Uitspraak
1.De procedure
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord van 28 november 2024 en het (tijdens de rolzitting overgelegde) schriftelijk antwoord van 25 november 2024 met bijlagen 1 tot en met 3;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte overleggen bescheiden met producties 1 en 2 [2] van Hooglander, ingekomen bij de griffie op 10 april 2025;
- de akte van [gedaagde] , ingekomen bij de griffie op 6 mei 2025;
- de antwoordakte van Hooglander met één productie [3] , ingekomen bij de griffie op 5 juni 2025;
- de antwoordakte van Hooglander, ingekomen bij de griffie op 16 september 2025.
2.De feiten
- [gedaagde] : declaratie- en dossiernummer [nummer 1] – [B] van 13 juli 2023 ad € 3.798,37 (productie 2 bij dagvaarding),
- [C] B.V.: declaratie- en dossiernummer [nummer 2] – [C] B.V. / Opheffen beslag van 3 mei 2023 ad € 631,62 (productie 10 bij dagvaarding),
- [B] B.V.: declaratie- en dossiernummers [nummer 3] – [B] B.V. / [D] van 3 mei 2023 ad € 203,28 (productie 11 bij dagvaarding), [nummer 4] – [B] van 4 mei 2023 ad € 8.029,92 (productie 12 bij dagvaarding) en [nummer 5] – [B] B.V. / [E] van 23 augustus 2023 ad € 580,80 (productie 13 bij dagvaarding), en
- [F] B.V.: declaratie- en dossiernummer [nummer 6] – [F] B.V. / Hypothecaire lening van 23 augustus 2023 ad € 210,54 (productie 14 bij dagvaarding).
(…).”
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 100,00 (2* € 50,00) aan proceskosten aan [gedaagde] .