ECLI:NL:RBOBR:2026:666

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000239127:B001
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 sub b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentorenArt. 47 Wet op het consumentenkredietArt. 48 lid 2 Wet op het consumentenkrediet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verlenging beloning bewindvoerder na schuldenvrijverklaring

Verzoeker, DC Advies en Bewindvoering B.V., verzocht de kantonrechter om de jaarbeloning voor bewindvoering conform artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vast te stellen met ingang van 1 augustus 2025, de datum waarop betrokkene schuldenvrij zou zijn. Verzoeker wenste na deze datum nog 12 maanden aanspraak te maken op de hogere beloning voor problematische schulden vanwege de extra werkzaamheden die nodig zouden zijn om de financiële situatie van betrokkene te stabiliseren.

De kantonrechter heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Regeling en de Nota van Toelichting, waarin is bepaald dat de hogere beloning alleen geldt zolang sprake is van problematische schulden. Ook de Aanbevelingen meerderjarigenbewind bevestigen dat de hogere beloning vervalt zodra de schulden daadwerkelijk zijn afbetaald of een schuldenregeling succesvol is afgerond.

De kantonrechter oordeelt dat het verzoek niet kan worden ingewilligd omdat de wet- en regelgeving geen verlenging van de hogere beloning na schuldenvrijverklaring toestaat. De kantonrechter benadrukt dat het aan de wetgever is om eventuele wijzigingen in de regelgeving door te voeren. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Tegen deze beschikking staat hoger beroep open, uitsluitend via een advocaat, binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de hogere beloning voor bewindvoering na schuldenvrijverklaring is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
Locatie 's-Hertogenbosch
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000239127:B001
CBM-nummer
:
[beschikkingsnummer]
beschikkingsnummer
:
3
datum
:
22 januari 2026

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
DC Advies en Bewindvoering B.V.,
Postbus 10129, 6000 GC Weert,
Kamer van Koophandel-nummer 80347436,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[naam verzoeker] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 17 december 2025.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

Verzoeker vraagt om de jaarbeloning met ingang van 1 augustus 2025 vast te stellen conform artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
Het verzoek komt er feitelijk op neer dat verzoeker per 1 augustus 2025, de datum dat betrokkene schuldenvrij is, nog 12 maanden aanspraak wenst te maken op de beloning conform artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling (de beloning voor problematische schulden).
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:
“Het schuldhulpverleningstraject is afgerond met een nul-aanbod per 17-07-2025. Ondanks deze afronding is de financiële situatie van rechthebbende nog kwetsbaar en vergt het bewind in de daaropvolgende periode meer werkzaamheden dan een regulier bewind zonder problematische schulden.
In de periode na het nul-aanbod zijn onder meer noodzakelijk:
- intensieve monitoring van financiële stabiliteit;
- preventie van nieuwe schulden;
- afronding en controle van contacten met schuldeisers;
- hanteren en behouden stabiel budget.
Gelet op de aard en omvang van deze werkzaamheden wordt verzocht om toestemming om het tarief behorend bij bewind met problematische schulden te mogen hanteren voor een periode van twaalf maanden na, eerder genoemde, datum nul-aanbod.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De beloning voor bewindvoerders staat in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: Regeling).
In de Nota van Toelichting bij de regeling staat (onder meer) het volgende:
‘In geval van problematische schulden gaat het in het bijzonder om werkzaamheden ten behoeve van het ongedaan maken van een of meer beslagen waarbij de beslagvrije voet niet wordt geëerbiedigd, het stabiliseren van problematische schuldsituaties, het toeleiden tot een minnelijke schuldhulpverlening of WSNP en schuldbemiddeling in het kader van artikel 47 van Pro de Wet op het consumentenkrediet (hierna: ‘Wck’). In geval van schuldbemiddeling heeft de bewindvoerder geen aanspraak op een vergoeding conform artikel 48, tweede lid, Wck, nu hij voor die werkzaamheden reeds wordt beloond als bewindvoerder. Voor de toeleiding naar de WSNP verschaft de bewindvoerder informatie aan de WSNP-bewindvoerder en woont hij de toelatingszitting bij. In de aanloop naar de schuldhulpverlening dan wel schuldsanering en ingeval de rechthebbende niet in aanmerking komt voor schuldhulpverlening en/of schuldsanering, is het de taak van de bewindvoerder om de situatie te stabiliseren.. Dat betekent dat de bewindvoerder de vaste lasten betaalt (huur, water, energie), de beslagvrije voet bewaakt en de contacten met schuldeisers onderhoudt.
Het gaat erom dat de bewindvoerder vanwege de problematische schulden extra werkzaamheden verricht. Hoewel de meeste werkzaamheden zich in het eerste jaar zullen voordoen, wordt deze jaarbeloning aangehouden totdat er geen problematische schulden meer zijn, bijvoorbeeld indien de rechthebbende met een schone lei uit de WSNP komt.’
Verder is in de Aanbevelingen meerderjarigenbewind (versie april 2025) het volgende over de beloning bij problematische schulden opgenomen onder onderdeel B.12:
“Er blijft recht bestaan op de hogere beloning in verband met problematische schulden tijdens de WSNP, de minnelijke regeling of de aflossing van een saneringskrediet. Zodra de schulden daadwerkelijk zijn afbetaald, of een (gemeentelijke) minnelijke of wettelijke schuldenregeling met goed gevolg is afgerond (lees: de schone lei is verleend), verlaagt de bewindvoerder op eigen initiatief de beloning naar het toepasselijke lage tarief met ingang van de eerstvolgende maand. Dit geldt ook als alleen nog een enkele, niet saneerbare schuld, zoals bij DUO, resteert.”
Op basis van het voornoemde is de kantonrechter van oordeel dat de beloning conform artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling alleen van toepassing is zolang er sprake is van problematische schulden. Dat bij de (recente) ontwikkelingen rondom verkorte schuldsaneringsregelingen en nul-aanbiedingen in de Regeling en de Aanbevelingen meerderjarigenbewind geen rekening is gehouden met de gevolgen hiervan voor de beloning van uitvoerders, is naar het oordeel van de kantonrechter geen reden om af te wijken van de huidige wet- en regelgeving rondom de beloning voor uitvoerders. Naar het oordeel van de kantonrechter is het niet aan de kantonrechter, maar aan de wetgever om de wet- en/of regelgeving rondom de beloning voor de uitvoerders te wijzigen. De kantonrechter zal derhalve, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek afwijzen.

Beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H. Schormans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.