Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:699

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
11902134 TD VERZ 25-1448 en 12054414 TD VERZ 26-23
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing bewind en mentorschap na bekendwording levenstestament

Verzoekers, kinderen van de voormalig echtgenoot van betrokkene, vroegen om opheffing van het bewind en mentorschap omdat zij recentelijk bekend zijn geworden met het levenstestament van betrokkene uit 2015. Dit testament machtigt hen om de vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene te behartigen wanneer zij hiertoe zelf niet meer in staat is.

De bewindvoerder en mentor waren ten tijde van de instelling van het bewind en mentorschap niet op de hoogte van het levenstestament, maar stemmen nu in met de opheffing. Betrokkene is niet gehoord omdat zij niet in staat is zich uit te spreken. De kantonrechter stelt dat het levenstestament met volmachten voorrang heeft boven beschermingsbewind en mentorschap, omdat de autonomie van betrokkene centraal staat.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de uitvoering van het levenstestament in de weg staan. Daarom wordt het bewind en mentorschap opgeheven met ingang van twee weken na de datum van de beschikking. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld door verzoekers of andere belanghebbenden.

Uitkomst: Het bewind en mentorschap worden opgeheven omdat de uitdrukkelijke wens van betrokkene in haar levenstestament voorrang heeft.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
zaaknummers : 11902134 TD VERZ 25-1448 en 12054414 TD VERZ 26-23
dossiernummer : BM 49933
datum : 21 januari 2026
[initialen griffier]

beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind en mentorschap

op verzoek van:
[naam] ,
wonende te [adres] ,
en
[naam] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: verzoekers,
met betrekking tot:

[naam] ,

geboren te [woonplaats] op [datum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met als bijlage het levenstestament van betrokkene), ontvangen op
1 oktober 2025;
- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ontvangen op 22 oktober 2025.
Het verzoek is mondeling behandeld op 13 januari 2026. Ter zitting zijn verzoekers, de [bewindvoerder] en de mentor verschenen.

beoordeling

Verzoekers vragen om opheffing van het bewind en het mentorschap ten behoeve van betrokkene. Zij zijn de kinderen van de voormalig echtgenoot van betrokkene en beroepen zich op het levenstestament van betrokkene dat op 20 maart 2015 is opgesteld. Hierin zijn verzoekers gevolmachtigd de vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene waar te nemen, ingeval betrokkene hiertoe zelf niet meer in staat is.
Verzoekers zijn pas sinds kort op de hoogte van het bestaan van het levenstestament, waardoor zij eerder geen bezwaar hebben gemaakt tegen het verzoek tot instelling van het bewind en het mentorschap.
De bewindvoerder en de mentor hebben opgemerkt dat zij ten tijde van de aanvraag van het instellingsverzoek niet op de hoogte waren van het levenstestament.
Ter zitting hebben verzoekers zich desgevraagd (nogmaals) bereid verklaard de vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene te behartigen conform het te levenstestament.
De bewindvoerder en mentor hebben aangegeven dat zij instemmen met de verzoeken nu zij op de hoogte zijn van de wens van betrokkene, zoals vastgesteld in haar levenstestament.
De kantonrechter heeft betrokkene niet gehoord, omdat uit de stukken voldoende blijkt dat betrokkene niet in staat is zich over het verzoek uit te spreken.
Als uitgangspunt heeft te gelden dat een levenstestament met de bijbehorende volmachten voorrang heeft boven het instellen van een beschermingsbewind en een mentorschap. De autonomie van de testateur staat immers voorop. Daar komt nog bij dat betrokkene in haar levenstestament uitdrukkelijk heeft aangegeven dat de daarin opgenomen maatregelen juist zijn getroffen om te voorkomen dat over haar goederen een beschermingsbewind en een mentorschap zal worden ingesteld.
Ten tijde van het instellen van het bewind en mentorschap waren verzoekers, noch de instelling waar betrokkene verblijft, noch de voorgestelde bewindvoerder en mentor op de hoogte van het levenstestament van betrokkene. Nu verzoekers sinds kort hiervan wel op de hoogte zijn, willen zij de vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene, conform haar wens gaan behartigen.
De kantonrechter is van oordeel dat de uitdrukkelijke wens van betrokkene, zoals vastgelegd in haar levenstestament, alsnog moet worden gevolgd. De kantonrechter zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die daaraan in de weg staan. Gelet hierop zal de kantonrechter het bewind en mentorschap opheffen.

beslissing

De kantonrechter:
  • heft het bewind over de goederen van
  • heft het mentorschap ten behoeve van
Deze beschikking is gegeven door mr. C.T.C. Wijsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.