geëxploiteerd. In dat verband heeft [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] verklaard aan zichzelf in totaal € 1.800,00 te hebben uitgekeerd nadat hij alle noodzakelijke kosten had voldaan. Dat er nog meer winst zou zijn die aan hem toekwam gedurende de periode dat hij [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] heeft geëxploiteerd heeft [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] niet gesteld. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] heeft [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] op 16 en 18 september 2024 nog wel twee nabetalingen gedaan. In zoverre [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] niet meer winstgevend was dan reeds aan [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] uitbetaald is, komt dat voor rekening en risico van [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] . Aan de voorwaarden voor een ongerechtvaardigde verrijking is dan ook niet voldaan, zodat het subsidiair gevorderde tevens wordt afgewezen.
in de zaak met zaak-/rolnummer 11596142 \ CV EXPL 25-1469
5.8.
[gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] stelt dat [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] een bedrag van € 69.794,88 aan omzet heeft ontvreemd, dan wel verduisterd, uit de kassa toen hij de exploitatie van [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] verzorgde. Ter onderbouwing daarvan heeft [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] (onleesbare) bonnen uit het kassasysteem als productie 10 overgelegd. [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] vordert dit bedrag terug en voert daartoe drie rechtsgronden aan. Alvorens daar aan toe te komen dient eerst vastgesteld te worden of [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] de omzet heeft ontvreemd of verduisterd.
5.9.
[gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] stelt dat het bedrag door [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] niet is afgedragen aan [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] of op de bankrekening van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] is gestort onder verwijzing naar productie 11 (de volledige bankgeschiedenis van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] ). Wel zijn van de bankrekening van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] structureel overboekingen gedaan naar [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] en heeft [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] contante bedragen opgenomen. De geldstroom volgend op de bankafschriften loopt die niet richting leveranciers, personeel, huur of kosten van de onderneming maar naar [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] , aldus [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] . [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] heeft dit gemotiveerd betwist.
5.10.
De kantonrechter stelt voorop dat producties kunnen dienen ter ondersteuning van stellingen, maar niet ter vervanging daarvan. Het is aan [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] - als eisende partij in deze - om zijn vorderingen te gronden op heldere en toetsbare stellingen en deze te onderbouwen met producties, waarvan hij begrijpelijk moet aanduiden welke delen daarvan relevant zijn voor de verschillende vorderingen en daarvan desnoods een duidelijk overzicht wordt gemaakt. Een partij die een beroep wil doen op uit bepaalde producties blijkende feiten en omstandigheden, dient dit op een zodanige wijze te doen dat voor de rechter duidelijk is welke stellingen hem ter beoordeling worden voorgelegd en naar welke feiten daarbij verwezen wordt, en dat voor de wederpartij duidelijk is waartegen zij zich dient te verweren (vergelijk Hoge Raad 23 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0729 en Hoge Raad 8 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2810). De rechter heeft slechts te letten op de feiten waarop een partij ter ondersteuning van zijn standpunt een beroep heeft gedaan, en de enkele omstandigheid dat uit door een partij overgelegde stukken een bepaald feit blijkt, impliceert niet dat hij zich ter ondersteuning van zijn standpunt op dat feit beroept (vergelijk Hoge Raad 10 december 1993, ECLI:NL:HR:ZC1176).
5.11.
[gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] kan dan ook niet volstaan met een enkele verwijzing naar (deels onleesbare) producties, aangezien partijen een zogeheten wegwijsplicht hebben. Het is niet aan de rechter om vrij in producties van partijen een zoektocht te ondernemen of een meer dan geringe vertaalslag te maken naar wat (mogelijk) relevant is en waarom. Het is verder niet aan de rechter om uit producties te destilleren welke stellingen [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] had kunnen en moeten innemen ter motivering van zijn vorderingen en welke feiten daarbij ondersteuning kunnen leveren. De kantonrechter houdt daarom geen rekening met wat in de producties 10 en 11 naar voren wordt gebracht, voor zover daaraan geen duidelijke stellingname in de processtukken zelf ten grondslag ligt (vergelijk Hoge Raad 17 oktober 2008, ECLI:NL:2008:BE7628).
5.12.
Zo heeft [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] wel gesteld dat een bepaalde omzet zou zijn behaald door [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] en dat al dat geld weg is onder verwijzing naar onleesbare (maandelijkse) uitdraaien uit het kassasysteem en afschriften van een bankrekening van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] , maar daar blijken de gestelde feiten niet uit. Hoe de hoogte van de omzet is berekend over de periode dat [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] werkzaamheden heeft verricht is, mede gelet op het verweer van [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] , niet nader gemotiveerd door [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] en daarmee onnavolgbaar. Vervolgens is te zien op de bankafschriften dat er wekelijks bedragen (omzet) op de bankrekening worden gestort door YouLend Limited en Adyen N.V. Tevens is te zien dat er vaste kosten van de bankrekening af worden geschreven evenals bedragen waarbij namen van groothandels staan vermeld. Zowel [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] als [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] nemen ook contant geld op van de bankrekening. [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] heeft aangevoerd dat hij werknemers contant uitbetaalde van het geld dat in de kassa zat, maar daartoe ook contant geld heeft moeten opnemen. Dat de geldstroom niet richting leveranciers, personeel, huur of kosten van de onderneming is gegaan, maar naar [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] blijkt hier niet uit. [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] heeft als productie 21 een overzicht gemaakt van de kosten die hij gehad heeft gedurende de periode dat hij [handelsnaam eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] exploiteerde. Ter zitting heeft [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] verklaard dat hij niet weet welke kosten zijn gemaakt, maar dat hij ook kosten zou hebben gehad als hij het eethuis had geëxploiteerd, maar daar is in het geheel geen rekening mee gehouden bij het instellen van zijn vordering. Het lag dan ook op de weg van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] om zijn stellingen nader te onderbouwen dat [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] een bedrag van € 69.794,88 heeft ontvreemd en hoe zich dat verhoudt tot het hiervoor ingenomen standpunt van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] dat [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] de onderneming heeft gerund als ware het zijn eigen onderneming. Dit heeft [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] nagelaten. De stellingen die [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] heeft ingenomen in de processtukken zijn dan ook niet voldoende uitgewerkt met een gespecificeerd feitencomplex, waardoor zijn stellingen vaag en onvoldoende geconcretiseerd zijn gebleven en zelfs tegenstrijdig zijn.
5.13.
Nu niet is voldaan aan de stelplicht, krijgt [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] geen gelegenheid tot (nadere) bewijslevering. Het gevorderde wordt afgewezen ongeacht welke rechtsgrond [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] daaraan ten grondslag heeft gelegd omdat onvoldoende is gesteld dat [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] gelden van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] heeft ontvreemd of verduisterd die aan [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] zouden toekomen.
proceskosten in beide zaken
5.14.
Omdat beide partijen, de één in de ene zaak en de ander in de andere zaak, ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6.De beslissing

De kantonrechter
in de zaak met zaak-/rolnummer: 11595777 \ CV EXPL 25-1468
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser CV EXPL 25-1468 en gedaagde CV EXPL 25-1469] af,
in de zaak met zaak-/rolnummer 11596142 \ CV EXPL 25-1469
6.2.
wijst de vorderingen van [gedaagde CV EXPL 25-1468 en eiser CV EXPL 25-1469] af,
in beide zaken
6.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026.