Uitspraak
datum : 27 januari 2026
Rechtbank Oost-Brabant
Betrokkene verzocht de rechtbank om het mentorschap op te heffen omdat hij zich bekwaam en zelfstandig acht om zijn persoonlijke en dagelijkse belangen te behartigen. Tevens vroeg hij mondeling om ontslag van zijn ouders als mentoren en benoeming van een professionele mentor indien het mentorschap niet zou worden opgeheven.
De mentoren, betrokkene's ouders, stelden dat betrokkene een licht verstandelijke beperking heeft en lijdt aan een bipolaire stoornis met psychotische periodes, waardoor het mentorschap noodzakelijk blijft. In goede periodes functioneert betrokkene redelijk zelfstandig, maar in mindere periodes vertoont hij problematisch gedrag dat snelle interventie vereist.
De kantonrechter oordeelde dat de noodzaak tot voortzetting van het mentorschap aanwezig is en dat er geen gewichtige reden is om de mentoren te ontslaan. Het belang van betrokkene bij korte communicatielijnen en snelle interventie weegt zwaar. Daarom werden zowel het verzoek tot opheffing als tot wijziging van het mentorschap afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing en wijziging van het mentorschap wordt afgewezen vanwege noodzaak voortzetting en belang van korte communicatielijnen.