Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
einduitspraak van de meervoudige kamer van 12 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [vestigingsplaats], eiseres,
[naam], [naam], [naam], [naam], [naam], [naam], [naam], [naam], [naam], [naam], [naam] en [naam]uit [woonplaats], (gemachtigde mr. T.I.P. Jeltema)
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling
- Partijen zijn in het voorjaar van 2024 in overleg getreden over een opzet van de proef.
- De StAB heeft aanvullend extra suggesties gedaan.
- Partijen hebben in de zomer van 2024 de werkwijze beproefd.
- Artex heeft hierover verslag uitgebracht in het najaar van 2024. Het college heeft een klachtenoverzicht verstrekt.
- Tijdens de proefperiode zijn op vijftig dagen de deuren opengezet. Er werden op drie dagen waario de deuren open stonden anonieme klachten ontvangen. Er werden ook op drie dagen waarop de deuren niet open stonden anonieme klachten ontvangen.
- De StAB heeft alle reacties verzameld en partijen in de gelegenheid gesteld op de stukken te reageren. De StAB heeft vervolgens een verslag van de proefperiode uitgebracht op op 15 november 2024. De eerste proefperiode heeft nog geen inzicht gegeven of de eventuele geurklachten ook werkelijk door de openstaande deuren worden veroorzaakt.
- Partijen hebben verzocht de proef in 2025 te herhalen. Partijen zijn hiertoe in overleg getreden om randvoorwaarden op te stellen en hebben nagenoeg overeenstemming bereikt over het onderzoeksprotocol voor de tweede proef, met uitzondering van één onderdeel. Hierover heeft de rechtbank in de tweede tussenuitspraak aanvullend het college de gelegenheid gegeven om ten behoeve van de einduitspraak een tweede proef uit te voeren in de periode 1 mei 2025 – 30 september 2025 en daartoe de volgende aanwijzing gegeven:
- Op 21 oktober 2025 heeft het college een verslag uitgebracht met een overzicht van de klachten tijdens de gehouden proef bij het verslag. Daarin zijn de adressen met huisnummers van de klagers geregistreerd, het bevat een registratie van de meteo en een betere duiding van de ervaren overlast. Op 35 dagen zijn de deuren opengezet. Er zijn op deze dagen geen klachten binnengekomen. Er zijn wel vier klachten binnengekomen op dagen dat de deuren niet openstonden. Het college heeft hierbij erkend dat de vier binnengekomen klachten niet goed zijn opgevolgd. Aanvullend is vijf keer onaangekondigd gecontroleerd en geconstateerd dat de deuren van productieruimte 4 en 4a niet open stonden ondanks een buitentemperatuur boven de 20 graden Celsius. Eénmaal heeft de toezichthouder geur (chloor) waargenomen. Het college stelt wel vast dat de vier meldingen tijdens de proefperiode niet zijn te relateren aan het openstaan van de deuren 4 en 4a.
- In haar reactie hierop merkt Artex op dat het college de inhoud van het rapport van KWA niet heeft betwist, ook niet in het aanvullende verweer van 10 juli 2023. Artex constateert dat de deuren in 2024 en 2025 tijdens de proefperiode veelvuldig hebben opengestaan zonder klachten van omwonenden over geuroverlast. De werknemers van Artex hebben baat gehad bij de open deuren op warme dagen omdat er een koelere luchtstroom de hal binnenkwam.
- De derde-partijen hebben gereageerd en op de laatste zitting bevestigd dat er geen klachten zijn gedaan gerelateerd aan geuroverlast door emissies via de openstaande deuren. Wel wijzen zij erop dat de klachtafwikkeling door het college te wensen overlaat. Ondanks de inzet van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is het college er niet in geslaagd ook maar één klacht naar behoren te behandelen. Zij betwijfelen of het verzoek van Artex tot wijziging van het maatwerkvoorschrift kan worden ingediend als het college niet in staat is om te handhaven.
- Het college heeft op de laatste zitting aangegeven dat de aanvraag om een revisievergunning van Artex in behandeling is en dat op korte termijn een ontwerpbeschikking ter inzage zal worden gelegd. Dan zou een wijziging van een maatwerkvoorschrift niet meer nodig zijn. Het uitblijven van klachten wil volgens het college niet zeggen dat er geen geuroverlast meer is.
