AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing mentorschap en instelling bewind wegens onenigheid kinderen ondanks levenstestament
Verzoekster, dochter van betrokkene, verzocht de rechtbank om zowel een bewind als een mentorschap in te stellen voor betrokkene. Betrokkene en haar zoon stemden niet in met deze verzoeken, waarbij betrokkene zichzelf nog wilsbekwaam achtte om haar belangen te behartigen.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene weliswaar nog wilsbekwaam is, maar door haar lichamelijke en/of geestelijke toestand onvoldoende in staat is haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Het levenstestament machtigt de kinderen gezamenlijk om deze belangen te behartigen, waardoor in principe geen bewind of mentorschap nodig is.
Echter, omdat de kinderen niet tot overeenstemming kunnen komen over het vermogensbeheer, besloot de rechtbank het levenstestament te passeren en een onafhankelijke professionele bewindvoerder aan te stellen. Voor het mentorschap werd het verzoek afgewezen, omdat de kinderen wel tot overeenstemming kunnen komen over niet-vermogensrechtelijke belangen, hoewel de kantonrechter enige twijfel had over de duurzaamheid hiervan.
De bewindvoerder mag de forfaitaire tarieven voor werkzaamheden en kosten ten laste van het vermogen van betrokkene brengen. Betrokkene is momenteel niet in staat om rekening en verantwoording te beoordelen, maar wel om toestemming te geven voor bepaalde handelingen volgens artikel 1:441 BWPro.
Uitkomst: Verzoek tot mentorschap afgewezen en bewind ingesteld met benoeming van een professionele bewindvoerder vanwege onenigheid tussen de kinderen.
beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling
op verzoek van:
[naam] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: verzoekster,
met betrekking tot:
[naam],
geboren te [woonplaats] op [datum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 5 november 2025;
de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder om tot bewindvoerder te worden benoemd.
Het verzoek is mondeling behandeld op 13 januari 2026.
beoordeling
Verzoekster (tevens de dochter van betrokkene) vraagt om het instellen van een bewind voor betrokkene alsmede om het instellen van een mentorschap ten behoeve van betrokkene. Betrokkene stemt niet in met de verzoeken. Zij acht zich in staat haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. De zoon van betrokkene stemt ook niet in met de verzoeken.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Uit de onderliggende stukken en het verhandelde ter zitting is de kantonrechter ervan overtuigd geraakt dat betrokkene (nog) wel wilsbekwaam is, maar dat zij als gevolg van haar lichamelijke en of geestelijke toestand niet meer voldoende in staat kan worden geacht om haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Het levenstestament van betrokkene machtigt haar beide kinderen om tezamen de vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene te behartigen, wanneer zij hiertoe niet meer in staat is. In beginsel is het uitspreken van een bewind en mentorschap daarom niet nodig. Er zijn immers al anderen die deze taken op zich kunnen nemen.
Bewind:
Uit de stukken en de zitting is de kantonrechter duidelijk gebleken dat de kinderen samen niet of onvoldoende tot overeenstemming kunnen komen over hoe de vermogensrechtelijke belangen van betrokkene het beste zijn gediend. Dat geeft aanleiding om op dit punt het levenstestament te passeren en een onafhankelijke professionele derde te benoemen tot bewindvoerder.
Mentorschap:
Ten aanzien van de niet-vermogensrechtelijke belangen hebben de kinderen beide aangegeven wel tot overeenstemming te kunnen komen in het belang van hun moeder en daar ook een voorbeeld van benoemd in het recente verleden. Hoewel de kantonrechter twijfelt of de goede samenwerking op dat vlak blijvend is, is deze twijfel onvoldoende zwaarwegend is om met voorbijgaan aan het levenstestament een professionele mentor te benoemen. Dat laat onverlet dat zo’n benoeming wel in beeld komt als in de toekomst blijkt dat ook beslissingen ten aanzien van de zorg – ter zitting is het voorbeeld aangehaald van een toekomstige verhuizing naar een zorginstelling – moeilijk tot stand komen.
Bewind en mentorschap
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek tot instelling mentorschap afwijzen en een bewind instellen, met benoeming van de voorgestelde bewindvoerder.
De kantonrechter zal de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig het eerstgenoemde bedrag in artikel 3 lid 5 sub a vanPro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is exclusief omzetbelasting.
De kantonrechter zal de jaarbeloning vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a vanPro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing.
Betrokkene is (op dit moment) niet in staat om de rekening en verantwoording te beoordelen. Betrokkene is op dit moment wel in staat om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 BurgerlijkPro Wetboek.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst af het verzoek tot instelling mentorschap;
- stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een bewind in over de goederen die [naam](zullen) toebehoren vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand;
- benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot bewindvoerder: Onusto B.V., wonende te 5250 AA Vlijmen, Postbus 16;
- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.T.C. Wijsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.
Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.