4.1. De rechtbank is van oordeel dat er inmiddels voldoende onderzoek is verricht naar geuroverlast door emissies via de openstaande deuren 4 en 4a. Gedurende de beide proeven hebben in totaal op 85 dagen deuren opengestaan. Op drie van die dagen zijn klachten binnengekomen. Daarnaast zijn er op zeven dagen waarop er geen deuren openstonden, toch klachten binnengekomen. Gelet op de resultaten van de onderzoeken (waaronder de proef) en het StAB-advies acht de rechtbank niet aannemelijk dat er causaal verband bestaat tussen de openstaande deuren 4 en 4a tijdens warme dagen en geuroverlast. Het college kan het risico op mogelijke geuroverlast dan ook niet langer aan Artex tegenwerpen bij zijn besluitvorming over een maatwerkvoorschrift dat hierop betrekking heeft.
Conclusie en gevolgen.
Diffuse emissies en emissies die via de ruimteventilatie vrijkomen moeten zoveel mogelijk worden beperkt door good-housekeeping en preventieve maatregelen. Aanwezige ramen, deuren en luiken in productieruimten dienen tijdens de werktijden gesloten te zijn. Deuren mogen uitsluitend geopend worden voor het doorlaten van personen en goederen.”
- In de eerste plaats duurt de procedure al lang. In deze periode is de groep omwonenden die betrokken is bij deze procedure kleiner geworden. Maar de rechtbank kan niet uitsluiten dat er nieuwe bewoners zijn in de omgeving van Artex. Als de rechtbank zelf in de zaak voorziet, kunnen slechts partijen (dus ook de aangegeven groep omwonenden) in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspaak van de Raad van State (Afdeling) als zij het hier niet mee eens zijn. De ontvankelijkheid van een hoger beroep van eventuele nieuwkomers is afhankelijk van het oordeel van de Afdeling.
- Op het verzoek van Artex is het oude recht (zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van toepassing, gelet op artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet. In de eerste tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat voorschrift 11.1.12 van de revisievergunning moet worden beschouwd als een gedragsregel en geldt als maatwerkvoorschrift tot de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, omdat het college bevoegd was op grond van artikel 2.7a, vierde lid, onder c, van het Activiteitenbesluit milieubeheer om maatwerkvoorschriften te stellen zonder dat sprake was van een overschrijding van het aanvaardbaar geurhinderniveau. Het maatwerkvoorschrift is op grond van artikel 8.1.5, vijfde lid onder a, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet aan te merken als maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet. Maar het college zal ook moeten gaan beslissen op de aanvraag voor een nieuwe revisievergunning met inachtneming van artikel 2.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Het lot van het maatwerkvoorschrift is dan onduidelijk, gelet op artikel 8.1.5 vijfde lid onder b, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet.
- Artex merkt terecht op dat haar verzoek om aanpassing van het maatwerkvoorschrift los moet worden gezien van de besluitvorming op de aanvraag revisievergunning, hetgeen niet wegneemt dat in de revisievergunning gedragsvoorschriften kunnen worden gesteld in afwijking van een maatwerkvoorschrift dat de rechtbank zou opnemen in de uitspraak.
- Deuren 4 en 4a mogen in afwijking van voorschrift 11.1.12 worden geopend indien dit noodzakelijk is voor het binnenklimaat in het bedrijf van Artex op een bepaalde dag. Dit is uitsluitend het geval als de weersvoorspelling van windfinder Berkendonk voor de betreffende dag een temperatuur voorspelt van meer dan 20°C (bij te houden door Artex om 6.00, 8.00, 11.00, 14.00, 17.00 en 20.00 uur).
- Deur 4 en/of deur 4a mag alleen open ten behoeve van het binnenklimaat in het bedrijf van Artex tussen 07.00 uur van de betreffende dag en het einde van de productietijd op die dag dan wel het moment waarop buiten een temperatuur wordt gemeten van minder dan 20°C.
- Deur 4 en/of deur 4a mag alleen open ten behoeve van het binnenklimaat in het bedrijf van Artex met inachtneming van het protocol van Artex d.d. 5 november 2025 (productie 23 bij de brief van Artex van 7 november 2025).
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het verzoek van Artex van 3 juli 2018 inclusief de laatste wijziging van 7 november 2025, met inachtneming van deze uitspraak binnen zes maanden na dagtekening van deze uitspraak;
- verleent Artex bij wijze van voorlopige voorziening toestemming om deuren 4 en/of 4a in afwijking van voorschrift 11.1.12 van de revisievergunning van 25 november 2010 ook te openen onder de volgende voorwaarden:
- bepaalt dat de voorlopige voorziening wordt gelijkgesteld met de wijziging van voorschrift 11.1.12;
- bepaalt dat de voorlopige voorziening vervalt als het college een besluit heeft genomen op het verzoek van Artex of als het college een besluit heeft genomen op de aanvraag van Artex om een revisievergunning;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 350,00 aan Artex moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 5.624,89 aan proceskosten aan Artex.